Article

KMO-update

Opleidingskosten met het oog op toekomstig werk: Cassatie hakt de knoop door

Cassatie bevestigt: kosten van opleidingen die gedaan zijn om een nog niet uitgeoefende beroepsactiviteit te kunnen uitoefenen, betreffen uitgaven van persoonlijke aard die niet voor aftrek als beroepskost in aanmerking komen overeenkomstig artikel 53, 1° WIB92.

Zijn de kosten van een voortgezette opleiding, zoals een MBA (master of business administration) of LLM (master of laws), zonder rechtstreeks verband met een huidige beroepswerkzaamheid in aanmerking te nemen als aftrekbare beroepskosten? Een vraag die reeds meermaals door hoven en rechtbanken werd beoordeeld.

Wetgeving

Om als beroepskosten aftrekbaar te zijn, moeten belastingplichtigen kunnen aantonen dat de uitgaven een noodzakelijke band hebben met de beroepsactiviteit en aldus bijdragen tot het verkrijgen of het behouden van hun beroepsinkomsten (art. 49 WIB92). Kosten van onderwijs worden aanzien als private kosten dewelke overeenkomstig art. 53, 1° WIB92 niet voor aftrek als beroepskosten in aanmerking komen.

Standpunt administratie

De administratie laat toe dat opleidingskosten worden aftrokken indien ze gemaakt worden op het ogenblik dat de beroepswerkzaamheid reeds is aangevangen en indien de kosten er rechtstreeks verband mee houden (Com.IB 92 nr. 53/13). Wanneer deze opleidingskosten worden gemaakt om toegang te krijgen tot een nog niet eerder uitgeoefende beroepsactiviteit, worden de kosten als persoonlijke uitgaven beschouwd die niet in aanmerking als aftrekbare beroepskosten. Die uitgaven zouden namelijk geen direct verband houden met en zijn evenmin noodzakelijk voor de beroepsactiviteit.

Ook de Rulingcommissie volgt dit standpunt en leverde tot nog toe enkel positieve beslissingen af inzake de aftrekbaarheid van de opleidingskosten in de gevallen dat de MBA of LLM ertoe bijdraagt de verdere carrière bij een huidige werkgever te bevorderen. De kosten van opleidingen, waarvan de werkgever bevestigd dat deze in rechtstreeks verband staan met zijn beroepswerkzaamheden en waardoor de kansen op promotie zullen verhogen, mogen door de aanvrager als beroepskosten worden afgetrokken in zijn belastingaangifte. Uit de beslissingen kan men afleiden dat in dat geval o.a. volgende kosten geheel of gedeeltelijk aftrekbare beroepskosten kunnen zijn: kosten m.b.t. inschrijving voor de opleiding, de kosten van de verplichte gezondheidsverzekering, de toelatingstesten, het studentenvisum, de bijkomende studiemodules, de aankoop van boeken en cursussen, de lokale logieskosten, de kosten van de laptop en gsm, de reis en transportkosten en de internetkosten.

Visie van de rechtspraak

De rechtspraak nam in het verleden echter soms een milder standpunt in. In bepaalde gevallen werd geoordeeld dat kosten met betrekking tot een voortgezette opleiding na universitaire studies of kort na aanvang van beroepsactiviteiten toch aftrekbare beroepskosten kunnen zijn (Gent 3 juni 2003, Rb. Brugge 9 juni 2010). Zo werden de kosten van een LLM diploma als aftrekbaar beschouwd omwille van het feit dat het volgen van de opleiding werd aangeraden en verzocht door het advocatenkantoor waarbinnen de belastingplichtige zijn werkzaamheden als advocaat-stagiair zou aanvatten na de studie. De buitenlandse studies waren een “de facto”-vereiste voor het optimaal functioneren van advocaten binnen het kantoor (Gent 22 januari 2002). Voorts werd in het verleden zelfs de aftrek aanvaardt van inschrijvingskosten in een hogeschool betaald door een belastingplichtige die op het punt stond zijn job te verliezen en die hem in staat stelde om een nieuwe job te vinden (Rb. Brussel 14 juni 2012).

Hof van Cassatie

Concreet betrof het een bedrijfsjurist, werkzaam bij een Belgische vennootschap, die besliste om tijdskrediet op te nemen teneinde een LLM diploma te behalen aan een in de Verenigde Staten gevestigde universiteit. De belastingplichtige had zijn arbeidsovereenkomst met de Belgische vennootschap op eigen initiatief onderbroken om in de VS te gaan studeren, zonder enige verplichting van zijn toenmalige werkgever. Tijdens de opleiding in de VS komt hij in contact met een advocatenkantoor gevestigd te Brussel, hetwelk geen enkele band heeft met de Belgische vennootschap werkgever. Na de opleiding wordt de belastingplichtige een contract aangeboden door dit advocatenkantoor en beëindigd deze zijn arbeidsovereenkomst met de Belgische vennootschap. Het Hof beslist dat de kosten die worden gemaakt voor de opleiding in de VS gemaakt worden voor een toekomstige activiteit en derhalve niet voor aftrek in aanmerking komen.

Lise Coteur, Tax & Legal Services


Gepubliceerd op 16/09/2014.

Did you find this useful?