Article

KMO-update

Andere maatregelen in de taxshift van de regering Michel I

Naast de concrete maatregelen voor startende ondernemingen zoals hiervoor besproken, heeft de regering tevens bekendgemaakt op welke wijze zij de “taxshift” vorm wenst te geven. Hoewel sommigen van deze maatregelen op heden nog niet volledig uitgewerkt zijn, worden de krijtlijnen van de geplande tax shift toch stilaan duidelijk.

In wat volgt gaan we dieper in op enkele van de initiatieven, met de randbemerking dat zich nog steeds wijzigingen en/of aanvullingen aan (bepaalde van) deze voorgestelde maatregelen kunnen voordoen.

Kaaimantaks

Een van de maatregelen die wel reeds definitief vorm kreeg, is de doorkijkbelasting of de zogenaamde “kaaimantaks”. Op 24 juli 2015 werd namelijk het wetsontwerp goedgekeurd dat de fiscus met ingang van aanslagjaar 2016 in staat stelt om buitenlandse juridische constructies (zoals bijvoorbeeld trusts) te belasten in hoofde van de oprichter (of derde begunstigde). Meer specifiek kan de kaaimantaks van toepassing zijn indien dergelijke buitenlandse juridische constructies niet aan een effectieve belastingdruk van minstens 15% onderworpen zijn.

Met 2 Koninklijke Besluiten (lijsten) wordt toegelicht welke structuren concreet beoogd worden; de lijst met juridische constructies binnen de E.E.R. vermeldt enkel de Luxemburgse SPF alsook de Stiftung en de Anstalt uit Liechtenstein en is limitatief van karakter. De lijst met juridische constructies gevestigd buiten de E.E.R. is daarentegen uitgebreider en niet-limitatief, doch creëert enkel een weerlegbaar vermoeden.

Speculatietaks

Vanaf 1 januari 2016 zouden meerwaarden op aandelen onder bepaalde voorwaarden belastbaar gesteld worden middels een zogenaamde “speculatietaks”. Meer concreet betreft het de meerwaarden op beursgenoteerde aandelen die gerealiseerd worden op een verkoop binnen de 6 maanden na aankoop van de aandelen. Deze meerwaarden zouden afzonderlijk belastbaar zijn aan een tarief van 25% of 27%, waarbij gerealiseerde minderwaarden in mindering gebracht kunnen worden van de belastbare basis. Bij een gebrek aan belastbare basis zouden deze gerealiseerde minderwaarden gedurende 3 belastbare tijdperken overdraagbaar zijn.

Permanent regularisatieregime

Vanaf 1 januari 2017 zou er voorzien worden in een nieuw permanent regularisatieregime, waarbij de belastingplichtige niet-aangegeven inkomsten alsnog kan aangeven bij de belastingadministratie. Deze niet-aangegeven inkomsten zouden dan alsnog hun normaal belastingregime ondergaan, mits toepassing van een belastingverhoging. Deze belastingverhoging zou hoger liggen dan onder het voorgaande regularisatieregime (dat liep tot en met 31 december 2013).

Verhoging roerende voorheffing

Er werd tevens aangekondigd dat vanaf 1 januari 2017 het algemene tarief van de roerende voorheffing zou stijgen van 25% naar 27%. Er zou zich echter geen analoge stijging manifesteren bij de verlaagde tarieven (zoals bijvoorbeeld onder bepaalde voorwaarden op dividenden uitgekeerd door een KMO), noch zou aan de vrijstelling op de eerste schijf aan interesten van het zogenaamde “spaarboekje” geraakt worden.

Specifieke steunmaatregelen voor kmo’s

Tenslotte werden ook enkele steunmaatregelen specifiek voor KMO’s bekendgemaakt. Merk in dit kader op dat voor KMO’s nog steeds verwezen wordt naar art. 15 van het Wetboek Vennootschappen. Deze maatregelen omvatten onder andere een verdere vermindering van de sociale zekerheidsbijdrage voor werkgevers voor de eerste 3 werknemers, de invoering van de gewone investeringsaftrek voor “productieve” of “digitale” investeringen en versnelde afschrijvingen voor materiële vaste activa.

Jarne Boone – Tax Department

Did you find this useful?