Article

KMO-update

Verbintenissen in naam van een vennootschap in oprichting

In de regel moeten de “promotoren” van een vennootschap nog voor deze formeel wordt opgericht, bepaalde rechtshandelingen stellen zoals een bankrekening openen in naam van de vennootschap, juridisch advies inwinnen, bepaalde arbeidsovereenkomsten sluiten met de toekomstige personeelsleden, verzekeringsovereenkomsten afsluiten, goederen en kantoormaterieel aankopen of in bepaalde gevallen de activiteit van de toekomstige vennootschap opstarten.

Om deze vennootschappen in oprichting de mogelijkheid te bieden handelingen te stellen en in één moeite derden te beschermen die met deze “toekomstige rechtspersonen” overeenkomsten sluiten, heeft onze wetgever in artikel 60 van het Wetboek van vennootschappen een systeem van “overname van verbintenis en hoofdelijke aansprakelijkheid” ingevoerd.

Dit artikel voorziet het volgende: “Tenzij anders is overeengekomen, zijn zij die in naam van een vennootschap in oprichting en vooraleer deze rechtspersoonlijkheid heeft verkregen, in enigerlei hoedanigheid een verbintenis hebben aangegaan, persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk, behalve wanneer de vennootschap binnen twee jaar na het ontstaan van de verbintenis het in artikel 68 bedoelde uittreksel heeft neergelegd en zij bovendien die verbintenis binnen twee maanden na voormelde neerlegging heeft overgenomen. In dit laatste geval wordt de verbintenis geacht van het begin af door de vennootschap te zijn aangegaan”.

Hoewel dit geen dwingende bepalingen of bepalingen van openbare orde zijn, dienen toch een aantal voorwaarden te worden vervuld opdat de overname van de verbintenis van de “promotor” door de nieuw opgerichte vennootschap effectief zou kunnen zijn.

Om te beginnen moet de “promotor” de derde-medecontractant laten weten dat hij handelt in naam en voor rekening van de vennootschap in oprichting.

Vervolgens moet de vennootschap in oprichting logischerwijs deze zijn in naam en voor rekening waarvan de verbintenis wordt aangegaan. Deze voorwaarde betekent niet dat er niets meer kan worden gewijzigd, zodra een verbintenis wordt aangegaan. Bepaalde kenmerken van de vennootschap kunnen immers nog door de oprichters worden gewijzigd tijdens de fase die voorafgaat aan de oprichting. Deze elementen kunnen worden gewijzigd maar wel uitsluitend indien met zekerheid kan worden vastgesteld dat de derde de verbintenis toch zou zijn aangegaan, mocht hij weet hebben gehad van deze nieuwe elementen.

Tot slot dient een dubbele timing in acht te worden genomen. De vennootschap moet haar rechtspersoonlijkheid binnen twee jaar hebben verkregen en de overname van de verbintenis van de “promotor” moet plaatsvinden binnen twee maanden nadat deze rechtspersoonlijkheid is verkregen. De rechtspersoonlijkheid van een rechtspersoon wordt als verworven beschouwd vanaf de neerlegging van de oprichtingsakte bij de griffie van de Rechtbank van Koophandel in het rechtsgebied waar de maatschappelijke zetel van de vennootschap is gevestigd.

Als de drie voornoemde voorwaarden zijn vervuld, bevrijdt de bekrachtiging door de vennootschap de “promotor” met terugwerkende kracht, op een actieve en passieve en wordt de verbintenis geacht rechtstreeks door de vennootschap zelf te zijn aangegaan.

Wat als de verbintenis niet door de vennootschap wordt overgenomen of als bij de overname de bij wet voorziene voorwaarden niet zijn vervuld?

Als de vennootschap de verbintenis niet overneemt of als bij de overname de voorwaarden in artikel 60 van het Wetboek van vennootschappen niet werden vervuld, blijft de “promotor” persoonlijk (en hoofdelijk in geval van meerdere “promotoren”) aansprakelijk jegens derden. De “promotor” kan zich dus niet onttrekken aan de verbintenis die hij in naam van de vennootschap in oprichting is aangegaan en zal krachtens het gemene recht inzake contractuele aansprakelijkheid verplicht zijn om de aangegane verbintenissen effectief uit te voeren of zal, bij niet-uitvoering, een schadevergoeding verschuldigd zijn. Wanneer de “promotor” met deze situatie wordt geconfronteerd, kan hij zich in principe keren tegen de vennootschap op basis van principes van het gemene recht zoals zaakwaarneming of ongerechtvaardigde verrijking, voor zover de voorwaarden voor toepassing van deze mechanismen principes zijn vervuld.

En tot slot: als de vennootschap de verbintenis overneemt, maar de voorwaarden in artikel 60 van het Wetboek van vennootschappen (bijvoorbeeld bij overschrijding van de termijnen) bij de overname niet zijn vervuld, worden de “promotor” en de vennootschap hoofdelijke medeschuldenaars. De “promotor” wordt dan met andere woorden niet van zijn verbintenissen bevrijdt en de derde-medecontractant zal twee schuldenaars hebben van wie hij de uitvoering kan eisen.

Cindy Torino, Tax & Legal Services


Gepubliceerd op 14/10/2014.

Did you find this useful?