Article

KMO-update

De nieuwe meldingsplicht van juridische constructies

Vanaf aanslagjaar 2014 zal in de aangifte in de personenbelasting, naast de opgave van buitenlandse bankrekeningen en buitenlandse levensverzekeringspolissen, eveneens melding gemaakt moeten worden van “juridische constructies”.

De nieuwe aangifteplicht kadert in de algemene, internationale trend om vermogen transparanter te maken. Zo ook klinkt het in de verantwoording bij het initiële wetsontwerp, dat het niet de bedoeling is om dergelijke juridische constructies te verbieden, maar “enkel om transparantie te creëren en het bestaande heffingsvacuüm te herstellen”.

De meldingsplicht houdt in dat de belastingplichtige de juridische constructies moet vermelden waarvan hijzelf, zijn echtgeno(o)t(e) of zijn kinderen van wie hij het wettelijk genot van de inkomsten heeft, hetzij een oprichter is, hetzij (bij zijn weten) op enigerlei wijze of ogenblik een (potentieel) begunstigde is.

Onder “oprichter” wordt niet enkel de natuurlijke persoon die de constructie heeft opgericht begrepen, maar ook:

  • de natuurlijke persoon die goederen of rechten heeft ingebracht in een constructie opgericht door een derde;
  • de natuurlijke persoon die erfgenaam is van de hiervoor bedoelde personen, tenzij zij aantonen dat zijzelf (of hun rechthebbenden) op geen enkel ogenblik of geen enkele manier van financiële of andere voordelen toegekend door de constructie zullen genieten.

Het begrip “juridische constructie” is bijzonder ruim gedefinieerd, waardoor er vandaag twijfel over bestaat welke structuren precies gemeld zullen moeten worden. Zeer recent is er alvast duidelijkheid gekomen omtrent de Belgische burgerlijke maatschap: deze zou volgens Minister van Financiën Geens niet beantwoorden aan de definitie van een juridische constructie. De burgerlijke maatschap moet dus niet worden ‘gemeld’.

Verder blijkt uit de wet dat, enerzijds, trustachtige structuren (o.a. de Angelsaksische, Zwitserse en Monegaskische trusts, Liechtensteinse Anstalten en Stiftungen, etc..) hoe dan ook wel worden geviseerd. Anderzijds, zullen ook zeker de niet of laag belaste buitenlandse vennootschappen (o.a. de Antilliaanse of BVI vennootschappen) gemeld moeten worden. Voor deze laatste groep werd een koninklijk besluit gepubliceerd dat een lijst bevat van de voor welbepaalde landen geviseerde rechtsvormen.

Brendan Kerremans – Tax & Legal Services

Gepubliceerd op 07/05/2014.


 

Did you find this useful?