Article

KMO-update

De invloed van het eenheidsstatuut op outplacementbegeleiding

Het eenheidsstatuut wijzigt niet alleen drastisch de opzeggingstermijnen van arbeiders en bedienden, het hervormt ook de regels omtrent outplacementbegeleiding.

Tot 31/12/2013 was een werkgever slechts verplicht dergelijke begeleiding aan te bieden aan werknemers vanaf 45 jaar met minstens 1 jaar anciënniteit, ontslagen behalve om dringende reden of omwille van herstructureringen.

Sinds 1/1/2014 is bovenstaande regeling slechts suppletief van toepassing en geldt als algemene regel dat elke werknemer die recht heeft op een opzeggingstermijn van minstens 30 weken of een hiermee overeenstemmende opzeggingsvergoeding een outplacementaanbod dient te krijgen. Bij toepassing hiervan dient een onderscheid gemaakt te worden tussen een ontslag met een opzeggingsvergoeding en een ontslag met een opzeggingstermijn.

De te volgen procedure kan schematisch als volgt worden samengevat:

 

Ontslag met opzeggingsvergoeding

Ontslag met opzeggingstermijn

Werkgever doet aanbod:

Binnen 15 dagen na het eind van de arbeidsovereenkomst

Binnen 4 weken na aanvang van de opzeggingstermijn

Werknemer stelt werkgever in gebreke indien geen aanbod:

Binnen 39 weken na het verstrijken van de termijn van 15 dagen na het einde van de arbeidsovereenkomst

Binnen 4 weken na het verstrijken van de termijn van 15 dagen na het einde van de arbeidsovereenkomst

Werkgever doet aanbod na ingebrekestelling:

Binnen 4 weken na ingebrekestelling

Binnen 4 weken na ingebrekestelling

Werknemer aanvaardt:

Binnen 4 weken na het aanbod

Binnen 4 weken na het aanbod


In beide gevallen kan de werknemer bij verlies van zijn nieuwe dienstbetrekking binnen de 3 maanden na indiensttreding, erom verzoeken de outplacementbegeleiding aan te vatten of te hervatten. Deze eindigt echter sowieso 12 maanden na aanvang.

Ook het ontslagpakket varieert. Werknemers die ontslagen worden met uitbetaling van een ontslagvergoeding hebben recht op een outplacementbegeleiding van 60 uur, ter waarde van 1/12 van hun jaarloon (minimum 1.800 EUR, maximum 5.500 EUR). Op de ontslagvergoeding worden 4 weken in mindering gebracht voor de waarde van de outplacementbegeleiding. Bijgevolg zal de waardering ervan bij elke werknemer anders zijn, afhankelijk van diens loon. Tot eind 2015 kunnen werknemers het aanbod weigeren en hun ontslagvergoeding integraal laten uitbetalen. Nadien worden de 4 weken sowieso afgetrokken, ongeacht of de werknemer op het aanbod ingaat.

Dient de werknemer daarentegen een opzeggingstermijn te presteren, dan heeft hij ook recht op 60 uur outplacement, maar wordt die tijd aangerekend op het sollicitatieverlof. Vanaf 1 januari 2014 heeft elke werknemer die in aanmerking komt voor outplacement immers recht op sollicitatieverlof van 1 dag per week gedurende de volledige opzeggingstermijn.

Let wel: het is nog onduidelijk hoe die aanrekening zal gebeuren, een paar uur per dag dan wel een volledige dag. Indien de arbeidsovereenkomst daarenboven verbroken wordt tijdens de lopende opzeggingstermijn, dient de outplacementbegeleiding opgenomen in het kader van het sollicitatieverlof verrekend te worden met de waardering ervan die in mindering wordt gebracht op de opzeggingsvergoeding. Hoe dit zal dienen te gebeuren, is eveneens nog niet duidelijk.

Flore Lesage, Tax & Legal Services


Gepubliceerd op 05/05/2014.


 

Did you find this useful?