Article

‘Intercalaire intresten’ van onder het stof

KMO-update

In de aanschaffingswaarde van immateriële en materiële vaste activa mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering worden opgenomen, doch slechts voor zover zij betrekking heeft op de periode welke de bedrijfsklaarheid van deze vaste activa voorafgaat.

De periode waarvoor de rente in de aanschaffingswaarde van de vaste activa wordt opgenomen, moet een normale periode zijn die overeenstemt met een redelijke, vooraf uitgestippelde bedrijfseconomische planning, rekening houdend met het uitzonderingskarakter en met de beginselen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.

Volgens het CBN advies 1 mag de rente niet meer in de aanschaffingswaarde van de vaste activa worden opgenomen zo deze periode wordt onderbroken of in belangrijke mate overschreden. Dit zou zo zijn:

  • wanneer de uitvoering van de werken een aanzienlijke vertraging heeft opgelopen;
  • wanneer de werken vóór hun voltooiing worden stopgezet;
  • wanneer de oplevering van de werken of de terbeschikkingstelling van de betrokken installaties wordt uitgesteld.

Ten slotte moet worden onderstreept dat, wanneer de aanschaffingswaarde van de vaste activa, door de opneming van de rente, boven hun gebruikswaarde voor de onderneming zou uitstijgen, een uitzonderlijke afschrijving moet worden doorgevoerd ten belope van het verschil.
Deze intercalaire intresten worden geboekt als bijkomende kost bij de investering. Onder voorbehoud van fiscale bepalingen die een vervroeging zouden toelaten, beginnen de afschrijvingen ook met het bedrijfsklaar worden. Vanaf die datum is de afschrijving dan wel minstens 20% Afwijkingen moeten in de toelichting verantwoord worden.

Hoe deze techniek gebruiken om fiscaal te optimaliseren?

1. Notionele interestaftrek

Via het systeem van “intercalaire intresten” krijgt men de mogelijkheid (het is geen verplichting) om de financiële kosten te activeren. De interesten worden uit kosten gehaald en bijgevolg kan er meer gereserveerd worden waardoor het bedrag aan risicokapitaal stijgt. Zo kan er in het daaropvolgende boekjaar meer notionele intrestaftrek worden benut. De financiële kosten worden dan later gespreid in resultaat genomen à rato van de afschrijvingen.

2. Herbelegging bij gespreide taxatie

Om recht te hebben op gespreide taxatie moet de volledige verkoopsom (of ontvangen vergoeding) van het gerealiseerde actief herbelegd worden in afschrijfbare materiële of immaterïele activa die voor de beroepsactiviteit worden benut. Door de activatie van de financiële kosten krijgen de interesten de aard van bijkomende kosten van het daarbij horend actief. Deze intercalaire intresten voldoen aan deze voorwaarden en kunnen dus mee worden aangewend als herbelegging.

3. Investering voor toepassing van investeringsaftrek

Intercalaire interesten kunnen dus de aanschaffingswaarde van activa die aanmerking komen voor de investeringsaftrek verhogen.

Verhoogde investeringsaftrek

In bepaalde gevallen kan een vennootschap de verhoogde investeringsaftrek van 13,50% (aanslagjaar 2015) toepassen. Dit geldt voor investeringen in:

  • octrooien;
  • vaste activa die gebruikt worden ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect hebben op het leefmilieu of die beogen het negatieve effect zoveel mogelijk te beperken;
  • vaste activa die dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van industriële processen uit energetische overwegingen en, in het bijzonder, voor de terugwinning van energie in de industrie.

Voor wat betreft de investeringen in immateriële vaste activa voor onderzoek en ontwikkeling kan eveneens toepassing worden gemaakt van de verhoogde gespreide investeringsaftrek.

Eénmalige investeringsaftrek

Sedert aanslagjaar 2007 is de gewone investeringsaftrek op nul gezet, buiten het verlaagd tarief van 3% voor investeringen in materiële vaste activa voor het verzekeren van het productieproces van herbruikbare verpakkingen.

Om Belgische KMO-vennootschappen aan te moedigen opnieuw te investeren, is de “gewone” investeringsaftrek voor 2014 en 2015 opnieuw geactiveerd. Dit wel onder een gewijzigde vorm in vergelijking met vroeger.

Deze gewone investeringsaftrek is alleen van toepassing voor vennootschappen die op basis van artikel 15 W.Venn. Als “klein” kunnen worden beschouwd.

Het tarief werd vastgelegd op 4%. De gekende principes waaraan activabestanddelen moeten voldoen, blijven van toepassing. Er worden echter nog bijkomende specifieke beperkingen ingevoerd die enkel van toepassing zijn op deze gewone aftrek:

  • Geen cumul met NIA (Indien de vennootschap echter nog beschikt over een "stock" aan overgedragen aftrek voor risicokapitaal, dan blijft een cumul met de investeringsaftrek echter wel mogelijk). Een vergelijking met het tarief NIA die zakt naar 3,130% voor kleine ondernemingen moet gemaakt worden.
    • Indien niet gekozen wordt voor de NIA kan een investeringsreserve simultaan worden aangelegd; maar dan mag er de komende twee jaar ook geen gebruik worden gemaakt van de NIA.
  • Investeringen moeten rechtstreeks verband houden met de economische activiteit (of de geplande toekomstige economische activiteit)
    • Een activiteit opgenomen in het maatschappelijk doel alleen is niet voldoende. (vb de aankoop van een appartement behoort niet tot de initiële basisactiviteit van een arts)
  • Activa die worden uitgesloten uit berekeningsbasis van de aftrek NIA komen niet voor de heringevoerde investeringsaftrek in aanmerking
  • Bij onvoldoende belastbaar resultaat mag de aftrek enkel worden overgedragen naar het volgende belastbaar tijdperk

4. Investering voor toepassing investeringsreserve

Indien men geen gebruik maakt van de notionele intrestaftrek kan er geopteerd worden voor de toepassing van de investeringsreserve.

Als voorwaarde wordt dan gesteld dat een bedrag gelijk aan de investeringsreserve geïnvesteerd wordt in afschrijfbare materiële en immateriële activa die in aanmerking komen voor de investeringsaftrek. Deze verwijzing naar de investeringsaftrek impliceert dat niet kan worden geïnvesteerd in de in artikel 75 WIB 92 opgesomde activa. Ook investeringen die gerealiseerd worden op grond van artikel 47 WIB 92, zijn uitgesloten van de investeringsreserve.

Conclusie

In tijden waar het de bedrijven niet altijd voor de wind gaat, kan deze techniek van intercalaire intresten misschien wel mogelijkheden bieden om het resultaat van het boekjaar te optimaliseren. Door de rente op dit vreemd vermogen te activeren, wegen deze minder door op de kosten van het huidige boekjaar en kunnen deze alsnog later gespreid in de tijd ten laste worden genomen.

Deze extra ademruimte kan belangrijk zijn in de onderhandelingspositie van de klant bij banken of leveranciers. Bovendien kan de combinatie met bovenstaande technieken een bijkomend fiscaal voordeel opleveren. Het loont dus zeker de moeite om de berekening even te maken en deze techniek weer van onder het stof te halen.

Dimitri Samyn, dsamyn@deloitte.com

_____________

1 1 CBN advies 126-11


Gepubliceerd op 13/04/2015.

Version française
Did you find this useful?