Article

KMO-update

Wie is gehouden tot volstorting bij overdracht van niet-volgestorte aandelen?

Het schenken of verkopen van aandelen houdt steeds de nodige risico’s in. Vaak staat men niet stil bij de volstortingsplicht en de wettelijke regeling hieromtrent.

Eén van de belangrijkste verplichtingen van een aandeelhouder bestaat immers in het volstorten van de door hem onderschreven inbreng. Deze volstortingsplicht heeft tot doel ervoor te zorgen dat de vennootschap over voldoende middelen beschikt bij haar bedrijfsvoering en biedt de nodige bescherming aan de schuldeisers van de vennootschap. In vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid is iedere aandeelhouder dan ook slechts gehouden voor het totale bedrag van zijn inbreng, maar niet voor meer.

Vooreerst dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de inbreng in geld dan wel een inbreng in natura. In de BVBA dienen de aandelen die geheel of gedeeltelijk met een inbreng in natura overeenstemmen, reeds bij de oprichting volledig volstort te worden. Voor aandelen die een inbreng in geld vertegenwoordigen, dient ten minste één vijfde volgestort te zijn. In de NV daarentegen moeten de aandelen die overeenstemmen met een inbreng in geld en met een inbreng in natura, één vierde volstort zijn. Bovendien dienen de aandelen die een inbreng in natura vertegenwoordigen, binnen een termijn van vijf jaar na de oprichting volstort te worden.

In geval van niet-volledige volstorting bij de oprichting of bij een kapitaalverhoging, bezit de vennootschap in principe een schuldvordering ten aanzien van de aandeelhouder tot verdere uitvoering van de door hem aangegane inbrengverbintenis.

Maar wat met de volstorting bij een overdracht van niet-volgestorte aandelen?

Het wetboek van vennootschap bepaalt in artikel 507 voor naamloze vennootschappen expliciet: “de overdracht van niet volgestorte aandelen kan de inschrijvers niet ontslaan van de verplichting om ten belope van het niet volgestorte bedrag bij te dragen in de schulden van voor de openbaarmaking van de overdracht. De overdrager heeft hoofdelijk verhaal op hem op wie hij zijn aandelen heeft overgedragen en op de latere overnemers”.

In de wet is echter niet expliciet voorzien in een regeling voor de overdracht van niet-volgestorte aandelen in een BVBA.

Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen de drie onderstaande relaties, dit ter bescherming van de rechten van de vennootschap en haar schuldeisers.

  1. In de relatie tussen de verkoper van de aandelen en de koper wordt algemeen aanvaard dat de volstortingsplicht mee over gaat naar de koper. De volstortingsplicht is immers verbonden aan het aandeel en gaat bijgevolg samen met het eigendomsrecht over op de overnemer. Behoudens andersluidende overeenkomst zal de overnemer zich niet tot de overdrager kunnen wenden voor de volstorting.
  2. Met betrekking tot de relatie tussen de overdrager en de vennootschap wordt gesteld dat de overdragende vennoot niet meer aansprakelijk kan worden gesteld voor bijstortingen die opeisbaar worden ná de overdracht, met name ná de tegenstelbaarheid aan derden, meer bepaald wanneer de overdracht geldig wordt ingeschreven in het aandelenregister. Wanneer de volstortingen op het ogenblik van de overdracht reeds opeisbaar zijn, dan kan de vennootschap daarentegen de overdragende vennoot wel nog aanspreken.
  3. Tot slot kan volgens de meerderheidsvisie gesteld worden dat in de relatie ten aanzien van derden (schuldeisers) de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen voor de NV naar analogie kunnen toegepast worden op de BVBA. Zowel de koper als de verkoper zijn gehouden tot volstorting. De overdrager zal door de schuldeisers kunnen aangesproken worden voor de schulden die reeds dateren van vóór de overdracht.

Concreet kan gesteld worden dat bij een overdracht van aandelen de nodige voorzorgen dienen genomen te worden, dit om latere onaangename verassingen te vermijden. Veiligheidshalve is het aangewezen een clausule op te nemen in de overdrachtsovereenkomst waarin uitdrukkelijk bepaald wordt dat de koper van de aandelen de volstortingsplicht op zich neemt. Hierdoor wordt vermeden dat de verkoper nog aangesproken wordt tot betaling van het nog niet-volgestorte bedrag.

Sarah Verkimpe, Tax & Legal Services

Gepubliceerd op 16/09/2014.

 

Did you find this useful?