Article

KMO-update

Optimalisatie van de tax cash-out: de opportuniteit van voorafbetalingen

In huidige economische tijden is het nauwgezet opvolgen van kasstromen essentieel voor het welslagen van de onderneming. Echter, nog al te vaak worden de kasstromen met betrekking tot belastingschulden uit het oog verloren. Nochtans liggen ook hier enkele optimalisaties voor het rapen.

Vennootschappen en zelfstandigen worden door de overheid aangespoord om via voorafbetalingen de belastingen op de winsten reeds geheel of gedeeltelijk in de loop van het jaar te betalen. Hoewel voorafbetalingen niet verplicht zijn, zal de onderneming die ze niet of onvolledig voldoet, geconfronteerd worden met een verhoging van de belasting ten belope van 2,25 keer de basisrentevoet verminderd met de eventuele bonificaties van de gestorte voorafbetalingen.

Voor het aanslagjaar 2015 werd die basisrentevoet per KB (24.02.2014, Staatsblad 27.02.2014) vastgelegd op 0,75%, waardoor de vermeerdering globaal 1,6875% zal bedragen. De eventuele bonificaties zijn afhankelijk van het kwartaal van het boekjaar waarin ze voldaan worden. Voor een boekjaar dat afsluit per 31.12.2014 geeft dit:

Limietdatum*:

10.04.2014

10.07.2014

10.10.2014

22.12.2014

Bonificatie:

2,25%

1,875%

1,5%

1,125%


*bij een gebroken boekjaar (30.X.2014) dient het aantal maanden (X) bij de limietdatum geteld te worden.

De basisrentevoet van 0,75% is op eerder uitzonderlijke wijze tot stand gekomen. Wettelijk gezien dient men de stand van de ECB rente op 1 januari van het kalenderjaar te nemen en die te verminderen met 1 procentpunt (art. 161 WIB). Voor aanslagjaar 2015 zou dit echter resulteren in een basisrentevoet van… 0%. De regering heeft gebruikgemaakt van haar recht om hiervan af te wijken en dit om ondernemingen te incentiveren vooralsnog over te gaan tot voorafbetalingen (art. 162 WIB).

Ondernemingen dienen dus de afweging te maken of de sanctie op het niet voorafbetalen van de verschuldigde belastingen ten belope van maximaal 1,6875% opweegt tegen de voordelen om de cash gedurende een hele periode in de onderneming aan te wenden. Tussen de eerste voorafbetaling en de uiterste betaaldatum van de aanslag zit algauw anderhalf jaar:

Tijdslijn.

*wettelijk voorziene indieningsdatum. In de praktijk kan de aangifte later ingediend worden. De uiterste indieningsdatum is in casu ook de vroegste datum voor het vestigen van de aanslag.

Omgekeerd kan de onderneming nu reeds overgaan tot voorafbetalingen zodat ze later niet voor verrassingen komt te staan. Bovendien hoeft men niet te wachten tot het aanslagbiljet in de bus valt om het positieve saldo van voorafbetalingen terug te claimen: Het teveel aan voorafbetalingen kan ook teruggevraagd of overgedragen worden. Dit kan interessant zijn wanneer de resultaten van vorig jaar zijn tegengevallen en er te veel vooraf is betaald. Op die manier hoeft men immers geen jaar te wachten om terug over het geld te kunnen beschikken. De overdrachten worden aanzien als voorafbetalingen van het eerste kwartaal en genieten dan ook van de maximale bonificatie.

De bestemming van de voorafbetalingen kan gewijzigd worden d.m.v. een schriftelijke aanvraag aan de Dienst der Voorafbetalingen tot één maand na de datum waarop het rekeninguittreksel voorafbetalingen is verstuurd. Een uittreksel dat met datum van 10.03.2014 wordt uitgestuurd, geeft de onderneming tot 10.04.2014 de tijd om de bestemming van de voorafbetalingen van het jaar 2013 (aj. 2014) te wijzigen.

Let wel, vanaf aanslagjaar 2014 dient de vennootschap ook rekening te houden met de mogelijke gevolgen van de fairness-tax. De fairness-tax is een belasting op dividenduitkeringen waarop geen effectieve vennootschapsbelasting werd betaald ingevolge notionele interestaftrek en aftrek vorige verliezen. De regering heeft op de valreep besloten om het overschot van de voorafbetalingen (en RV) eerst aan te wenden voor deze belasting, alvorens het saldo terug te storten (toevoeging aan art 304 §2, lid 2 WIB middels de wet van 21.12.2013).

Het systeem van voorafbetalingen laat de onderneming toe om, uitgaande van haar cashpositie, de verwachte resultaten en de financieringskosten, de impact van belastingkosten op haar kasstromen beter te beheersen. Echter, voor wat betreft aj 2015 kan men zich de vraag stellen of de vermeerdering met maximaal 1,6875% wel voldoende incentive biedt om ondernemingen aan te zetten om hun vennootschapsbelasting vooraf te betalen.

Bruno Teirlynck, Tax & Legal Services


Gepubliceerd op 05/05/2014.


 

Did you find this useful?