Article

KMO-update

Nieuwigheden vanaf 1 januari 2016: een vooruitblik

Op 1 januari 2016 zullen een aantal belangrijke zaken wijzigen op het gebied van btw. Zo wordt de toepassing van het verlaagd tarief van 6% bij verbouwing en renovatie van privéwoningen beperkt door het optrekken van de ouderdomsvereiste van 5 naar 10 jaar. Daarnaast zullen rechtspersonen die een mandaat als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar opnemen, verplicht worden zich te identificeren voor btw en btw aan te rekenen. Tenslotte wordt de wettelijke regeling inzake opeisbaarheid van btw herzien en krijgt het uitreiken van de factuur hierbij weer een belangrijke rol.

Werken in onroerende staat: ouderdomsvereiste

Wat de werken van verbouwing en renovatie aan oude gebouwen (privéwoningen) betreft, voorziet het KB nr. 20 in de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6%. Uiteraard moet hier wel voldaan zijn aan de algemene voorwaarden van KB nr.20, Bijlage, Tabel A, XXXVIII.

Het Regeerakkoord van 9 oktober 2014 bepaalde dat de ouderdomsvereiste zal worden aangepast. Deze vereiste houdt momenteel in dat dat de werken in onroerende staat (of ermee gelijkgestelde handelingen) verricht moeten worden aan een gebouw waarvan de eerste ingebruikneming minstens 5 jaar geleden heeft plaatsgevonden. De regering heeft beslist dat deze ouderdomsvereiste vanaf 1 januari 2016 zal worden opgetrokken naar 10 jaar (Parlementaire vraag nr. 83, Servais Verherstraeten, 18 december 2014).

Het eerste tijdstip van opeisbaarheid van btw over de werken is van belang om te bepalen of de ouderdomsvereiste van 5 of 10 jaar zal gelden. Indien dit tijdstip van opeisbaarheid van btw zich voordoet vóór 1 januari 2016, geldt de ouderdomsvereiste van 5 jaar nog. Indien dit tijdstip zich voordoet vanaf 1 januari 2016, geldt de ouderdomsvereiste van 10 jaar.

Momenteel bestaat er echter nog onduidelijkheid over hoe dit tijdstip van opeisbaarheid van btw moet bepaald worden. Er gelden immers op dit moment verschillende regelingen inzake opeisbaarheid en er wordt bovendien een nieuwe wettelijke regeling ingevoerd vanaf 1 januari 2016 (zie verder). Verwacht wordt dat de administratie voor het einde van 2015 de nodige toelichting zal geven met betrekking tot de overgangsmaatregelen.

Bestuurdersmandaten

De rechtspersonen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap optreden zijn in principe btw-belastingplichtig. Tot eind 2015 eist de btw-administratie echter niet de btw-identificatie van deze rechtspersonen. Er geldt een keuzestelsel, waarbij deze rechtspersonen kunnen kiezen om al dan niet de gewone btw-regels toe te passen. In het geval de gewone btw-regels worden toegepast, is een btw-identificatie vereist en dienen de handelingen van deze rechtspersonen aan btw te worden onderworpen.

Ingevolge een ingebrekestelling door de Europese Commissie van 3 december 2013 (5899/13/TAXU) heeft de administratie echter beslist dat voor deze rechtspersonen vanaf 1 januari 2016 de keuzemogelijkheid wordt geschrapt. Zij zullen zich steeds moeten identificeren voor btw-doeleinden en zullen hun handelingen steeds aan btw moeten onderwerpen. (Beslissing btw nr. E.T. 125.180/2 d.d. 12.12.2014).

Niettegenstaande België eveneens in gebreke werd gesteld door de Europese Commissie aangaande het standpunt voor natuurlijke personen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap optreden, blijft (tot nader order) gelden dat deze personen als niet-btw belastingplichtige worden aangemerkt (geen keuzemogelijkheid).

Om na te gaan of de handelingen verricht door de rechtspersonen die als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap optreden al dan niet verplicht onderworpen zijn aan btw, dient nagegaan te worden of het tijdstip van opeisbaarheid van btw zich voordoet vóór 1 januari 2016 (volgens de gewone regels inzake opeisbaarheid van btw). Wat de handelingen betreft die vergoed worden door de uitkering van tantièmes, geldt als tijdstip van opeisbaarheid van btw de datum waarop de jaarlijkse algemene vergadering van de betrokken vennootschap de beslissing tot uitkering van tantièmes neemt (ongeacht de datum waarop het boekjaar wordt afgesloten).

Inzake de inwerkingtreding en interpretatie van deze nieuwe regels, verwachten we dat de administratie voor het einde van 2015 een omstandige administratieve verduidelijking zal publiceren.

Opeisbaarheid van btw

Wij hebben reeds de nieuwe wettelijke regeling inzake opeisbaarheid van btw (geldig vanaf 1 januari 2016) toegelicht. Zo zal voor lokale leveringen en lokale diensten in een B2B-context, de btw de facto opeisbaar worden wanneer de factuur wordt uitgereikt (ongeacht of deze voor of na de levering of dienstverrichting wordt uitgereikt). De factuur dient hierbij wel uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgend op de maand waarin het belastbaar feit zich heeft voorgedaan, uitgereikt te worden. Afwijkingen op de opeisbaarheid volgens uitreiking van de factuur worden voorzien bij laattijdige uitreiking van de factuur en bij een betaling die de factuur voorafgaat.

Wat de leveringen en dienstverrichtingen voor publiekrechtelijke lichamen (‘B2G’) betreft, wordt het incasseringstelsel ingevoerd. Dit houdt in dat de btw voor lokale leveringen en lokale diensten ten belopen van een ontvangen bedrag opeisbaar wordt op het moment van ontvangst van betaling. Let wel, dit geldt niet in geval de btw verlegd wordt naar de medecontractant (dan gelden de regels zoals in een B2B-context).

Philip Decoster – VAT Department

Did you find this useful?