Article

KMO-update

Poststempel bepaalt indieningsdatum bezwaar per aangetekende brief

De fiscale procedure schrijft voor dat indien een belastingplichtige het oneens is met een aanslag in de inkomstenbelasting, hij/zij een bezwaar kan aantekenen en dit binnen de 6 maanden.

Deze periode van 6 maanden is reeds frequent een punt van discussie geweest. Zo was er in het verleden onduidelijkheid rond het aanvangsmoment van deze periode van 6 maanden. In 2010 werd dit uitgeklaard toen het Grondwettelijk Hof stelde dat er rekening moest worden gehouden met de 'ontvangsttheorie'. Dit hield in dat de bezwaartermijn maar begon te lopen vanaf de datum waarop de brief (aanslagbiljet of de aanslag) moest worden vermoed aan de geadresseerde te zijn aangeboden en niet vanaf de datum waarop de brief werd gepost.

De wetgeving werd passend gewijzigd en stelt nu dat de 6 maanden aanvangen op de 3e werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Indien men echter het aanslagbiljet elektronisch ontvangt, zal de bezwaartermijn al starten bij het aanbieden van het aanslagbiljet op elektronische wijze.

Het eindpunt van deze bezwaarperiode was evenmin duidelijk. Zo was de fiscale administratie de mening toegedaan dat het bezwaarschrift binnen de 6 maanden diende toe te komen en dit om als ‘tijdig’ te worden beschouwd. Als gevolg van deze interpretatie diende men steeds een aantal dagen voor het verstrijken van de bezwaartermijn het bezwaarschrift te versturen. Wanneer de post vertraging opliep, kon dit bijzonder nadelig uitvallen voor de belastingplichtige. In de praktijk werden eveneens veel aangetekende zendingen op de laatste dag van de bezwaartermijn verstuurd, waardoor al deze bezwaren laattijdig en bijgevolg onontvankelijk waren.

Bij de parlementaire voorbereidingen in 1999 werd nochtans gesteld dat het bezwaar als tijdig zou worden beschouwd wanneer het per aangetekende brief werd verstuurd op de laatste dag van de bezwaartermijn, zelfs indien het bezwaar pas één of twee dagen na de termijn bij de administratie zou toekomen. De volgende minister van financiën heeft deze interpretatie echter tegengesproken en stelde dat de bezwaarschriften binnen de vooropgestelde bezwaartermijn bij de administratie dienden toe te komen.

Bij wet van 25 april 2014 wordt er nu duidelijkheid geschept rond het eindpunt van de 6 maanden periode. In de wetsaanpassing wordt gestipuleerd dat indien het bezwaarschrift wordt ingediend bij aangetekende brief, de datum van de poststempel op het verzendingsbewijs als datum van de indiening geldt. Deze wetsbepaling is in werking getreden op 29 augustus 2014.

Hierbij valt op te merken dat de aanvaarding van de poststempel als indieningsdatum enkel geldt voor aangetekende brieven in het kader van de inkomstenbelasting. Voor niet-aangetekende bezwaarschriften blijft de regel dat het bezwaarschrift binnen de 6 maanden bij de administratie dient toe te komen om ontvankelijk te zijn.

Anjulie De Wit, Tax & Legal Services

Gepubliceerd op 16/09/2014.

Did you find this useful?