Article

KMO-update

Bent u reeds voorbereid op de nieuwe financierende waterheffing?

Bedrijven die afvalwater lozen, betalen een heffing op waterverontreiniging. Voor rioollozers zijn sinds 1 januari 2013 nieuwe maatregelen van kracht. Voor de meeste maatregelen geldt een overgangstermijn, zodat de bedrijven optimaal op de nieuwe regelgeving kunnen inspelen. Het is aangewezen om het bedrijfsintern waterbeleid te evalueren n.a.v. deze nieuwe wetgeving.

Algemene principes heffing op waterverontreiniging

Bij grootverbruikers, i.e. bedrijven met meer dan 500 m³/jaar gefactureerd leidingwaterverbruik en/of een eigen waterwinning met een nominale pompcapaciteit van min. 5 m³/uur, wordt de heffing op waterverontreiniging gebaseerd op de heffingsaangifte die jaarlijks vóór 15 maart bij de VMM dient ingediend te worden. De formule voor de berekening van de heffing betreft:

H = N x T

Met:

  • H = bedrag van de heffing (euro)
  • N = aantal vervuilingseenheden (VE)
  • T = het geïndexeerd eenheidstarief (euro/VE)

Om het aantal vervuilingseenheden vast te stellen kan men kiezen voor een berekening o.b.v. meetgegevens van het geloosde afvalwater (uitgebreide methode) of een forfaitaire berekeningsmethode o.b.v. het waterverbruik en sectorspecifieke omzettingscoëfficiënten.

Verwerkbaarheid van het afvalwater

Een belangrijke wijziging voor riool-lozers betreft het in rekening brengen van de verwerkbaarheid van het afvalwater:

  • Bij slecht verwerkbaar afvalwater (bv. sterk verdund met lage vuilvracht) zal een extra kost aangerekend worden;
  • Bij complementair (bevordert werking RWZI) afvalwater zal een korting toegekend worden;
  • Bij goed verwerkbaar afvalwater zal het bedrag niet wijzigen.

Hiertoe wordt bij de formule ter bepaling van de vuilvracht een extra factor Nv toegevoegd:

N = N1 + N2 + N3 + Nk + Nv

Bij de uitgebreide methode wordt Nv bepaald o.b.v. de gemeten karakteristieken van het geloosde afvalwater (COD, BOD, N en P), bij de forfaitaire methode wordt gebruik gemaakt van een sectorspecifieke factor.

Er werd een overgangstermijn voorzien voor het in rekening brengen van de verwerkbaarheid. Zo dient Nv de eerste jaren vermenigvuldigd te worden met een overgangscoëfficiënt volgens onderstaand overzicht:

Correctie voor Nv

Heffingsjaar

Overgangscoëfficiënt

2013

0

2014

0

2015

0,33

2016

0,66

Vanaf 2017

1,00


Hieruit blijkt dat de verwerkbaarheid van het afvalwater voor 1/3 in rekening gebracht zal worden vanaf heffingsjaar 2015, dus met betrekking tot exploitatiejaar 2014. Vanaf exploitatiejaar 2016 zal de factor volledig in rekening gebracht worden.

Nieuwe omzettingscoëfficiënten voor een aantal sectoren

Tien sectoren kregen nieuwe omzettingscoëfficiënten. Het gaat om de volgende sectoren: cacao-, chocolade-, suikerwerk- en honingfabrieken (sector 7), aardappelbedrijven (sector 19a), groentebedrijven (sector 19b), pluimveeslachterijen (sector 39), slachthuizen (sector 41), textielbedrijven (sector 45), vleeswarenbedrijven (sector 49), natwasserijen (sector 51a), niet-gesaneerde en gesaneerde bedrijven in de zuivelindustrie (sector 53a/b).

De grondslag voor de berekening van de N1-factor voor deze sectoren wijzigde ook. Nu vertrekt men van het jaarwaterverbruik in plaats van de productiecijfers.

Daarnaast werd een nieuwe sector 59 ingevoerd voor afvalwater afkomstig van sanitaire installaties.

Deze wijziging is relevant voor bedrijven van deze sectoren die gebruik maken van de forfaitaire berekeningsmethode. Er werd een overgangstermijn van 3 jaar voorzien.

Tijdelijke, nood- en onvergunde lozingen

Tijdelijke lozingen (bv. door onderhoudswerken of bij aanpassingen van de eigen waterzuivering) en noodlozingen (bij calamiteiten of overmacht) worden voortaan geregeld via de milieuvergunning. De voorwaarden en kosten worden vastgelegd in een saneringscontract met Aquafin.

Onvergunde lozingen zijn lozingen van afvalwater via niet-vergunde lozingspunten, niet gemelde noodlozingen of lozingen die niet volgens het contract gebeuren. Hiervoor werd een nieuwe heffingsregeling ingevoerd die zal gebeuren o.b.v. de duur, het (geschatte) debiet en een aangepaste omzettingscoëfficient. Om de duur te beperken, wordt ook een progressiefactor in de formule ingevoegd, zodat het tarief stijgt i.f.v. de duur en de frequentie.

Optimalisatie integrale waterfactuur

Rioollozers betaalden tot op heden, naargelang van de herkomst van hun water, gemeentelijke saneringsbijdragen en -vergoedingen (leidingwater of eigen waterwinning) en bovengemeentelijke saneringsbijdragen (leidingwater). Indien het bedrijf een saneringscontract afgesloten heeft (eigen waterwinning) komt daar nog een vergoeding aan Aquafin bij. Ook blijven ze een restheffing (verschil berekende heffing op waterverontreiniging en reeds gefactureerde bovengemeentelijke saneringsbijdrage) betalen aan de VMM, die niet fiscaal aftrekbaar is.

Vanaf 2014 zou dit moeten veranderen. Rioollozers zullen dan nog maar één factuur ontvangen van de drinkwatermaatschappij. Daarop zullen zowel de gemeentelijke als de bovengemeentelijke saneringskosten opgesplitst worden in twee fiscaal aftrekbare componenten (bijdragen en vergoedingen) waarvoor een verschillend btw-tarief geldt: 6% voor de bijdragen en 21% voor de vergoedingen. De restheffing zou nul moeten benaderen, maar blijft behouden.

In de praktijk

Rioollozers dienen de impact van het in rekening brengen van de verwerkbaarheid van hun afvalwater na te gaan. Hierbij dient geëvalueerd te worden of er maatregelen mogelijk en/of vereist zijn om de verwerkbaarheid van het afvalwater te verbeteren. Slecht verwerkbaar afvalwater kan zorgen voor een toename van het heffingsbedrag met 25-30%.

Ook de nieuwe omzettingscoëfficiënten kunnen van belang zijn indien uw bedrijf tot één van de genoemde sectoren behoort. De impact op het heffingsbedrag kan zeer aanzienlijk zijn. Een mogelijke oplossing betreft het overstappen op de uitgebreide methode.

Daarnaast dient elk bedrijf ook te bekijken of het opnemen van een tijdelijke of noodlozing in hun milieuvergunning noodzakelijk is. Dit gaat steeds gepaard met het opstellen van een saneringscontract met Aquafin.


Gepubliceerd op 22/04/2014.


 

Did you find this useful?