Article

KMO-update

Vermogensbescherming van kwetsbare meerderjarigen via lastgeving

"Traditioneel gebeurt de vermogensbescherming van kwetsbare meerderjarigen via rechterlijke maatregelen, zoals het bewind. De rechter benoemt een vertegenwoordiger, omschrijft diens takenpakket en controleert hem bij de uitvoering van het vermogensbeheer. Mede onder invloed van de Raad van Europa, is de aandacht van nationale wetgevers in Europa de laatste decennia echter verschoven naar oplossingen zonder tussenkomst van de rechter, in het bijzonder naar de lastgeving of volmacht.

Tegenwoordig heeft een volwassene in verschillende landen de mogelijkheid om zelf op een toekomstige onbekwaamheid te anticiperen door een volmacht te verlenen aan een vertrouwenspersoon en daarin te bepalen op welke manier zijn vermogen zal moeten worden beheerd. Deze lastgeving creëert een buitengerechtelijke bescherming en heeft wettelijk voorrang op rechterlijke beschermingsmaatregelen. De reden hiervan is enerzijds de gunstige impact van de lastgeving op de persoonlijke autonomie van kwetsbare meerderjarigen en anderzijds haar geringe maatschappelijke kost."

Bron: Ariadne Van den Broeck, Rector Roger Dillemans Instituut voor Familiaal Vermogensrecht KU Leuven).

Deze vermogensbescherming is bij ons geregeld via de wet van 17 maart 2014, die in werking zal treden op 1 september 2014 en welke de artikelen 492 e.v. van het Burgerlijk Wetboek zal wijzigen. Zoals hoger aangehaald geeft deze nieuwe wet de bekwame volwassene de mogelijkheid om zelf op een toekomstige onbekwaamheid te anticiperen, en kan aldus een volmacht verlenen aan een vertrouwenspersoon om zijn vermogen te beheren. Het toepassingsgebied van deze buitengerechtelijke bescherming heeft enkel betrekking op het vermogen van de beschermde persoon en niet op zijn persoon.

Het nieuwe beschermingsregime is zowel van toepassing op de voortdurende volmachten als op de volmachten onder opschortende voorwaarde van de wilsonbekwaamheid. Dit houdt in dat de wilsbekwame meerderjarige de keuze heeft om de lastgeving over zijn vermogen onmiddellijk aan een derde te geven of te wachten op het moment dat hij effectief wilsonbekwaam is geworden.

Hét grote voordeel van deze nieuwe regeling omtrent deze vermogensbescherming is zijn vormvrij karakter. De lastgeving kan vrij geschieden zonder bijzondere vormvereisten. Wel moet rekening gehouden worden met de registratieverplichting in het centraal register waardoor de lastgeving steeds schriftelijk zal moeten gebeuren.

Verder kan de lastgever volledig vrij bepalen wie zijn lasthebber zal worden (enige uitzondering hierop is artikel 490/1 §1 eerste en tweede lid BW waar bepaalde personen uitgesloten worden als lasthebber, zo bijvoorbeeld de personeelsleden van de instelling waar de wilsonbekwame verblijft), wat de opdracht en invulling van de lastgeving zal zijn (alle rechtshandelingen die vatbaar zijn voor conventionele vertegenwoordiging komen hiervoor in aanmerking), wanneer de lastgeving in werking treedt (moment bepalen wanneer lastgever wilsonbekwaam is), enz.

Het is dan ook aan de lastgever zelf om enerzijds de rechten en plichten van de lasthebber te bepalen, en anderzijds enkele controlemechanismen in te bouwen aangezien er door de lasthebber geen automatische verantwoording dient afgelegd te worden aan de vrederechter.

De lastgeving zal beëindigd worden indien de lastgever terug wilsbekwaam is, door herroeping van de lastgever, door overlijden van één van de partijen of door beslissing van de vrederechter.

Besluiten kunnen we door te stellen dat hét grote voordeel van deze regelgeving zijn soepel karakter is. De lastgever beschikt over een zeer grote vrijheid teneinde zijn vermogen via lastgeving te beschermen. Deze vrijheid kan anderzijds als een nadeel beschouwd worden gezien men bij de opmaak van dergelijke lastgeving zelf zoveel mogelijk zal moeten opnemen teneinde geen problemen te ervaren op het moment dat de lastgeving effectief in werking treedt. Het nieuwe artikel 492 e.v. van het Burgerlijk Wetboek bieden wel enige vorm van reglementering maar dit is slechts te beschouwen als een algemeen kader. Vertrouwen in de naaste omgeving is dan ook essentieel voor deze nieuwe maategel.

Peter Taffijn, Tax & Legal Services


Gepubliceerd op 27/05/2014.

Did you find this useful?