sociale-verkiezingen

Article

De sanctionering van het niet-organiseren of bemoeilijken van de sociale verkiezingen 

KMO-update

In de vorige edities werd reeds de nodige toelichting gegeven over de sociale verkiezingen. Intussen is de procedure voor de organisatie van start gegaan voor bedrijven met meer dan 50 FTE’s. In deze bijdrage wensen we even stil te staan bij de risico’s waaraan de onderneming zich blootstelt indien ze de verplichting negeert om de procedure op te starten of de procedure bemoeilijkt.

De onderneming laat na om de procedure op te starten

Ondernemingen die aan de drempel voldoen, zijn verplicht om sociale verkiezingen te organiseren of toch op z’n minst de procedure op te starten. Zelfs indien de werkgever vermoedt dat er geen interesse is vanwege de werknemers om zich kandidaat te stellen (bijvoorbeeld omdat er niemand onder hen aangesloten is bij een vakbond, omdat er reeds een alternatief/bedrijfseigen overlegorgaan aanwezig is,…), zal toch de verplichting bestaan om de procedure op te starten. Als dan effectief tijdens het verloop van de procedure zou blijken dat er geen kandidatenlijsten ingediend worden, kan de procedure beëindigd worden.

Ondernemingen die echter nalaten de procedure op te starten, hoewel zij hiertoe verplicht zijn, riskeren bestraft te worden met een sanctie van niveau 3 volgens het Sociaal Strafwetboek. Deze sanctie bestaat uit ofwel een strafrechtelijke boete van 600 tot 6000 euro of een administratieve boete van 300 tot 3000 euro. De boetes worden vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers en zijn begrensd tot het honderdvoud.

De strafrechtelijke vervolging heeft steeds voorrang op de administratieve boete. Enkel indien het openbaar ministerie afziet van strafvervolging zal de administratieve boete opgelegd worden.

Bovendien kan de onderneming verplicht worden om de verkiezingsprocedure alsnog op te starten op een later tijdstip.

De onderneming bemoeilijkt de sociale verkiezingen

Sommige ondernemingen zullen echter op verschillende manieren proberen in te grijpen op het verloop van de verkiezingsprocedure, bv. door (morele) druk uit te oefenen op de werknemers, de verkiezingsdatum vast te leggen op een dag waarop niet gewerkt wordt door de meerderheid van het personeel, ...

Zo verscheen recent in de pers dat een bedrijf haar werknemers oproept om zich geen kandidaat te stellen voor de sociale verkiezingen. Als er geen kandidaten zijn, ontvangen de werknemers als beloning een extra vakantiedag en een smartphone. Bij gebreke aan kandidaten, mag de onderneming de procedure immers vroegtijdig opzetten en zullen er ook logischerwijs ook geen verkiezingen plaatsvinden, zullen er geen beschermde werknemers zijn, zullen er geen overlegorganen geïnstalleerd worden,...

In het Belgisch arbeidsrecht zijn geen expliciete sancties voorzien voor werkgevers die de sociale verkiezingen bemoeilijken of belemmeren. Ook in door België ondertekende internationale arbeidsverdragen, die overigens geen rechtstreekse werking hebben, zijn geen concrete sancties voorzien. In eerste instantie zal dan ook teruggegrepen moeten worden naar het algemeen recht. Op basis van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek zal fout, schade en oorzakelijk verband bewezen moeten worden.

Indien de verkiezingsprocedure opgestart wordt, zal de bewijslast dan ook zeer zwaar zijn omdat aangetoond moet worden dat de werkgever 1) een fout heeft gemaakt door de sociale verkiezingen bemoeilijken of saboteren (bv. door een schriftelijke communicatie aan de werknemers met de belofte dat ze een gsm krijgen indien er geen kandidaten zijn), 2) dat er effectief schade is en 3) het oorzakelijk verband tussen beiden.

Als een onderneming toch de verkiezingsprocedure opgestart heeft en de verkiezingen bijgevolg hebben plaatsgevonden, maar de werkgever nadien de werking van de overlegorganen belemmert (bv. door aan de overlegorganen niet de inlichtingen te verstrekken waarop zij recht hebben, na te laten verplichte raadplegingen te doen,….) voorziet de wet in een sanctie van niveau 2. Concreet kan een strafrechtelijke geldboete opgelegd worden van 300 tot 3000 euro of een administratieve geldboete van 150 tot 1500 euro, te vermenigvuldigen met het aantal werknemers en geplafonneerd op het honderdvoud.

Met enige creativiteit zou het bemoeilijken van de sociale verkiezingen door de rechter mogelijk beschouwd kunnen worden als een belemmering van de werking van de overlegorganen. Over deze opvatting en de mogelijkheid hiertoe is op heden echter geen rechtspraak terug te vinden.

Liesbeth De Sutter – Social Department

Gepubliceerd op 26/02/2016

Did you find this useful?