Article

KMO-update

Het begrotingsakkoord van 23 juli 2015: krijtlijnen sociaalrechtelijke regels

Op 23 juli 2015 bereikte de federale regering een akkoord over de begroting en de taxshift. De regering wil door te schuiven met belastingen de lasten op arbeid verlagen. Omdat dit ook gevolgen heeft op sociaalrechtelijk vlak, wensen we deze kort op te lijsten en toe te lichten.

Verlaging patronale lasten

De standaard patronale RSZ-bijdragen worden vanaf 1 januari 2016 verlaagd van 33 % naar 25 %. De nadere details hieromtrent ontbreken nog. Deze maatregel heeft als doel werkgevers ertoe aan te zetten nieuwe arbeidsplaatsen te creëren en de concurrentiekracht van Belgische ondernemingen te verscherpen.

Behoud van bestaande lastenverlagingen en maatregelen ten gunste van starters en KMO’s

Aan de bestaande lastenverlagingen waaronder bv. de structurele lastenverlaging,  algemene loonlastenverlaging, doelgroepverminderingen,… wordt niet geraakt. Van deze maatregelen zal dus in de komende jaren ook nog genoten kunnen worden. Om de werkgelegenheid en de investeringen in KMO’s te stimuleren, wordt een bedrag van 430 miljoen euro ingezet. Dit bedrag zal ingezet kunnen worden voor de uitvoering van het KMO-plan dat goedgekeurd werd door de Ministerraad in februari dit jaar. Dit plan behelst 40 voorstellen om de KMO’s te ondersteunen in hun ontwikkeling, bv. een versterking en vereenvoudiging van de bijdragevermindering voor de eerste drie aanwervingen, een evaluatie van de hervorming van de sociale bijdragen, fiscale stimulansen om productieve investeringen aan te moedigen,...

Hogere nettolonen voor lage en middelhoge inkomens

De regering maakt zich sterk dat de werknemers met een laag of middelhoog inkomen vanaf 2016 per maand 100 euro netto zullen overhouden. Dit wordt gerealiseerd door de hervorming van de belastingbarema’s (o.a. de afschaffing van de schijf van 30 %), een wijziging van de werkbonus en een verhoging van de belastingvrije som. Er is nog geen informatie bekend over wat begrepen dient te worden onder een laag of middelhoog inkomen.

In de programmawet van 19 december 2014 werd al voorzien in een trapsgewijze verhoging van de vrijstelling van doorstorting bedrijfsvoorheffing voor ploegen-, nacht- en volcontinuarbeid:

Vrijstelling nacht- en ploegenarbeid / Vrijstelling volcontinuarbeid

  • Inkomstenjaar 2014: 15,6% / 17,8%
    Vanaf 1 januari 2016: 20,4 % / 22,6 %
    Vanaf 1 januari 2019: 22,8% / 25%

De aangekondigde lastenverlaging vanaf 1 januari 2019, zal aldus reeds in 2016 uitgevoerd worden.

Verhoging van de werkgeversbijdragen op het Stelsel Werkloosheid met Bedrijfstoeslag (SWT)

Om het SWT te ontraden, worden de werkgeversbijdragen verhoogd en worden de vrijstellingen i.v.m. de beschikbaarheid op de arbeidsmarkt strenger voor mensen die langer hebben gewerkt. De nadere details hierover zijn nog niet bekend.

Geen verlenging van de periode gewaarborgd loon

Vandaag betaalt de werkgever voor bedienden enkel tijdens de eerste maand ziekte gewaarborgd loon. Voor arbeiders bedraagt de periode van gewaarborgd loon twee weken. Na afloop hiervan springt het Rijksinstituut voor Ziekte en Invaliditeit (Riziv) bij. In het Federaal regeerakkoord van 9 oktober 2014 was voorzien dat in het kader van de verdere eenmaking van de statuten van arbeiders en bedienden, de periode van het gewaarborgd loon naar 2 maanden zou worden uitgebreid voor alle werknemers. Dit voorstel is door de huidige regering nu afgevoerd en bijgevolg blijft de huidige regeling behouden.

De krijtlijnen van de begroting voor de komende legislatuur zijn getekend, maar de verdere details dienen nog verder uitgewerkt te worden. Wij volgen dit nauw op en houden u op de hoogte.

Liesbeth De Sutter – Social Department

Gepubliceerd op 9/09/2015

Did you find this useful?