Article

KMO-update

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van bestuurders: een verhoogd risico?

Elke bestuurder dient zich bewust te zijn van de aansprakelijkheidsrisico’s die hij loopt bij de uitoefening van zijn taak. De toenemende eisen inzake naleving van wet- en regelgeving vergroten het risico op strafrechtelijke sanctionering. In de rechtspraak is een tendens zichtbaar waarbij bestuurders steeds vaker voor de strafrechter moeten verschijnen voor inbreuken op het Wetboek Inkomstenbelasting, BTW en Vennootschapsrecht.

De wetsbepalingen die de vennootschap moet naleven voorzien immers in strafsancties bij overtreding. Naast de specifieke bepalingen van het Wetboek van vennootschappen, zijn er ook strafrechtelijk gesanctioneerde inbreuken terug te vinden in het milieu-, boekhoud-, fiscaal, sociaal, financieel en economisch recht, zelfs wanneer deze overtredingen onopzettelijk of onbewust worden gepleegd. Een gebrekkig toezicht of het niet nemen van de nodige maatregelen tot naleving van de verplichtingen van de vennootschap lijkt de individuele bestuurders meer en meer parten te spelen. Een “passieve bestuurder” bevindt zich vrijwel direct in de strafrechtelijke gevarenzone.

Recente rechtspraak bevestigt het verhoogde risico op strafrechtelijke sanctionering. Zo werden de deelnemers/bestuurders recent veroordeeld wegens omzeiling van de bepalingen inzake financiële steunverlening zoals voorzien in artikel 629 W.Venn. 1

Een ander voorbeeld van strafrechtelijke veroordeling is terug te vinden in de uitspraak van het Hof van Beroep te Gent 2 waarbij een bestuurder strafrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld wegens deelneming aan inbreuken op de milieuregelgeving gepleegd door de vennootschap en dit omdat hij niet geprotesteerd en niet voorgesteld heeft om wel de nodige middelen te voorzien voor de naleving van de milieuzorgplicht.


In een andere zaak veroordeelde het Hof van Beroep te Luik de raad van bestuur alsook de revisor wegens deelname aan de vervalsing van de jaarrekening. De revisor had in casu het bestaan van een zwarte kas ontdekt en de raad van bestuur verzocht deze stop te zetten. Enige tijd later werd de jaarrekening zonder voorbehoud goedgekeurd door de revisor. Het Hof was van oordeel dat de revisor had moeten toezien op de gesignaleerde onrechtmatigheden en de jaarrekening niet zonder voorbehoud had mogen goedkeuren. De revisor werd veroordeeld als mededader aan de vervalsing van de jaarrekening. 3

Uit voorgaande praktijkvoorbeelden blijkt dat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van bestuurders, alsook van de commissarissen en (externe) accountants een actueel thema is. Een adequaat systeem van risicobeheersing is dan ook onontbeerlijk. Daarnaast kan een zorgvuldige strafrechtelijke delegatie soelaas bieden. Evenwel blijft onverminderd gelden dat iedere individuele bestuurder zijn/haar toezichtsfunctie zorgvuldig moet uitoefenen.

Leen Petré, Tax & Legal Services


Gepubliceerd op 05/05/2014.

______________________

1 Corr. Antwerpen 24 november 2011, T.B.H.2012, afl. 7, 729-730.
2 Gent 25 november 2011 – 10de correctionele Kamer, T.R.V. 2012, 711-734.
3 Luik 25 januari 1996, R.P.S. 1997, 177. Zie ook Antwerpen 4 december 1980, RW 1980-81, 2193-2195.


 

Did you find this useful?