Article

KMO-update

Tantièmes zijn fiscaal aftrekbaar volgens Cassatie

Er werd al meermaals gewezen op het belang van een degelijke onderbouw bij de toekenning van management- en bestuurdersvergoeding aan verbonden vennootschappen. Zo moet de aftrekbaarheid van dergelijke vergoedingen als beroepskost aan de voorwaarden van artikel 49 WIB 92 beantwoorden. De fiscus toetst echter ook tantièmes aan datzelfde artikel om de aftrekbaarheid te kunnen weerleggen.
Daar waar de rechtspraak bedrijfsleidersvergoedingen betaald aan vennootschappen-bestuurders worden aanvaard als ze een vergoeding vormen voor de effectief geleverde prestaties, is de toetsing van een tantième aan artikel 49 WIB 92 voor het Hof van Cassatie minder evident.

De tantièmes aan bestuurdersvennootschappen worden door de fiscus graag in het vizier genomen. Hoewel de bestuurders vaak aan de basis liggen van de resultaten van de vennootschap, is het toch de algemene vergadering die beslist welk deel van de winst aan de bestuurders wordt toegekend, ongeacht de werkelijk geleverde prestaties. Dit leidde tot de nodige rechtspraak, waarbij het Hof van Cassatie op 24 oktober 2013 een uitspraak heeft gedaan.

De situatie was als volgt:

een vennootschap keerde een tantième uit aan een bestuurder die op het moment van toekenning geen officieel mandaat meer had. De fiscus oordeelde bijgevolg dat niet aan de voorwaarden van artikel 49 WIB 92 was voldaan en probeerde de aftrek van deze tantième te verwerpen. Het Hof van Cassatie zag deze uitkering (los van zijn fiscaal karakter als bezoldiging) als een variabele vergoeding in functie van de verdeelbare winst die niet onbeperkt kan worden toegekend.

Tenzij het in de statuten anders is bepaald, is het de algemene vergadering vrij om deze winsten toe te kennen aan alle of bepaalde bestuurders die hebben bijgedragen in het behalen van het resultaat. Dit heeft als gevolg dat de fiscus de aftrek van een tantième in principe niet meer in vraag kan stellen als het gaat om de uitkering van winsten waarvoor de bestuurder zijn bijdrage heeft geleverd. Als de tantièmes worden toegekend uit de winsten waar de bestuurder effectief heeft aan medegewerkt, kan de aftrekbaarheid niet in het gedrang komen afgaande op bovenstaande uitspraak van het hof van Cassatie.

Deze uitspraak is echter geen vrijgeleide om onbeperkt winsten te verschuiven naar verlieslatende vennootschappen om zo belastingen te ‘ontlopen’. Wanneer men een verlieslatende vennootschap zou benoemen om via de toekenning van tantièmes de belastingdruk te verminderen, moet men toch met enige terughoudendheid voor de dag komen. Er wordt namelijk gesproken over de toekenning van tantièmes aan bestuurders die door hun prestaties hebben bijgedragen tot het resultaat van het betreffende boekjaar. De benoeming van een verlieslatende vennootschap als bestuurder in de winstgevende vennootschap, met daaropvolgende uitkering van een tantième uit winsten van voorgaande boekjaren waarin de bedrijfsleider nog geen mandaat had, zou nog steeds als een abnormaal of goedgunstig verkregen voordeel kunnen worden aanzien, wat niet mag afgezet worden tegen overgedragen fiscale verliezen.

Er kan geconcludeerd worden dat mits in achtneming van bovenstaande voorzichtigheid, de fiscus zich minder kan verweren tegen de toekenning van tantièmes aan vennootschappen-bestuurders omdat deze worden toegekend op basis van een beslissing van de algemene vergadering en bijgevolg niet extra dienen verantwoord te worden op basis van effectief geleverde prestaties op het moment van toekenning.

Dimitri Samyn, Tax & Legal Services

Gepubliceerd op 16/09/2014.

 

Did you find this useful?