Article

Koper van aandelen, bescherm u tegen concurrentie vanwege de verkoper! (vervolg)

KMO-update

Stelt u zich voor: u verwerft de aandelen van een bedrijf waarin u veel potentieel ziet. Echter, na verloop van tijd ziet u verschillende klanten vertrekken. Na wat zoekwerk ontdekt u dat de ex-eigenaar wat verder dezelfde business is begonnen. Dit zal u veel omzetverlies kosten. Had u dit kunnen vermijden?

Reken niet op de wet!

In één van onze vorige edities hadden wij u verwittigd dat de Belgische wetgeving u slecht beschermt tegen dergelijke praktijken bij een overdracht van aandelen. Wij hadden u dan ook aangeraden dit contractueel te regelen in de overnameovereenkomst. Hierbij rekening houdende met de voorwaarde dat dergelijke niet-concurrentieverplichtingen beperkt moeten zijn in (1) tijd, (2) ruimte én (3) activiteit. Er bestaat geen wettelijk kader voor deze beperkingen, de geldigheid ervan wordt steeds concreet beoordeeld, geval per geval.

Wat bij een ongeldig niet-concurrentiebeding?

Wij hadden u gewezen op het risico dat een rechter de volledige niet-concurrentieverplichting zou nietig verklaren in het geval deze beperkingen niet voorzien zijn in de niet-concurrentieverplichting of in het geval de opgenomen beperkingen als onredelijk worden bestempeld door de rechter (bijvoorbeeld een duur van 10 jaar). Dit kon u proberen te vermijden door de rechter uitdrukkelijk de bevoegdheid te verschaffen om onredelijke bedingen te herleiden tot hetgeen redelijk en aanvaardbaar is volgens deze rechter in het licht van de concrete omstandigheden. Een goed opgestelde niet-concurrentiebeding bevat dus dergelijke clausule.

Cassatie bevestigt nu deze praktijk

Het Hof van Cassatie heeft in een recent arrest toegelaten dat een rechter een onredelijk niet-concurrentiebeding gedeeltelijk nietig verklaart, door het beding te herleiden tot redelijke omvang, op voorwaarde dat deze matiging beantwoordt aan de bedoeling van partijen. De bedoeling van partijen kan best aangetoond worden door een specifieke ‘matigingsclausule’ op te nemen in het niet-concurrentiebeding. Op deze wijze heeft de rechter de mogelijkheid om een voor hem onredelijke niet-concurrentieverplichting (bijvoorbeeld een duur van 10 jaar) te herleiden naar volgens de rechter aanvaardbare proporties (bijvoorbeeld een duur van 3 jaar), afhankelijk van de concrete omstandigheden. De rechter is dan ook niet verplicht alles nietig te verklaren.

Besluit

Dankzij dit arrest van het Hof van Cassatie bestaat nu zekerheid over de gangbare praktijk om ‘matigingsclausules’ op te nemen in niet-concurrentiebedingen. Het is nu wel aan u om er over te waken dat niet-concurrentiebedingen correct worden opgesteld. Het is alleszins opnieuw duidelijk dat de redactie van het overnamecontract van essentieel belang is.

Francis van der Haert, fvanderhaert@deloitte.com

Gepubliceerd op 17/08/2015.

Did you find this useful?