Article

KMO-update

VAA woning die persoonlijke behoefte te boven gaat

Indien een vennootschap gratis een woning aan een werknemer/zaakvoerder ter beschikking stelt, vormt dit een voordeel alle aard in hoofde van deze laatste. Dit voordeel alle aard dient, in tegenstelling tot de algemene regel, niet bepaald te worden in functie van de werkelijke waarde in hoofde van de verkrijger, maar wel op een forfaitaire basis in functie van het kadastraal inkomen.

Echter, indien het de werknemer/zaakvoerder opgelegd wordt een woning te betrekken en deze woning duidelijk zijn of haar persoonlijke behoefte te boven gaat, dient men bij deze forfaitaire waardering slechts rekening te houden met het kadastraal inkomen van een onroerend goed dat aan de werkelijke behoefte van de betrekker beantwoordt.

In een recent gepubliceerde circulaire geeft de administratie verdere toelichting over het toepassingsgebied van deze uitzonderingsbepaling.

In eerste instantie gaat de circulaire dieper in op het feit dat de betrekking van de woning opgelegd dient te zijn. Dit impliceert dat de werkgever/vennootschap de werknemer verplicht er te verblijven, en dit omwille van dwingende redenen verbonden aan de uitoefening van de beroepswerkzaamheid (dienaangaande dient opgemerkt dat een simpele vermelding in de arbeidsovereenkomst, waarbij de werkgever de werknemer verplicht een bepaalde woning te betrekken, niet volstaat).

Bijkomend stipuleert de circulaire dat er ook geen alternatief mag zijn dat beantwoordt aan de reële behoeften van de werknemer of bedrijfsleider. Hieromtrent wordt in de rechtsleer gesteld dat deze voorwaarde een toevoeging van de administratie vormt, die geen grondslag vindt in enige wettekst, noch in het KB/WIB 1992. Zo wordt geopperd dat men bezwaarlijk kan eisen van de werkgever /vennootschap dat ze op zoek gaat naar een woongelegenheid aangepast aan de behoefte van de werknemer of bedrijfsleider, indien zij over een (eventueel te ruime) woning beschikt.

Vervolgens dient er een “duidelijke overschrijding van de persoonlijke behoeften van de betrekker” zijn. De minister van financiën heeft hieromtrent toegelicht dat onder duidelijk verstaan dient te worden als “vaststaand, evident, onbetwistbaar, zichtbaar”. De circulaire somt (niet-exhaustief) enkele beoordelingscriteria op, waaronder: “de bewoonbare oppervlakte, het aantal vertrekken, de ligging van het goed, het type van de woning, het uitrustingsniveau, …”

Indien aan bovenstaande voorwaarden voldaan is (waarbij de circulaire specifiek de pastorieën en conciërgewoningen vermeldt), dient het voordeel te worden bepaald op basis van het KI van een woning (huis/appartement) in hetzelfde gebouw of wijk, die de persoonlijke behoefte van de betrekker niet overtreft.

Jarne Boone, Tax & Legal Services


Gepubliceerd op 12/06/2014.

Did you find this useful?