Article

KMO-update

De onbeslagbaarheid van de gezinswoning

De initiële wet van 25 april 2007 werd gewijzigd bij wet van 6 mei 2009; een tweede wijziging gebeurde bij wet van 15 januari 2014. De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende:

1. Toepassingsgebied

Wie?

Volgende zelfstandigen konden reeds gebruik maken van deze bescherming:

  • Natuurlijke persoon die een zelfstandige beroepsbezigheid in hoofdberoep uitoefent (initiële wet)
  • Natuurlijke persoon - mandataris van een rechtspersoon (wet 2009)

Wet 2014:

De bescherming kan ook gevraagd worden door de zelfstandige in bijberoep en een gepensioneerde met een toegelaten zelfstandige activiteit.

Welk onroerend goed?

De zakelijke rechten (eigendomsrecht / vruchtgebruik / erfpacht / opstal) op het onroerend goed waar de zelfstandige zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft. Dus niet: recht van gebruik en bewoning.

Een duidelijke omschrijving wordt opgenomen in desbetreffende notariële akte. Met het oog op de kennisgeving aan derden en tegenstelbaarheid aan derden wordt deze akte overgeschreven op het hypotheekkantoor.

Wet 2014:

Bij latere uitbreiding van de zakelijke rechten van de zelfstandige op hetzelfde onroerend goed, worden de effecten van de verklaring met retroactieve kracht uitgebreid op de nieuw verworven rechten. Vb. de vruchtgebruiker verwerft ook de blote eigendom; de erfpachter verwerft ook de tréfonds,…

De uitbreiding omvat niet de nieuwe rechten op een ander onroerend goed (vb. naastliggend perceel grond wordt eveneens aangekocht om de gezinswoning uit te breiden)

2. Instemming van de echtgenoot

De gehuwde zelfstandige dient instemming van zijn echtgenoot teneinde deze verklaring van onbeslagbaarheid af te leggen; het speelt daarbij geen rol of de gezinswoning onverdeeld eigendom is tussen beide echtgenoten, toebehoort aan de huwgemeenschap, of zelfs volledig eigendom is van de zelfstandige.

Wet 2014:

Naar analogie met artikel 215 BW werd voorzien in een vervangende machtiging door de rechtbank (rechtbank 1ste aanleg of voorzitter van die rechtbank bij hoogdringendheid) indien de echtgenoot zonder gewichtige redenen weigert of indien deze vermoedelijk afwezig is, onbekwaam werd verklaard of in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven.

3. Gemengd gebruik

  • Indien de oppervlakte die gebruikt wordt voor beroepsdoeleinden kleiner is dan 30 % van de totale oppervlakte van het onroerend goed, kunnen de rechten op het gehele onroerend goed niet-vatbaar voor beslag verklaard worden.
  • Beslaat de oppervlakte die wordt gebruikt voor beroepsdoeleinden 30 % of meer, dan dienen statuten opgemaakt alvorens enkel het privé-gedeelte niet-vatbaar voor beslag verklaard kan worden.

Wet 2014:

Voor de berekening van het percentage beroeps/privé, dient de totale oppervlakte van het gebouw (berekend over alle verdiepingen), evenals de oppervlakte van het terrein in rekening te worden gebracht.

Oppervlakten die zowel beroeps- als privégebruik kennen, worden geacht in hun geheel voor beroepsdoeleinden te worden gebruikt, tenzij het gaat om oppervlakten die enkel als doorgang worden aangewend. Deze laatste oppervlakten worden geacht in hun geheel privé gebruikt te worden, zolang zij geen enkele professionele functie vervullen (vb. er mogen ook geen professionele archiefkasten in deze ruimten staan)

4. Behoud van bescherming

Ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel

Wet 2014:

De nieuwe wet verduidelijkt dat in volgende gevallen de bescherming blijft gelden wanneer de hoofdverblijfplaats wordt toebedeeld aan degene die de verklaring heeft gedaan:

  • Overlijden;
  • Echtscheiding;
  • Gerechtelijke scheiding van goederen;
  • Wijziging huwelijksvermogensstelsel.

Verlies van hoedanigheid van zelfstandige

Wet 2014:

De nieuwe wet verduidelijkt dat de bescherming blijft bestaan voor het verleden na verlies van de hoedanigheid van zelfstandige, zelf na een faillissement. In dit laatste geval kan de curator van een gefailleerde zelfstandige niet afzien van de gedane verklaring. Ook bij verandering of stopzetting van de zelfstandige activiteit blijft de bescherming bestaan.

Verkoop / overdracht zakelijke rechten

Een zelfstandige die de beschermde hoofdverblijfplaats verkoopt om met de opbrengst een nieuwe hoofdverblijfplaats te kopen, blijft van de bescherming genieten, mits volgende voorwaarden worden nageleefd:

  • De opbrengst van de verkoop van de eerste hoofdverblijfplaats blijft bewaard in handen van de notaris. (deze geldsom geniet eveneens bescherming tegen beslag)
  • De nieuwe hoofdverblijfplaats wordt aangekocht binnen de termijn van 1 jaar (te rekenen vanaf datum authentieke verkoopakte)
  • In de authentieke verkrijgingsakte wordt de verklaring van wederbelegging van de gelden opgenomen.

5. Einde van de bescherming

Overlijden van de zelfstandige

Wet 2014:

Door het overlijden van de zelfstandige wordt de verklaring herroepen, maar deze herroeping geldt enkel voor de toekomst; de bescherming blijft haar uitwerking behouden voor de schulden uit het verleden.

Afstand van de verklaring

Wet 2014:

Indien de zelfstandige afziet van het voordeel van de verklaring in het belang van 1 of meer schuldvorderingen, brengt dat met zich mee dat hij afziet van het voordeel ten opzichte van alle schuldvorderingen. Er kan met andere woorden geen conventioneel voordeel worden toegestaan aan een individuele schuldeiser.

Hilde Vandemaele, Tax & Legal Services


Gepubliceerd op 16/09/2014.

 

Did you find this useful?