Article

Premies van schuldsaldoverzekering aftrekbaar als beroepskost?

KMO-update

Recent oordeelde de rechtspraak (rechtbank Brugge en Hof van Beroep Gent) positief omtrent de al dan niet aftrekbaarheid van premies van levensverzekeringen die worden afgesloten tot waarborg van beroepsmatige leningen. Het Hof van Cassatie daarentegen verwierp de aftrek van de premies. Welke conclusie kunnen we hieruit trekken?

In de personenbelasting geven premies van individuele levensverzekering (onder bepaalde voorwaarden) aanleiding tot een zogenaamde belastingvermindering (art 145 WIB92). De vraag stelt zich geregeld of deze premies al dan niet aftrekbaar zijn als beroepskost?

Het betreft doorgaans de situatie waarbij een onroerend goed voor beroepsdoeleinden wordt aangekocht aan de hand van een hypothecaire lening met daaraan een schuldsaldoverzekering gekoppeld. In bepaalde gevallen oordeelt de fiscus dat deze premies niet aftrekbaar zijn, omdat deze worden geregeld door de artikelen 145 WIB92 waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen “privatieve of beroepsmatige” contracten. De fiscus oordeelt dat artikel 145 WIB92 voorrang heeft op artikel 49 WIB92.

De rechtspraak volgt deze visie doorgaans niet en oordeelt dat de premies wel aftrekbaar kunnen zijn op basis van artikel 49 WIB92, op voorwaarde dat deze kosten verband houden met het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid en tijdens het belastbaar tijdperk werden gedaan om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.

Doorgaans vormt het afsluiten van een schuldsaldoverzekering een essentiële voorwaarde voor het bekomen van een lening, voor een (deels) beroepsmatig gebruikt onroerend goed. Dit impliceert dan ook dat deze premies voldoen aan de voorwaarden van artikel 49 WIB92 en bijgevolg aftrekbaar zijn als beroepskost. Volgens de heersende rechtspraak is er geen sprake van een hiërarchie tussen artikel 145 WIB en artikel 49 WIB maar eerder van een keuze tussen belastingvermindering en aftrek als beroepskost.

In een gelijkaardige zaak verwierp het Hof van Cassatie recent de aftrek als beroepskost. In deze zaak kon immers niet worden aangetoond dat de kost inherent was aan de uitoefening van het beroep. Het Hof oordeelde dat de schuldsaldoverzekering “uit eigen beweging” werd aangegaan en bijgevolg niet aftrekbaar was.

Deze uitspraak van het Hof van Cassatie mag niet veralgemeend worden. Indien men kan aantonen dat de schuldsaldoverzekering niet uit eigen beweging werd aangegaan, maar als voorwaarde werd gesteld voor het bekomen van een beroepsmatige lening, kunnen de premies worden afgetrokken als beroepskost.

Magalie Van Herreweghe, mvanherreweghe@deloitte.com


Gepubliceerd op 16/06/2015.

Version française
Did you find this useful?