Article

Toepassing van de liquidatiereserve door een vennootschap in vereffening

KMO-update

Vanaf aanslagjaar 2015 werd er voor KMO-vennootschappen een zogenaamde liquidatiereserve ingevoerd. Deze maatregel houdt in dat KMO-vennootschappen opnieuw kunnen genieten van een verlaagde liquidatieheffing van 10%.

Het vernieuwde voordeel is slechts van toepassing op het gedeelte van de boekhoudkundige winst (na belasting) die vanaf aanslagjaar 2015 wordt overgeboekt naar een afzonderlijke passiefrekening. De specifieke heffing van 10% is verschuldigd bij aanleg van de liquidatiereserve en zal verwerkt worden via de aangifte in de vennootschapsbelasting (code 1508 in de aangifte in de vennootschapsbelasting).

Betreffende de boekhoudkundige verwerking van deze liquidatiereserve heeft de Commissie voor Boekhoudkundige Normen een voorlopig advies geformuleerd. Conform dit advies moet de liquidatiereserve worden aangelegd via de resultaatsverwerking, namelijk via de rekening 6921 Toevoeging aan de overige reserves.

Indien deze reserve, voorafgaand aan de vereffening, als een gewoon dividend wordt uitgekeerd, zal de onaantastbaarheidsvoorwaarde worden geschonden waardoor er een bijkomende heffing van 5% of 15% verschuldigd wordt en dit afhankelijk van het tijdstip van de uitkering.

Alvorens de gerealiseerde winst aldus in aanmerking komt voor de aanleg van een liquidatiereserve zal ze eerst moeten deel uitmaken van de te bestemmen winst van het boekjaar (code 9905 in de jaarrekening).

Vennootschap in vereffening

Recentelijk werd er in een parlementaire vraag bevestigd dat eveneens vennootschappen in vereffening gebruik kunnen maken van deze liquidatiereserve (mondelinge vraag nr. 3356 Mevrouw Wouters dd. 01.04.2015).

Voor een vennootschap in vereffening heeft dit tot gevolg dat gerealiseerde meerwaarden tijdens de vereffeningsprocedure (naar aanleiding van verkoop actief, activiteit, …) slechts kunnen worden uitgekeerd aan 10% indien het boekjaar waarin de meerwaarden worden gerealiseerd effectief boekhoudkundig wordt afgesloten. Tevens dient er een specifieke toewijzing te gebeuren aan de liquidatiereserve.

Indien men zou overwegen om de vereffening te sluiten in hetzelfde boekjaar als de realisatie van de meerwaarden dient er geen jaarrekening meer worden opgemaakt. Bijkomend zal er dan ook geen bijkomende toewijzing aan de liquidatiereserve meer kunnen gebeuren.

Hoewel de minister enerzijds in zijn parlementaire vraag bevestigt dat een dergelijke liquidatiereserve mogelijk is voor vennootschappen in vereffening verwijst verschillende rechtsleer anderzijds naar de bepalingen van de algemene antimisbruikbepaling.

Hieruit moeten we concluderen dat het laten voort bestaan van een vennootschap in vereffening (na realisatie van haar activa, …) voldoende onderbouwd dient te worden met andere dan fiscale motieven teneinde discussies met de fiscus te beperken.

Anse Mertens, anmertens@deloitte.com

Gepubliceerd op 17/08/2015.

Did you find this useful?