Article

Verhuur eigen wagen aan vennootschap - Hof van beroep te Antwerpen bevestigt: roerend inkomen!

KMO-update

Het Hof van Beroep van Antwerpen fluit de fiscus terug: een bedrijfsleider van een VOF verhuurde zijn eigen luxe personenwagen aan zijn vennootschap en gaf dit huurinkomen aan in zijn aangifte personenbelasting in het vak van de roerende inkomsten. Het Hof gaat hiermee akkoord (Rb. Antwerpen, 9 januari 2013; HvB Antwerpen, 24 juni 2014)

In casu

De gedelegeerd bestuurder van een VOF verhuurde zijn eigen personenwagen, een Audi A6, aan de eigen vennootschap voor een maandelijkse huurprijs van 2.200 EUR. Hij sloot hiervoor een huurovereenkomst af met zijn vennootschap. Het huurinkomen dat voortvloeide uit deze overeenkomst werd door de bedrijfsleider opgenomen in het vak van de roerende inkomsten in zijn aangifte personenbelasting, belastbaar aan 25%.

Standpunt administratie

De administratie ging niet akkoord met de kwalificatie van het inkomen als zijnde roerend en trachtte de huurinkomsten te belasten als een bedrijfsleidersbezoldiging. Zij baseert zich op het zogenaamde attractiebeginsel voorzien in artikel 32 WIB92, waardoor alle sommen en voordelen die aan een bedrijfsleider worden toegekend door zijn vennootschap, als bedrijfsleidersbezoldigingen moeten worden aangemerkt. De belastingadministratie houdt voor dat het huurinkomen van de bedrijfsleider louter het gevolg is van zijn bestuursmandaat en aldus te beschouwen is als een bedrijfsleidersbezoldiging.

In ondergeschikte orde trachtte de administratie het inkomen te belasten als beroepsinkomen verwijzend naar artikelen 27 en 37 WIB92. De huurinkomsten zijn volgens de fiscus belastbaar als inkomsten uit een winstgevende bezigheid, i.e. inkomsten die voldoende frequent zijn en onderling verband houden om een voortdurende en gewone bedrijvigheid op te leveren (art. 27 WIB92 – definitie van baten). Artikel 37 WIB92 bepaalt dan weer dat inkomsten die voortvloeien uit goederen die voor de uitoefening van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt, aangemerkt dienen te worden als beroepsinkomsten.

Visie van de rechtspraak

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen wees de toepassing van het attractiebeginsel volledig van de hand. Volgens de Rechtbank laat artikel 32 WIB92 in casu geen bijzondere herkwalificatie van het huurinkomen in bedrijfsleidersbezoldiging toe.

Voorts stelde de rechter in Eerste Aanleg dat de ontvangen huurgelden geen beroepsinkomsten konden uitmaken op basis van artikel 37 WIB92, gezien de bedrijfsleider zijn privé wagen verhuurde.

Het Hof van Beroep is akkoord gegaan met het oordeel van de Rechter in Eerste Aanleg. Namens het Hof heeft de belastingadministratie niet bewezen dat de ontvangen huurvergoeding het karakter had van een beloning voor het uitoefenen van het bestuurdersmandaat of minstens dat het ging om een beloning die haar oorsprong vindt in de uitoefening van het mandaat en dus in werkelijkheid een betaling voor dienstprestaties zou zijn.

Verder stelt het Hof dat de bedrijfsleider duidelijk als privé persoon gehandeld heeft en niet in het kader van een winstgevende bezigheid, waardoor artikel 27 WIB92 niet van toepassing was. Het betrof inderdaad wel degelijk de verhuur van een privé goed van de bedrijfsleider.

Conclusie

De huurgelden ontvangen van de eigen vennootschap door een bedrijfsleider voor de verhuur van een privé wagen, dienen belast te worden als roerend inkomen en niet als een bedrijfsleidersbezoldiging. Dit heeft tot gevolg dat de huurinkomsten voordelig belast worden aan een tarief van 25%. Voorts wordt slechts het netto-huurinkomen belast, i.e. rekening houdend met de aftrek van de werkelijke kosten, dan wel met een kostenforfait van 15%.

Bij het bepalen van de huurprijs dient men evenwel de nodige onderbouw beschikbaar te houden en kan men geen buitensporige bedragen hanteren. Vergelijk bijvoorbeeld met de leasevergoeding van een gelijkaardige wagen bij een autoverhuurbedrijf.

Houdt tevens rekening met het belastbaar voordeel van alle aard dat ontstaat indien de wagen ter beschikking gesteld van de vennootschap, alsnog privé gebruikt zou worden door de bedrijfsleider. Tenzij men kan aantonen dat er geen privé gebruik van de wagen is, bijv. door het bijhouden een gedetailleerde kilometeradministratie.

Lise Coteur, lcoteur@deloitte.com

Gepubliceerd op 30/03/2015.

version française
Did you find this useful?