Article

Sociale verkiezingen van 2016: opgelet voor de drempels!

KMO-update

Drempels

De groei van een onderneming brengt de verplichting mee om overleg- en vertegenwoordigingsorganen van de werknemers te creëren. Die organen worden samengesteld ter gelegenheid van de sociale verkiezingen, die om de vier jaar plaatsvinden. De vereiste drempels om deze verkiezingen te organiseren zijn, gemiddeld, 50 werknemers voor het comité voor de preventie en het welzijn op het werk en 100 werknemers voor de ondernemingsraad.

Om deze drempels te berekenen, houdt de onderneming rekening met de personen die zijn tewerkgesteld krachtens een arbeidsovereenkomst. Uitgesloten zijn dus, meer bepaald, leidinggevenden, personen die werken onder het statuut van zelfstandige en uitzendkrachten, tenzij deze laatsten aan het werk zijn tijdens het laatste kwartaal van 2015.

De berekening wordt gemaakt op basis van het gemiddeld aantal tewerkgestelde werknemers tijdens de vier kwartalen die voorafgaan aan de eerste fasen van de sociale verkiezingen. Ter gelegenheid van de volgende sociale verkiezingen (voorjaar 2016) wordt het aantal werknemers bijgevolg berekend op basis van het jaar 2015. Elke onderneming die vandaag op de rand staat van de wettelijk vereiste drempels moet dus zeer oplettend zijn, daar de aanwezigheid van een ondernemingsraad de verhoudingen tussen een werkgever en zijn werknemers ingrijpend wijzigt. Er wordt van een rechtstreeks en individueel beheer overgegaan naar een gestructureerd en collectief beheer van de sociale uitdagingen. Ook de machtsverhoudingen veranderen.

De wetgever wil voorkomen dat het personeel van een onderneming over meerdere verschillende juridische entiteiten wordt verspreid met als doel te ontkomen aan de wettelijke verplichting om sociale verkiezingen te organiseren. Daarom hanteert de wetgever het begrip ‘technische bedrijfseenheid’ die wordt gedefinieerd op basis van economische en sociale criteria, met dien verstande dat – bij twijfel – de sociale criteria de bovenhand hebben. Bijgevolg kan een vennootschap die bestaat uit meerdere juridische entiteiten wier onderlinge sociale en economische banden bewezen zijn haar wettelijke verplichting moeilijk ontlopen.

• Ondernemingsraad

De ondernemingsraad heeft voornamelijk een raadgevende rol. Hij heeft tal van opdrachten: informatieopdrachten (bv. wanneer zich een gebeurtenis voordoet met belangrijke gevolgen voor de onderneming), raadgevende opdrachten (met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden), opdrachten van besluitvorming (bv. het arbeidsreglement opstellen) en controleopdrachten (inachtneming van de sociale wetgeving).

• Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk

Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk verleent adviezen met betrekking tot het welzijn op de werkplaatsen. Het is bevoegd met betrekking tot geweld en pesten. Bestaat er geen ondernemingsraad (dit is het geval voor bedrijven die tussen 50 en 100 werknemers tellen), dan oefent het CPBW de functies van die raad uit.

De niet-verkozen leden en kandidaten van het CPBW en van de OR genieten aanzienlijke bescherming tegen ontslag, gedurende een periode die tot 8 jaar kan duren).

Vakbondsdelegatie

In tegenstelling tot de voornoemde organen wordt de vakbondsdelegatie niet opgericht naar aanleiding van de sociale verkiezingen. Ze is veeleer een orgaan dat zaken opeist en onderhandelingen voert met de werkgever, en is uitsluitend samengesteld uit vertegenwoordigers van de werknemers.

Haar voornaamste bevoegdheden zijn: onderhandelen over het sluiten van collectieve overeenkomsten, waken over de inachtneming van de sociale wetgeving en tussenkomen in sociale geschillen.

Ook de leden van de vakbondsdelegatie zijn beschermd tegen ontslag.

Sociale dialoog

De oprichting van overlegorganen binnen een onderneming heeft dus tot gevolg dat de sociale dialoog en de manier waarop bepaalde beslissingen moeten worden genomen ingrijpende wijzigingen ondergaan.

Sommige zaakvoerders zullen het gevoel hebben dat ze hun beslissingsmacht verliezen, terwijl (verkozen) werknemers van hun kant het gevoel hebben dat ze zich die macht toe-eigenen. De praktijk toont aan dat de zaken veel genuanceerder zijn en dat heel vaak de economische omstandigheden en de manier waarop de onderneming daarmee kan omgaan doorslaggevend zijn voor de toekomst.

Laetitia Purnelle, lpurnelle@deloitte.com


Gepubliceerd op 31/03/2015.

Version française
Did you find this useful?