Article

De terbeschikkingstelling van sportinfrastructuur: geen vrijgestelde onroerende verhuur volgens het Europese Hof

KMO-update

In een arrest van 22 januari 2015 heeft het Europese Hof van Justitie zich uitgesproken over de draagwijdte van de vrijstelling voor onroerende verhuur bij de terbeschikkingstelling van sportinfrastructuur.

Het Hof heeft geoordeeld dat de terbeschikkingstelling van een voetbalstadion een terbeschikkingstelling onderworpen aan btw betreft waarvoor bijgevolg langs inkomende zijde een recht op aftrek van btw bestaat.

Deze beslissing staat haaks op het standpunt van de Belgische btw-administratie in deze zaak wie van mening was dat de terbeschikkingstelling van het stadion een vrijgestelde onroerende verhuur betreft waarvoor de verhuurder geen recht op aftrek van inkomende btw kon genieten.

Het Hof is van mening dat een complexe dienstprestatie onderworpen aan btw wordt geleverd bestaande uit toegang tot het stadion alsook beheer, management, onderhoud en schoonmaak van het onroerend goed.

Belangrijke elementen in de besluitvorming van het Hof betreffen het feit dat de prijs slechts voor 20% betrekking heeft op de terbeschikkingstelling zelf van het onroerend goed (de overige 80% heeft betrekking op bijkomende diensten) alsook dat de beheerders quasi permanent aanwezig zijn in het stadion.

Dit arrest werpt een nieuwe licht op het ruime toepassingsgebied van de vrijstelling inzake onroerende verhuur zoals dit vandaag wordt gehanteerd door de Belgische administratie.

Karen Truyers, ktruyers@deloitte.com


Gepubliceerd op 30/03/2015.

Did you find this useful?