Article

KMO-update

Het sociaal statuut der zelfstandigen: een nieuw weerlegbaar vermoeden voor de vennootschapsmandataris

Dankzij een K.B. van 27 mei 2014 dienen vennootschapsmandatarissen met ingang van 1 juli 2014 onder bepaalde voorwaarden niet langer verplicht aangesloten te zijn bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen. Een bestuurder van een vennootschap kan nu immers aantonen dat hij zijn mandaat onbezoldigd uitoefent en bijgevolg niet onderworpen is aan het sociaal statuut der zelfstandigen, waardoor er dan ook geen aansluiting- en verzekeringsplicht ontstaat.

Algemeen principe

Het uitoefenen van een mandaat in een vereniging of vennootschap vormt een beroepsbezigheid. Op basis van deze beroepsbezigheid waren mandatarissen tot voor kort automatisch onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen. Er was immers sprake van 2 onweerlegbare vermoedens in hoofde van de Belgische mandatarissen:

  • De uitoefening van een mandaat in een vereniging of vennootschap die zich met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighoudt, wordt vermoed de uitoefening te zijn van een bedrijvigheid die een verzekeringsplicht in het sociaal statuut der zelfstandigen met zich brengt;
  • Personen die benoemd zijn tot mandataris in een aan de Belgische vennootschapsbelasting of belasting der niet-inwoners onderworpen vereniging of vennootschap, worden vermoed in België een zelfstandige beroepsbezigheid uit te oefenen.

Beide principes houden ook na 1 juli 2014 stand, maar krijgen een nieuwe reikwijdte: voortaan zijn dit immers weerlegbare vermoedens, zodat elke mandataris het tegendeel ervan kan bewijzen. Hiertoe dient een dubbel bewijs geleverd te worden betreffende de kosteloosheid van het mandaat.

Kosteloosheid in rechte

De kosteloosheid in rechte, ook wel juridische kosteloosheid genoemd, kan op 2 manieren worden aangetoond:

  • Door een statutaire bepaling in die zin;
  • Bij gebrek daaraan, via een beslissing van het orgaan dat bevoegd is om de vergoedingen van de mandatarissen vast te stellen.

Dergelijke bepaling of beslissing kan slechts ten vroegste uitwerking hebben vanaf de 12de maand voorafgaand aan ofwel de maand waarin de statutaire bepaling of beslissing is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, ofwel de maand waarin de statutaire bepaling of de beslissing is meegedeeld aan de sociale verzekeringskas waarbij de mandataris is aangesloten, of bij gebrek daaraan, aan het RSVZ.

Kosteloosheid in feite

De juridische kosteloosheid op zich is onvoldoende. Daarnaast moet er ook een kosteloosheid in feite aangetoond kunnen worden. Dit betekent concreet dat er ook in de realiteit geen sprake mag zijn van enige uitkering van bezoldigingen in de ruime zin (bijvoorbeeld ook een bedrijfswagen, een GSM, de betaling van de sociale bijdragen door de vennootschap, …).

Het K.B. bepaalt dat het bewijs van kosteloosheid in geen geval geleverd kan worden wanneer uit het mandaat bedrijfsbezoldigingen voortvloeien of wanneer de vereniging of de vennootschap bijdragen of premies storten voor de opbouw van een aanvullend pensioen van de mandataris. Dit geldt vanaf het jaar waarop de inkomsten, bijdragen of premies betrekking hebben.

In concreto

De mandataris zelf dient dit vermoeden van onderwerping aan het sociaal statuut der zelfstandigen zelf te weerleggen. Noch het RSVZ, noch het sociale verzekeringsfonds mogen dit ambtshalve aantonen. Ook onbezoldigde mandatarissen die op heden nog zijn aangesloten bij een sociaal verzekeringsfonds en die in het verleden sociale bijdragen betaalden, kunnen met ingang van 1 juli 2014 bovenstaand tegenbewijs leveren.

Op basis van de nieuwe interpretatie kunnen zij bovendien aantonen dat zij in het verleden onterecht bijdragen betaald hebben en kunnen zij deze dus terugvorderen, voor zover er geen sprake is van verjaring. Hiervoor is de toestemming van het RSVZ vereist. Een terugvordering van sociale bijdragen kan wel een impact hebben op eventuele voordelen en uitkeringen waarop de zelfstandige aanspraak heeft gemaakt gedurende de jaren waarvoor de terugbetaling wordt gevraagd.

Flore Lesage, Tax & Legal Services


Gepubliceerd op 16/09/2014.

 

Did you find this useful?