Article

KMO-update

Luxemburg is niet langer een belastingparadijs

Sinds 1 januari 2010 zijn vennootschappen jaarlijks verplicht aangifte te doen via een formulier 275F van betalingen aan personen gevestigd in belastingparadijzen dewelke de grens van 100.000 EUR per land op jaarbasis overschrijden (artikel 307, §1, al. 5 e.v. WIB).

De melding dient in principe te gebeuren voor het belastbare tijdperk waarin de betaling effectief wordt verricht. Het niet voldoen aan deze meldingsplicht kan aanleiding geven tot het verwerpen van de aan de betalingen gerelateerde kosten als aftrekbare beroepskost (artikel 198, §1, 10° WIB).

Als belastingparadijzen worden enerzijds beschouwd, de landen die voorkomen op de Belgische lijst van landen met een nominaal tarief van vennootschapsbelasting dat lager is dan 10% (zie artikel 179 KB/WIB). Anderzijds worden ook de landen geviseerd die door het Mondiaal Forum van de OESO worden aangemerkt als landen die de OESO-standaard inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen niet effectief en substantieel toepassen.

Recente aanpassing OESO-lijst – betalingen aan Luxemburg moeten niet meer worden gemeld

Eind 2013 werd de OESO-lijst geüpdatet, waardoor de volgende vier landen op de lijst voorkwamen: Luxemburg, de Britse Maagdeneilanden, Cyprus en de Seychellen. Vooral de aanwezigheid van Luxemburg en Cyprus sprongen hierbij in het oog. Zoals aangekondigd, werd eind oktober ll. een nieuwe zitting van het Mondiaal Forum gehouden waarbij de vier voormelde landen voortaan worden aangemerkt als ‘largely compliant’.

Dit is voor de Belgische belastingadministratie voldoende om deze landen niet langer te vermelden op de OESO-lijst. Immers, zoals bevestigd in het addendum bij de circulaire dd. 30 november 2010 dat op 3 september ll. werd gepubliceerd, worden landen niet geviseerd op de OESO-lijst indien ze worden gekwalificeerd als ‘partially compliant’.

De bijzondere meldingsplicht voor betalingen naar belastingparadijzen is enkel van toepassing voor zover een land gedurende het volledige belastbare tijdperk op de OESO-lijst voorkomt. Dit betekent dat vennootschappen die hun boekhouding per kalenderjaar voeren, vanaf aanslagjaar 2016 niet meer gehouden zijn betalingen aan Luxemburg, Cyprus en de Seychellen aan te geven.

De Britse Maagdeneilanden komen wel nog steeds voor op de Belgische lijst van belastingparadijzen. Hiervoor vervalt de aangifteplicht dus niet.

Impact van het niet voldoen van de meldingsplicht

Zoals reeds gesteld, zijn niet-aangegeven betalingen waarvoor de meldingsplicht geldt in principe niet aftrekbaar als beroepskost (artikel 198, §1, 10° WIB). De impact van het vervallen van de aangifteplicht ingevolge de aanpassing van de OESO-lijst op het risico van de niet-aftrekbaarheid van de gerelateerde kosten, dient echter enigszins te worden genuanceerd.

De meldingsplicht heeft immers nooit zijn volle uitwerking op het aftrekbaar karakter van de gedane betalingen gehad voor wat betreft EU-landen en landen waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten waarin een non-discriminatieclausule is opgenomen of een overeenkomst tot uitwisseling van inlichtingen. In haar circulaire van
30 november 2010 bevestigde de administratie reeds dat de niet-aftrekbaarheid in strijd is met de non-discriminatieclausule in dubbelbelastingverdragen en de Europese regels van vrij verkeer.

Non-discriminatie

De Belgische dubbelbelastingverdragen bevatten doorgaans een bepaling inzake non-discriminatie van inwoners of onderdanen van de partnerstaat (artikel 23 van het Belgische modelverdrag). Een dergelijke non-discriminatieclausule bevat in beginsel een bepaling waarin wordt gesteld dat: “interesten, royalty’s en andere uitgaven die door een onderneming van een overeenkomstsluitende staat (België) worden betaald aan een inwoner van de andere overeenkomstsluitende staat (het belastingparadijs), moeten bij het bepalen van de belastbare winst van die (Belgische) onderneming onder dezelfde voorwaarden in mindering worden gebracht als wanneer zij aan een inwoner van de eerstgenoemde staat (België) zouden zijn betaald”.

De niet-aftrekbaarheid van bepaalde uitgaven als gevolg van het niet-voldoen van de meldingsplicht met betrekking tot betalingen aan belastingparadijzen is onverenigbaar met een dergelijke bepaling. Met Cyprus had België reeds een dergelijk dubbelbelastingverdrag gesloten, waardoor de verwerping van de kostenaftrek van betalingen aan Cyprus als gevolg van de niet-aangifte van de betalingen in beginsel niet gold.

Vrij verkeer van kapitaal

Op basis van artikel 63 van het EU-verdrag dient het vrij verkeer van kapitaal gewaarborgd te worden niet alleen tussen de lidstaten onderling, maar ook tussen lidstaten en derde landen. Lidstaten behouden wel het recht om alle nodige maatregelen te nemen om overtredingen van het nationale recht te bestrijden, of in procedures van kennisgeving. Dergelijke maatregelen mogen geen willekeurige discriminatie of verkapte beperking van het vrij kapitaalverkeer vormen.

Dit impliceert dat voor landen waarmee België geen akkoord heeft gesloten tot uitwisseling van fiscale inlichtingen, de door een Belgische vennootschap aan een dergelijk land gedane betalingen (voor zover het kwalificeert als een belastingparadijs) kunnen onderworpen worden aan de sanctie van niet-aftrekbaarheid indien niet aan de meldingsplicht is voldaan. Er is echter sprake van een inbreuk op het vrij verkeer van kapitaal indien de loutere niet-aangifte van de betalingen gedaan aan belastingparadijzen waarmee wel een dergelijk akkoord tot uitwisseling van inlichtingen werd gesloten, aanleiding geeft tot de niet-aftrekbaarheid van de met deze betalingen verbonden kosten.

Met Cyprus, de Britse Maagdeneilanden en Luxemburg had België reeds een dergelijk akkoord tot uitwisseling van inlichtingen afgesloten, waardoor de loutere niet-aangifte van de betalingen in beginsel geen aanleiding kon geven tot niet-aftrekbaarheid van de kosten.

Let wel, dit heeft geen enkele invloed op de aangifteverplichting van betalingen aan belastingparadijzen. Enkel de aftrekbaarheid als beroepskost kan niet geweigerd worden, louter omwille van het niet-voldoen van de aangifteplicht. Betalingen aan belastingparadijzen waarvoor echter geen bewijs wordt geleverd dat zij in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen met personen andere dan artificiële constructies zijn verricht, of waarvan het beroepsmatig karakter niet wordt aangetoond, blijven niet-aftrekbaar.

Conclusie

Betalingen gedaan aan Cyprus, Luxemburg en de Seychellen moeten voor vennootschappen die per kalenderjaar boeken, niet meer worden aangegeven overeenkomstig artikel 307 § 1 al. 5 e.v. WIB. Betalingen aan de Britse Maagdeneilanden moeten, samen met betalingen aan de overige landen die op de Belgische lijst van belastingparadijzen voorkomen, wel nog steeds worden gemeld.

Of het niet-voldoen aan de meldingsplicht van betalingen aan belastingparadijzen effectief aanleiding kan geven tot niet-aftrekbaarheid van de gedane betalingen als beroepskost dient steeds te worden bekeken in het licht van de bestaande dubbelbelastingverdragen en akkoorden tot uitwisseling van fiscale inlichtingen.

Stéphanie Nys – Tax Department

version française
Did you find this useful?