Article

KMO-update

De speculatietaks … een staaltje van Belgisch surrealisme

Daar het steeds moeilijker wordt om een sluitende begroting op te stellen, besliste de regering een nieuwe belasting – ‘speculatietaks’ genoemd – in het leven te roepen. Vanaf 1 januari 2016 worden de meerwaarden die natuurlijke personen buiten het kader van hun beroepsactiviteit realiseren op beursaandelen en afgeleide producten (warrants, opties enz.) die ze binnen de zes maanden na aankoop weer verkopen belast tegen 33%.

Deze belasting van 33% wordt aan de bron afgehouden voor meerwaarden die in België worden ontvangen, terwijl de regering ervan uitgaat dat belastingplichtigen de in het buitenland ontvangen meerwaarden uit eigen beweging zullen aangeven.

Hoewel het wetgevend proces nog niet helemaal is afgerond, wordt de taks nu al fel bekritiseerd … en terecht.

Volgens de regering wil ze met deze nieuwe belasting de ‘speculanten’ belasten. Op het eerste gezicht zullen de kiezers dit vast een nobel streven vinden. Die kiezers weten echter niet dat meerwaarden op aandelen al geruime tijd worden belast, tegen datzelfde percentage van 33%, zoals diverse inkomsten, tenzij die meerwaarde tot het normale beheer van het privévermogen behoort. De enige nieuwigheid van de speculatietaks bestaat dan ook in het feit dat voortaan ook de goede huisvader die in het normale beheer van zijn privévermogen een aandeel op korte termijn verkoopt daarvoor belasting moet betalen. Zo wijken we wel heel ver af van het aangekondigde doel.

De regering gaat ervan uit dat er sprake is van speculatie wanneer aandelen worden gekocht en opnieuw verkocht binnen een termijn die korter is dan zes maanden. Wat een vreemde definitie van speculeren… Is het dan immers niet mogelijk op langere termijn te speculeren? En wordt een verrichting op korte termijn dan onvermijdelijk ingegeven door de bedoeling om te speculeren? Denk maar even aan de particuliere belegger die zijn aandelen binnen de zes maanden opnieuw verkoopt om het hoofd te bieden aan een onvoorziene levensgebeurtenis.

De regering rekent erop dat deze nieuwe belasting 34 miljoen euro zal opleveren. Dat is echter zeker zonder de intenties van de Belgische belastingbetaler gerekend. Uit een recente opiniepeiling is immers gebleken dat onze landgenoten van plan zijn de belasting te omzeilen met uiteenlopende middelen, meer bepaald door hun aandelen pas na een termijn van zes maanden te verkopen. Vergeten we ook niet dat deze maatregel zal leiden tot een daling van de taks op beursverrichtingen (TBV) die wordt geïnd op elke aan- of verkoop van effecten en die in 2014 een totaal bedrag van 73,6 miljoen euro opleverde. Het is dan ook lang niet zeker dat de Staatskas gevuld zal raken zoals voorzien, wel integendeel.

Met deze maatregel voert de regering een verschillende behandeling in tussen particulieren en vennootschappen, voor dewelke een gunstiger regeling toepasselijk is. Die vennootschappen zijn immers al onderworpen aan een belasting op meerwaarden van de aandelen die ze sinds minder dan één jaar bezitten, tegen een aanslagvoet van 25%! Het is dan ook niet uitgesloten dat het Grondwettelijk Hof hierover nog uitspraak zal moeten doen.

Minwaarden van hun kant zijn niet aftrekbaar, zelfs niet binnen de grenzen van de gerealiseerde meerwaarden. Er is dus sprake van een oneerlijke behandeling die tot absurde situaties zal leiden. We geven een voorbeeld: in het geval waarin u een meerwaarde van 100 realiseert op bepaalde aandelen en een minwaarde van 200 op andere, dan moet u toch 33 betalen, ook al heeft u al 100 verloren.

Nog verrassender is dat de kans zelfs bestaat dat de minwaarden worden belast! De meerwaarde wordt immers belast in de oorspronkelijke munt. Concreet moet u, indien u een meerwaarde van 3% realiseert op aandelen in dollar waarbij de dollar echter 6% daalt ten opzichte van de euro, een belasting betalen van 1% (33% van 3%), ook al heeft u een minwaarde van 3% geleden als gevolg van de daling van de munt (3% - 6%); uw totale minwaarde bedraagt dus 4%.

We wisten al dat België het land van het surrealisme is. We hadden echter nooit kunnen denken dat dit ook van toepassing zou zijn op het fiscaal recht. Welke andere omschrijving kunnen we immers geven aan een maatregel die de Staat zeker niets zal opleveren maar de belastingdruk nog verhoogt voor de goede huisvader die zijn privévermogen zo goed mogelijk probeert te beheren, dit alles onder het voorwendsel de hatelijke praktijk van het speculeren te belasten?

Melissa Da Silva Teixeira – Tax Department

Did you find this useful?