Article

De kwijting in de loop van het boekjaar

KMO-update

Kwijting of quitus betekent dat de aandeelhouders van een vennootschap zich uitspreken over de handelingen die een bestuurder stelt tijdens zijn mandaat. Wordt deze kwijting toegekend, dan wordt de bestuurder geacht zijn mandaat correct te hebben uitgeoefend. In zijn artikel 554 bepaalt het Wetboek van vennootschappen dat de algemene vergadering zich uitspreekt over de kwijting “na de goedkeuring van de jaarrekening” (artikel 554, 2de lid W.Venn.).

Sommigen zijn van mening dat er als gevolg van de formulering van dit artikel één enkel moment is – i.e. de gewone algemene vergadering – om zich uit te spreken over de kwijting die eventueel dient te worden verleend aan de bestuurder.

Volgens de meerderheidsrechtsleer echter kan de algemene vergadering om het even wanneer worden samengeroepen om de kwijting te verlenen (X. Dieux, Y. De Cordt, “Examen de jurisprudence. Les sociétés commerciales (1991-2005)”, R.C.J.B, 2009, pp. 623; B. Feron, J-F. Goffin, “La responsabilité des administrateurs de sociétés contre la mise en cause de leur responsabilité civile”, J.T., 1996, p. 379).

Dit is een logische redenering. Vaak immers neemt een bestuurder halverwege zijn mandaat ontslag of heeft een overdracht van aandelen tot gevolg dat een raad van bestuur van een onderneming wordt gereorganiseerd.

Het hof van beroep van Brussel volgde overigens een soortgelijke redenering in een arrest van 12 april 2002, in een zaak betreffende de kwijting die aan een bestuurder werd verleend in de loop van het boekjaar (Brussel (9de kamer), 12/04/2002).

Het hof onderstreepte dat het feit dat het Wetboek van vennootschappen bepaalt dat de algemene vergadering zich na de goedkeuring van de jaarrekening uitspreekt, bij afzonderlijke stemming, over de kwijting van de bestuurders en de commissarissen, “geen beperkende voorwaarde vormt van de mogelijkheid voor de algemene vergadering om deze kwijting te verlenen, maar wel een verplichting voor de vergadering om zich over deze kwijting uit te spreken in een specifiek stadium van haar verloop” (Brussel (9de kamer), 12/04/2002).

Een nuance die voortvloeit uit artikel 554 in fine van het Wetboek van vennootschappen dient echter nader te worden toegelicht.

De kwijting is alleen rechtsgeldig “wanneer de ware toestand van de vennootschap niet wordt verborgen door enige weglating of onjuiste opgave in de jaarrekening, en, wat de extrastatutaire of met dit wetboek strijdige verrichtingen betreft” (art. 554, 2de lid in fine W.Venn.).

Opdat de beslissing als rechtsgeldig zou kunnen worden beschouwd, is het dus nodig dat de bestuurder de kans heeft gekregen rekenschap te geven van zijn beheer en dat de aandeelhouders met kennis van zaken kunnen beraadslagen over de kwijting die ze moeten verlenen aan de raad van bestuur of aan bepaalde bestuurders.

Op het einde van zijn mandaat moet de bestuurder dus bijzonder oplettend zijn en een volledig en getrouw verslag geven van de tijdens zijn mandaat gestelde handelingen.

Artikel 1993 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt in dit verband dat “iedere lasthebber gehouden is rekenschap te geven van de uitvoering van zijn opdracht”.

In de praktijk komt het vaak voor dat de kwijting in de loop van een boekjaar alleen wordt verleend aan een bestuurder voor zover de aandeelhouders een zeker beeld krijgen van het gevoerde beheer (i.e. een recent overzicht van het actief en passief van de vennootschap).

Réal Nimpagaritse & Joachim Colot – Legal Department

Version française
Did you find this useful?