Article

KMO-update

MER-plicht en KMO, spoort dat samen?

U werd er misschien al mee geconfronteerd bij de indiening van uw laatste milieuvergunningsaanvraag voor een mazouttank of stookinstallatie. Jawel, ook voor deze activiteiten moet een project-m.e.r.-screeningsnota opgemaakt worden. Een gewaarschuwd ondernemer is er twee waard, informeer u.

Vlaamse omzetting van de Europese regelgeving

De activiteiten die onder de m.e.r.-plicht vallen werden oorspronkelijk vastgelegd in een Europese richtlijn . De Vlaamse Regering heeft sinds 2004 deze richtlijn omgezet in een besluit waarin de categorieën van projecten die onderworpen zijn aan milieueffectrapportage zijn opgenomen. Deze activiteiten zijn opgenomen in bijlage I en bijlage II van het besluit.

Vlaanderen was van oordeel dat enkel bedrijven met een bepaalde productie- of opslagcapaciteit een milieueffectenrapport (MER) moeten opmaken. Het gaat over brouwerijen, papierfabrieken, energiecentrales, afvalverwerkers, chemische industrie, spaanplaatbedrijven, voedingsbedrijven, slachthuizen, …. Bedrijven en sectoren waarvan we willen dat de impact van deze activiteiten op het milieu nader onderzocht wordt in een milieueffectenrapport. Bedrijven die activiteiten uitvoeren die vermeld staan in een van de bijlagen van het MER-besluit, maar die de vermelde drempelwaarden niet overschrijden, dienden geen MER op te maken. Vlaanderen ging er dus van uit dat van dergelijke bedrijven geen significante effecten moesten verwacht worden.

Vlaanderen gaat niet ver genoeg

In 2011 werd Vlaanderen echter op de vingers getikt door Europa die van oordeel was dat de Vlaamse regelgeving niet in overeenstemming was met de bepalingen van de Europese richtlijn omdat een aantal projecten die zijn opgenomen in bijlage II van de richtlijn alleen op basis van het criterium ‘omvang van het project’ uitgesloten werden van een zogenaamde screening, zonder rekening te houden met andere relevante criteria, zoals aard en ligging van het project. Op 1 maart 2013 werd een bijlage III toegevoegd aan het Vlaamse project-MER-besluit. Deze derde bijlage is zowat een kopie van de eerste twee bijlagen. Dezelfde activiteiten staan erin vermeld maar dan zonder drempelwaarden.

Project-m.e.r.-screeningsnota

De nieuwe project-m.e.r.-regelgeving stelt dat voor projecten die onder de nieuwe bijlage III van het project-m.e.r.-besluit vallen, een project-MER of een project-m.e.r.-screeningsnota (PrMS) moet worden opgesteld. Wanneer de initiatiefnemer of exploitant van het project verwacht dat zijn project geen aanzienlijke negatieve milieueffecten zal genereren, kan hij opteren voor de opmaak van een PrMS. De PrMS dient bij de vergunningsaanvraag (milieuvergunning, verkavelingsvergunning en stedenbouwkundige vergunning) gevoegd te worden.

Wanneer u dus een mazouttank wil plaatsen (= opslag van chemische producten), een stookinstallatie voor de productie van stoom of warm water wil installeren (=energiebedrijf) of een bemaling i.k.v. graafwerkzaamheden (=grondwaterwinning) wilt opstarten, dient u bij uw vergunningsaanvraag een PrMS toe te voegen.

Modelformulier

Hiervoor kan u gebruik maken van een modelformulier dat door de dienst MER ter beschikking wordt gesteld. Het formulier is opgebouwd uit een aantal delen. In het eerste deel geeft u aan over welk project het gaat. In een tweede deel wordt de ligging van het project gesitueerd t.o.v. het gewestplan, natuurgebieden, Vogel- en Habitatrichtlijngebieden, overstroming gevoelige gebieden, beschermde landschappen en monumenten, …. In een laatste deel wordt aangegeven dat de effecten die mogelijks ontstaan t.g.v. de activiteiten op de ontvangende receptoren water, lucht, bodem, grondwater, mens en natuur niet significant zullen zijn. Indien dit niet kan aangetoond worden, zal alsnog een milieueffectenrapport moeten opgesteld worden.

De PrMS wordt toegevoegd aan uw vergunningsaanvraag waarna de vergunningverlenende overheid zal oordelen of de opmaak van een project-MER al dan niet een meerwaarde zal zijn bij het beoordelen of het project aanzienlijke milieueffecten zal veroorzaken. De dienst Mer is in deze procedure geen taak toebedeeld. Ze kan wel ondersteuning bieden bij vragen omtrent de interpretatie van de MER-rubrieken.

Aan de slag

U heeft intussen begrepen dat er nog weinig ontkomen aan is. Vroeg of laat wordt u hiermee zeker geconfronteerd. Informeer u bij nieuwe projecten voldoende vooraf zodat u tijdig de nodige acties kunt ondernemen. Laat u bijstaan door professionals en wees kritisch. De ervaring leert dat ook de vergunningverlenende overheid nog worstelt met deze nieuwe regelgeving.


Gepubliceerd op 12/06/2014.

Did you find this useful?