Article

KMO-update

Steun voor startende ondernemers

Met de programmawet van 10 augustus 2015 worden een aantal maatregelen ingevoerd die een fiscale stimulans betekenen ten voordele van startende ondernemingen. De nieuwe maatregelen zijn tweeërlei van aard en omvatten maatregelen die enerzijds de financiering van startende ondernemers door particulieren bevorderen en anderzijds leiden tot een effectieve daling van de loonkost voor starters.

Financiering voor starters

In de programmawet zijn maatregelen ingeschreven die een fiscale stimulans moeten geven om investeringen in risicokapitaal, alsook schuldfinanciering door particulieren, voor starters te promoten.

Het toepassingsgebied van deze maatregelen beperkt zich tot financieringen verstrekt aan kleine vennootschappen en micro-ondernemingen, die zich in de eerste vier jaar van hun activiteit bevinden. Voor vennootschappen die de activiteit verderzetten die aanvankelijk door een natuurlijke persoon werd uitgeoefend, wordt voor de aanvang van de vierjarige termijn gekeken naar de startdatum van de activiteit door de natuurlijke persoon.
Micro-ondernemingen zijn ondernemingen waarvan maximaal één van volgende criteria is overschreden: balanstotaal van 350.000 euro, omzet (excl. btw) van 700.000 euro en personeelsbestand van 10.

Voor kleine vennootschappen (art 15 W.Venn) zijn dit respectievelijk volgende grenzen: 3.650.000 euro, 7.300.000 euro en 50. Vennootschappen met een gemiddeld personeelsbestand van meer dan 100 zijn nooit klein. Deze grenzen zijn te beoordelen voor het jaar van de kapitaalinbreng en steeds op geconsolideerde basis te bekijken.

De belastingvoordelen gelden enkel voor particulieren die onderworpen zijn aan de personenbelasting of de belasting niet-inwoners.

Financiering via inbreng in kapitaal

De fiscale stimulans ter promotie van investeringen in risicokapitaal van startende ondernemingen bestaat in een belastingvermindering voor belastingplichtigen die instappen in het kapitaal van een startende onderneming. De belastingvermindering bedraagt 30 % van het geïnvesteerde bedrag bij investeringen in kleine ondernemingen en 45 % voor investeringen in micro-ondernemingen, met een maximum bedrag van de investering van 100.000 euro per jaar per belastingplichtige. Bedrijfsleiders met een rechtstreeks of onrechtstreeks mandaat in de betreffende vennootschap zijn uitgesloten van dit voordeel.

De belastingvermindering wordt toegekend voor zover de inbreng in het kapitaal van de vennootschap aanleiding geeft tot een uitgifte van aandelen op naam en geldt voor inbrengen die worden gedaan vanaf 1 juli 2015. De inbreng moet volledig volstort zijn.

De maatregel geldt zowel voor kapitaalinbrengen in Belgische vennootschappen als voor inbrengen in het kapitaal van een vennootschap gevestigd binnen de EER met een inrichting in België. Aangezien de maatregel enkel geldt voor startende ondernemingen, mag de vennootschap waarin het kapitaal wordt ingebracht maar ten vroegste op 1 januari 2013 zijn opgericht. De voor de belastingvermindering kwalificerende inbreng mag niet meer dan 30 % van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap bedragen en bedraagt maximaal 250.000 euro per startende vennootschap. De ingebrachte middelen mogen niet aangewend worden voor dividenduitkeringen, de aankoop van aandelen of het toekennen van leningen.

Managementvennootschappen, patrimoniumvennootschappen, beursgenoteerde beleggings-, thesaurie-, en financieringsvennootschappen, vennootschappen die reeds een kapitaalsvermindering of dividenduitkering doorgevoerd hebben alsook vennootschappen die het voorwerp uitmaken van een collectieve insolventieprocedure, komen niet in aanmerking.

De aandelen die de particulier verkrijgt ingevolge de kwalificerende inbreng moeten vervolgens gedurende vier jaar worden aangehouden. Indien niet aan deze voorwaarde is voldaan, wordt de belastingvermindering teruggenomen onder de vorm van een belastingvermeerdering rekening houdend met de periode waarvoor niet is voldaan aan de termijn van vier jaar.

Ook een participatie in het kapitaal van bepaalde kwalificerende en door de Belgische autoriteit voor financiële diensten en markten (‘FSMA’) erkende startersfondsen kunnen in aanmerking komen voor de belastingvermindering.

Daarnaast kan de belastingvermindering gecumuleerd worden met de nieuwe verlaagde roerende voorheffing op dividenden uit bepaalde aandelen maar niet met de belastingvermindering voor het verwerven van werkgeversaandelen.

Schuldfinanciering

Een tweede stimulans om particuliere middelen naar startende ondernemingen te laten vloeien, bestaat in de toekenning van een vrijstelling van roerende voorheffing op de intresten op leningen die zijn toegekend door een belastingplichtige – natuurlijk persoon, buiten het kader van de beroepswerkzaamheid, aan een startende onderneming.

De lening moet zijn afgesloten via een door de FSMA erkend crowdfunding platform (of een equivalent binnen de EER).

De van roerende voorheffing vrijgestelde intresten betreffen de intresten op een lening van maximaal 15.000 euro (geïndexeerd bedrag voor aanslagjaar 2016) per belastingplichtige. Een spreiding over meerdere leningen is m.a.w. mogelijk. Ook bedrijfsleiders komen in aanmerking voor de vrijstelling voor wat betreft leningen toegekend aan hun eigen onderneming, op voorwaarde uiteraard dat de financiering via een crowdfunding platform verloopt. Ook leningen toegekend aan ondernemingen die niet via een vennootschap werken, bv. via een eenmanszaak, komen in aanmerking.

De lening moet een nieuwe lening betreffen. Een herfinanciering van een reeds bestaande lening komt niet in aanmerking.

De duur van de lening moet minimum vier jaar bedragen. De vrijstelling geldt voor de intresten verkregen gedurende de eerste 4 jaar en de intresten moeten jaarlijks betaalbaar zijn.

De vrijstelling geldt voor leningen toegekend vanaf 1 juli 2015.

Vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing

Een derde maatregel voorziet in een vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot werknemersbezoldigingen en dit tijdens een opstarttermijn van 48 maanden.

De vrijstelling betreft 10 % voor kleine ondernemingen en 20 % voor micro-ondernemingen. Ook ondernemers die niet werken via een vennootschap komen voor de maatregel in aanmerking.
Ondernemingen in moeilijkheden of vennootschappen die zijn ontbonden komen niet aanmerking voor het voordeel.

De vrijstelling kan worden gecumuleerd met andere vrijstellingen inzake bedrijfsvoorheffing (onder meer de vrijstelling voor onderzoekers, nacht- en ploegwerk en overwerk of bepaalde steunzones). De maatregel is van toepassing voor bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 juli 2015.

Joachim Claes – Tax Department

Gepubliceerd op 3/07/2015

Did you find this useful?