Article

Roosters 87 en 46 van de btw-aangifte: gerichte controles als resultaat van datamining (vervolg)

KMO-update

De btw-administratie voert momenteel verscherpte controles uit op de inschrijvingen in de roosters 87 en 46 van de btw-aangifte.

Voortbouwend op een eerdere bijdrage schenken wij aandacht aan het gebruik van rooster 46 van de btw-aangifte. In het kader van de opmars van de dataminingtechniek stellen wij immers vast dat de administratie, naast het gebruik van rooster 87 van de btw-aangifte, eveneens een verhoogde aandacht heeft voor rooster 46, een rooster van de btw-aangifte dat bovendien vrij eenvoudig te controleren is.

Rooster 46 van de Belgische btw-aangifte vermeldt de omzet afkomstig uit de levering van goederen aan belastingplichtigen gevestigd in een andere Europese lidstaat, die voldoet aan de toepassingsvoorwaarden voor de vrijstelling als intracommunautaire levering van goederen.

Principieel dient op een levering van goederen met transport vanuit België aan een belastingplichtige gevestigd in een andere Europese lidstaat immers 21% Belgische btw worden aangerekend, tenzij de leverancier de vrijstelling als intracommunautaire levering van goederen naar een andere Europese lidstaat kan inroepen en aantonen. Wanneer aan alle voorwaarden voldaan is, kan de leverancier in deze situatie een factuur uitreiken zonder aanrekening van btw, waarna deze handeling dient gerapporteerd te worden in rooster 46 van de periodieke btw-aangifte, alsmede de intracommunautaire opgave.

Om van de vrijstelling van Belgische btw ingevolge een intracommunautaire levering te genieten dient cumulatief aan twee basisvoorwaarden te worden voldaan:

  • De afnemer dient een geldig Europees btw-nummer op te geven (i). Dit btw-nummer kan je controleren op de VIES-databank van de Europese Commissie. Wij raden aan om steeds een kopie van controle van het btw-nummer te bewaren op datum van de opmaak van de verkoopfactuur.
  • De leverancier moet het intracommunautair vervoer van de goederen kunnen aantonen (ii). Aan deze voorwaarde is slechts voldaan wanneer wordt aangetoond dat het vervoer van België naar een andere Europese lidstaat heeft plaatsgevonden.

Dit kan bewezen worden door een geheel van overeenstemmende gebruikelijke handelsdocumenten (o.a. de bestelbon, de vervoersfacturen, een betaling vanuit een buitenlandse rekening, de onderliggende contracten), waarvan geen enkel document op zich volstaat. Deze bewijsstukken dient de leverancier tezamen met de factuur te bewaren.

We merken dat de btw-administratie met betrekking tot de bewijsvoering van het intracommunautaire vervoer de bewijsstukken steeds strenger gaat beoordelen. Deze tendens kadert in de nieuwe regeling omtrent de facturatie, waarbij een verhoogde aandacht wordt geschonken aan het bedrijfsproces van de onderneming. De boekhouding van de belastingplichtige moet een betrouwbaar controlespoor kunnen tonen tussen de effectieve handeling en de uiteindelijke facturatie ervan. In deze context staat ook de bewijsvoering omtrent het transport van de goederen centraal.

Het vervoer van de goederen wordt verricht door een transportfirma

Wanneer het vervoer wordt verricht door een transportfirma is het belangrijkste bewijsstuk een kopie van de getekende CMR, die volledig werd ingevuld en de drie betrokken partijen vermeld. In dit opzicht zijn de overige handelsstukken bovendien ‘even essentieel zijn om het bewijs van het transport te staven’. Daarnaast kan een geschreven opdracht (bestelbon, order, …) die uitgaat van de koper, waarbij hij uitdrukkelijk aangeeft dat de goederen bestemd zijn om te worden vervoerd naar een andere lidstaat, evenals een ontvangstbewijs waarop de bestemming vermeld staat, elementen van een aanvullend bewijs vormen. Desondanks dient te worden gewaarschuwd dat de aanwezigheid van dergelijk bestelorder en/of ontvangstbewijs, zonder aanvullende bewijskrachtige stukken, het bestaan van het transport van de goederen niet afdoende aantoont.

Het vervoer wordt verricht door de koper met zijn eigen vervoermiddelen (levering ex-works)

De eerder aangehaalde bewijsstukken dienen ook in deze situatie worden verzameld, teneinde het bestaan van het intracommunautaire vervoer aan te tonen. Doordat er geen transportfirma tussenkomst, is het evenwel niet eenvoudig om het bestaan van het intracommunautaire transport te bewijzen. Ook hier kunnen een gedetailleerde bestelorder en/of een ontvangstbewijs van de koper een nuttige aanvulling vormen op de gebruikelijke handelsstukken verzameld door de Belgische leverancier.

Voornamelijk bij deze wijze van levering merken wij dat de btw-administratie steeds strenger optreedt. Indien de leverancier niet overtuigd is van de elementen die door de koper worden verstrekt, of twijfelt dat aan de voorwaarde van een transport naar een andere Europese lidstaat niet zal worden voldaan, kan hij immers veiligheidshalve steeds Belgische btw aan zijn medecontractant aanrekenen. De koper zal nadien alle belang hebben om de leverancier de nodige bewijsstukken te bezorgen, indien hij wil vermijden Belgische btw te betalen. In dit opzicht heeft de administratie aangegeven dat een bewijs dat de btw werd voldaan in een andere lidstaat (bijvoorbeeld door een kopie van de ingediende btw-aangifte met bijhorende detail), een bijkomende aanduiding kan vormen dat de vrijstelling terecht werd ingeroepen. Toch zal de Belgische leverancier in deze situatie steeds de nodige voorzichtigheid aan de dag moeten leggen en, bij twijfel, steeds Belgische btw moeten aanrekenen.

Het vervoer wordt verricht door de verkoper met zijn eigen vervoermiddelen

Net zoals bij het vervoer van goederen door de koper met zijn eigen vervoermiddelen, speelt hier éénzelfde problematiek. In dit opzicht kan een ontvangstbevestiging van de koper in de lidstaat van levering een aanvullend bewijsstuk vormen. Daarnaast kan de verkoper bijvoorbeeld via een gedetailleerde rittenadministratie een bijkomend bewijs van haar levering aanbieden.

Het vervoer wordt verricht door een volgende afnemer

Bijzondere aandacht dient te worden gevestigd op het feit dat de vrijstellingsregeling als intracommunautaire levering van goederen vooropstelt dat de verzending moet gebeuren door de verkoper, de koper of voor hun rekening. De heeft tot gevolg dat het vervoer niet kan worden verricht door een volgende afnemer of voor diens rekening (bijvoorbeeld bij een kettingverkoop waarbij het vervoer wordt verricht door de eindbestemmeling). In dergelijke situaties zal de Belgische leverancier een factuur moeten uitreiken met aanrekening van Belgische btw; hij verricht immers een lokale levering zonder vervoer!

In deze context zal de Belgische leverancier steeds zorgvuldig moeten omspringen met het gebruik van zijn Incoterms. Wanneer de leverancier op de factuur bijvoorbeeld aangeeft dat de levering ex-works gebeurt, zal de toewijzing (en het bewijs) van het vervoer in haar relatie niet eenvoudig zijn.

Specifiek situatie: de intracommunautaire levering van vervoermiddelen

Het bewijs om het intracommunautair transport van een wagen aan te tonen is niet altijd even eenvoudig indien geen transportfirma wordt aangesteld die een getekende CMR kan aanleveren. In het verleden heeft de btw-administratie in dergelijke omstandigheden reeds aanvaard dat voornoemde bewijs kan worden geleverd op basis van de aanwezigheid van de gebruikelijke handelsdocumenten en op voorwaarde dat de leverancier in het bezit is van:

  • Een geschreven opdracht van de koper, waarin hij uitdrukkelijk vermeldt dat de goederen bestemd zijn om te worden vervoerd naar een andere Lidstaat;
  • Een afschrift van het inschrijvingsbewijs van het voertuig in het buitenland (!) – wanneer het om een voertuig gaat dat bestemd is om door de verwerver te worden gebruikt in diens Lidstaat;
  • Een bewijs van de betaling vanuit het buitenland.

In deze situatie zal de leverancier op het moment van de verkoop van de wagen in de regel over weinig bewijsmiddelen beschikken. Ook hier is het dus aangewezen op het moment van de verkoop Belgische btw aan te rekenen en deze goederen slechts te herfactureren zonder aanrekening van btw wanneer de koper de nodige bewijsmiddelen kan aanleveren.

Gevolgen?

Wanneer de btw-administratie van mening is dat de Belgische leverancier onvoldoende aantoont dat de levering van goederen voldoet aan alle voorwaarden om te worden beschouwd als een intracommunautaire levering van goederen, zal zij de Belgische btw bij de leverancier navorderen (eventueel verhoogd met een boete en nalatigheidsintresten). De Belgische leverancier zal de Belgische btw in principe kunnen recupereren bij de koper maar dit zal in de regel commercieel niet hartelijk worden ontvangen. Bovendien draagt de leverancier in dit geval het risico wanneer de koper zich nadien in een precaire situatie bevindt (faillissement, WCO-procedure, …).

Gert Heemeryck, gheemeryck@deloitte.com

Gepubliceerd op 17/08/2015.

Did you find this useful?