Article

Kennis en knowhow zijn waardevolle activa: Zorg voor een doordachte contractuele bescherming

KMO-update

De Belgische economie evolueert steeds meer naar een kennisintensieve omgeving. Kennis wordt des te belangrijker als productiefactor en neemt een almaar prominenter plaats in naast de klassieke factoren arbeid, natuur en kapitaal. In heel wat sectoren zijn voortdurende inspanningen op vlak van research nodig om te blijven innoveren en groeien. Bedrijven maken op vandaag dan ook al de reflex om hun kennis en knowhow via de klassieke intellectuele eigendomsrechten – octrooien, modellen en merken – te beschermen.

De stap hiervóór mag echter ook niet uit het oog verloren worden. Intellectuele rechten behoren immers niet altijd automatisch toe aan de werkgever/opdrachtgever.

De rechten op door een werknemer gecreëerde software en databanken worden nog vermoed aan de werkgever toe te komen, net als de rechten op een merk gecreëerd of een tekening of model ontworpen door een werknemer. Auteursrechten daarentegen, gecreëerd door een werknemer in de uitvoering van zijn functie, komen in principe toe aan de werknemer zelf. Deze kan de exploitatierechten wel overdragen aan zijn werkgever, maar slechts op voorwaarde dat dit uitdrukkelijk en schriftelijk gebeurt. Voor uitvindingen gedaan door werknemers bestaat geen wettelijke regeling. Algemeen wordt aanvaard dat de rechten op een uitvinding door een werknemer in uitvoering van diens arbeidsovereenkomst aan de werkgever toekomen. Volgens de meerderheidsopvatting komen uitvindingen waarbij gebruik werd gemaakt van de middelen van de werkgever of die zelfs tijdens de werkuren zijn gedaan, maar die eigenlijk niet kaderen in de uitvoering van het arbeidscontract, toe aan de werknemer.

Om te vermijden dat een werknemer zelf eigenaar zou zijn van diens creatie en de onderneming hierop geen enkel recht zou kunnen laten gelden op het ogenblik dat de werknemer het bedrijf verlaat, is het doorgaans noodzakelijk dat de arbeidsovereenkomsten en/of het arbeidsreglement voorzien in de (gedeeltelijke) overdracht van de intellectuele rechten.

Ook wanneer een bestuurder bijvoorbeeld software heeft ontwikkeld voor een bedrijf of in geval een creatieve opdracht wordt uitbesteed aan een zelfstandige dienstverlener, moeten de nodige voorzorgen genomen worden. De betaling van een prijs voor het creëren van een logo, website of software volstaat op zich immers niet om hiervan eigenaar te worden. Indien de rechten op deze werken niet uitdrukkelijk overgedragen werden, behoudt de bestuurder of dienstverlener alle eigendomsrechten en krijgt de opdrachtgever louter een gebruiksrecht. Bij gebrek aan uitdrukkelijke regeling, gaat zelfs dat gebruiksrecht verloren eens de bestuurder het bedrijf verlaat.

Heel wat kennis en knowhow zit bij de werknemers. Wat als een werknemer de overstap maakt naar een concurrent of een zelfstandige activiteit gaat ontplooien en systematisch alle klanten van diens voormalige werkgever aanspreekt?

Artikel 17 van de Arbeidsovereenkomstenwet biedt enige bescherming en verbiedt werknemers om fabrieks- en zakengeheimen of andere vertrouwelijke informatie bekend te maken. Ook het Strafwetboek verbiedt werknemers om fabrieksgeheimen te openbaren.

Een werkgever kan zichzelf contractueel evenwel nog beter beschermen door een verplichting tot geheimhouding op te nemen in de arbeidscontracten en/of het arbeidsreglement, waardoor een inbreuk eenvoudiger aangetoond en gesanctioneerd kan worden. Een niet-concurrentiebeding in combinatie met een forfaitaire schadevergoeding, kan de werkgever eveneens bijkomend beschermen.

Ook in geval van samenwerking met zelfstandigen zijn geheimhoudingsovereenkomsten vaak onontbeerlijk. De (potentiële) partner verbindt zich er contractueel toe om de aangeduide informatie niet openbaar te maken of zelf te gebruiken, op straffe van een (forfaitaire) schadevergoeding. Verder kan in dergelijke zelfstandige samenwerkingsovereenkomst ook een niet-concurrentiebeding worden ingeschreven om te vermijden dat kennis opgedaan bij de uitvoering van de zelfstandige opdracht in concurrentie met de opdrachtgever wordt gebruikt. Ook kan een niet-afwervingsbeding voor het personeel nuttig zijn, dit om te verhinderen dat kennis wegvloeit uit het bedrijf doordat een gewezen zelfstandige dienstverlener actief de belangrijke werknemers weghaalt en zelf aanwerft.

Naast de klassieke intellectuele eigendomsrechten, kunnen dus heel wat contractuele beschermingsmechanismen worden aangewend. Aangezien deze aan een reeks strikte voorwaarden zijn verbonden, is het aangeraden dat ondernemingen zich hierbij goed laten begeleiden.

Elke Debeer, eldebeer@deloitte.com

Gepubliceerd op 17/08/2015.

Did you find this useful?