dividenden

Article

Nieuw tarief roerende voorheffing op dividenden, uitgekeerd aan buitenlandse investeerders

KMO-update

Dividenden toegekend door een Belgische vennootschap zijn in principe onderworpen aan 27% roerende voorheffing, tenzij de verkrijger een kwalificerende vennootschap is die een participatie aanhoudt of zal aanhouden van minstens 10% gedurende een periode van minstens 1 jaar.

Wat indien de participatie geen 10% bedraagt?

Voor een Belgische vennootschap / genieter is de ingehouden roerende voorheffing verrekenbaar met de verschuldigde vennootschapsbelasting en/of terugbetaalbaar in België. Bovendien, indien de aanschaffingswaarde van de participatie minstens 2.500.000 EUR bedraagt, dan kan de Belgische vennootschap de 95% DBI-aftrek toepassen op het ontvangen dividend. M.a.w. voor een Belgische vennootschap bedraagt de finale belastingdruk op het ontvangen dividend slechts 1,6995% (zijnde 33,99% van 5%).

Een buitenlandse vennootschap / genieter kan de ingehouden roerende voorheffing in België daarentegen niet verrekenen of terugkrijgen. Indien de buitenlandse wetgeving evenmin voorziet in een verrekening van de Belgische roerende voorheffing, dan bedraagt de finale belastingdruk op het ontvangen dividend minstens 27%.

Dit verschil in behandeling heeft het Hof van Justitie er in 2012 toe aangezet te oordelen dat de Belgische dividendbelasting strijdig is met het EU-recht (Tate & Lyle rechtspraak - schending van het vrij verkeer van kapitaal)[1].

Via de Wet van 28 december 2015 houdende fiscale en diverse bepalingen heeft de Belgische wetgever de wet op dit punt nu aangepast (nieuw artikel 269/1 WIB 1992). De roerende voorheffing op dividenden, toegekend door een Belgische vennootschap aan een buitenlandse vennootschap die een participatie aanhoudt van minder dan 10%, bedraagt voortaan 1,6995% in de plaats van 27%. Dit tarief van 1,6995% is van toepassing op dividenden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 28 december 2015 en geldt enkel indien:

  • de buitenlandse vennootschap gevestigd is in een lidstaat van de EER of in een staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat deze overeenkomst in de uitwisseling van inlichtingen voorziet;
  • de buitenlandse vennootschap een (vergelijkbare) rechtsvorm heeft zoals vermeld in de moeder-dochterrichtlijn;
  • de buitenlandse vennootschap op de datum van de toekenning of de betaalbaarstelling van het dividend een deelneming heeft van minder dan 10% waarvan de aanschaffingswaarde tenminste 2.500.000 EUR bedraagt;
  • de buitenlandse vennootschap deze deelneming gedurende een ononderbroken periode van tenminste één jaar in volle eigendom behoudt.

Het tarief van 1,6995% is bovendien slechts van toepassing in de mate dat de Belgische roerende voorheffing in de woonstaat van de verkrijgende vennootschap niet kan worden verrekend of worden terugbetaald. Bepalend hiervoor zijn de wettelijke bepalingen die gelden op 31 december van het jaar voorafgaand aan de toekenning of betaalbaarstelling van het betreffende dividend. Wij verduidelijken dit aan de hand van onderstaand voorbeeld:

Stel dat een niet-Belgische, in de EER gevestigde vennootschap een dividend van € 100 verkrijgt uit een deelneming aangehouden in een Belgische vennootschap die minder dan 10% van het aandelenkapitaal vertegenwoordigt maar waarvan de aanschaffingswaarde minstens 2,5 miljoen EUR bedraagt.

In dit geval dient de uitkerende vennootschap op dit dividend in principe een roerende voorheffing van 27% in te houden. Indien de verkrijgende vennootschap in haar woonstaat recht heeft op een verrekening van 10% zal:

o    17/27ste van het ontvangen dividend in aanmerking komen voor het verlaagde tarief (zijnde 62,96 EUR);

o    op het overige gedeelte van het ontvangen dividend (37,04 EUR) het tarief van 27% worden toegepast.

Ten slotte merken wij op dat de schuldenaar van het dividend het tarief van 1,6995% enkel kan toepassen indien hij in bezit is van een attest waaruit blijkt dat alle bovenvermelde voorwaarden voldaan zijn. Dit attest dient samen met de aangifte roerende voorheffing, binnen de 15 dagen na toekenning of betaalbaarstelling van het dividend, verstuurd te worden naar de belastingadministratie.

Charlotte Alleweireldt – Tax Department

 

 

[1] Deze uitspraak had een directe werking. Buitenlandse vennootschappen konden de te veel betaalde roerende voorheffing daarom onmiddellijk terugvragen via een bezwaarschrift (circulaire 233/609.568).

Gepubliceerd op 12/02/2016

 

 

Did you find this useful?