Article

Vlaamse ‘Oude’ en ‘nieuwe’ leningen na de 6e Staatshervorming

KMO-update

Belastingplichtigen die voor hun eigen en enige woning een ‘oude’ lening hebben aangegaan en een nieuwe aanvullende lening wensen af te sluiten voor diezelfde woning, verliezen onder invloed van de 6e Staatshervorming hun keuzemogelijkheid qua fiscaal stelsel voor de nieuwe aanvullende lening.

Nemen we bijvoorbeeld Jan en An. Zij sloten in 2003 een hypothecaire lening voor de aankoop van hun enige en eigen woning in Gent. Ze maken dus al enkele jaren aanspraak op de belastingvermindering voor het bouwsparen. In 2014 beslisten ze verbouwingswerken uit te voeren aan hun woning. Hiervoor sloten ze een aanvullend hypothecair krediet af.

Vóór de staatshervorming konden Jan en An ervoor opteren om deze aanvullende lening, in het jaar van afsluiten, onder te brengen onder de aftrek enige en eigen woning. In dat geval verloren zij de voor de oude lening van 2003 elk fiscaal voordeel. Ze konden er echter ook voor opteren om, zowel voor de oude als de nieuwe aanvullende lening, de belastingvermindering voor bouwsparen verder te genieten.

Deze laatste keuze voor het bouwsparen is sinds de staathervorming in Vlaanderen niet meer mogelijk. Ofwel opteren Jan en An ervoor om de aanvullende lening fiscaal in te brengen onder de afgeslankte gewestelijke woonbonus, ofwel blijft het oude fiscale voordeel voor de oorspronkelijke lening behouden en zal de nieuwe aanvullende lening geen recht meer geven op het bouwsparen.

Op federaal niveau zijn de stelsels van woonbonus, bouwsparen en de bijkomende interestaftrek uitdovende maatregelen. Wordt de eigen woning waarvoor de gewestelijke belastingvermindering voor bouwsparen of enige woning geldt een niet-eigen woning, dan valt men in principe terug op de federale belastingvermindering voor bouwsparen of de federale belastingvermindering voor enige woning. Vanaf aanslagjaar 2017 is dat echter niet meer zo en geeft een eigen woning die na 2015 een niet-eigen woning wordt, geen recht meer op de federale vermindering voor bouwsparen noch voor enige woning. De kapitaalaflossingen en levensverzekeringspremies komen dan enkel nog in aanmerking voor de federale belastingvermindering voor langetermijnsparen.

Stel dat Jan en An besluiten om in juni 2015 te verhuizen van hun woning in Gent naar een nieuw aangekochte woning in Antwerpen. De kapitaalaflossingen van hun in 2003 afgesloten lening zullen nog recht geven op de federale vermindering voor het bouwsparen (marginaal tarief min 30%). Verhuizen ze pas in januari 2016 dan zullen deze kapitaalaflossingen nog slechts in aanmerking komen voor de federale belastingvermindering voor langetermijnsparen (30%).

Indien men dus van plan is te verhuizen, dan kan u het best nagaan welk regime het meest belastingvoordeel oplevert en uw verhuis in dat opzicht ‘fiscaal’ te plannen.

Afschaffing cumul woonbonus en bouwsparen

Tot en met aanslagjaar 2014 waren de vermindering voor bouwsparen en de woonbonus uitzonderlijk cumuleerbaar. Die cumul en de verschillende situaties waarin de cumul mogelijk was, zoals de hypotheekoverdracht, de aankoop van een woning samen met de verkoop van een oude woning in hetzelfde jaar, staan beschreven in de circulaire Ci.RH.26/581.538 van 17 juli 2007. Vanaf aanslagjaar 2015 is de cumulmogelijkheid echter uitdrukkelijk geschrapt door de wetgever. Het cumulverbod geldt ook voor de lopende leningen.

Inge Sercu, isercu@deloitte.com


Gepubliceerd op 13/04/2015.

Version française
Did you find this useful?