Article

KMO-update

Visitatierecht van de fiscus

Sinds enkele jaren heerst er een conflict tussen de verregaande onderzoeksbevoegdheden van de fiscus (zogenaamde visitatierecht) enerzijds en het recht op privacy van de belastingplichtige anderzijds. De rechtbank van Antwerpen heeft in haar arrest dd. 2 februari 2014 de discussie opnieuw beslecht in het voordeel van de fiscus.

De feiten

In het kader van een fiscale controle heeft de fiscus recentelijk een bezoek gebracht aan de privéwoning van de zaakvoerder van een vennootschap. De fiscus beschikte over een voorafgaandelijke machtiging van de politierechter. De zaakvoerder was echter niet thuis, enkel de echtgenote was aanwezig. De fiscale ambtenaren doorzochten kasten en laden in de woning en namen vervolgens de PC van de zaakvoerder mee.

De belastingplichtige betwiste de supplementaire aanslag die volgde uit deze controle gelet op het feit dat

  • er geen toestemming werd gegeven voor deze controle door een vertegenwoordiger van de vennootschap
  • en de fiscus haar bevoegdheden voorbij is gegaan door het actief openen van kasten.

De rechtbank van Antwerpen heeft het conflict opnieuw beslecht in het voordeel van de fiscus.

Analyse

Volgens de rechtbank kan de fiscus de privéwoning van de zaakvoerder bezoeken zonder zijn aanwezigheid en toestemming. Uit de wet en ook uit de intentie van de wetgever blijkt nochtans de noodzakelijkheid van de instemming van de belastingplichtige in het kader van een fiscale visitatie. De visie van de rechtbank zou in dat opzicht een inbreuk betekenen op het recht op privacy van de belastingplichtige.

In het arrest herbevestigde de rechtbank haar eerdere standpunt dat de fiscus niet alleen een visitatierecht, maar ook een actief zoekrecht heeft in het kader van een fiscale controle. Dit houdt onder meer in dat de fiscus gerechtigd is om de kasten en laden van de belastingplichtige te doorzoeken en daarbij de boeken en stukken mag onderzoeken die hij relevant acht.

Hoewel de belastingplichtige uiteraard verplicht is om alle boeken en bescheiden, die noodzakelijk zijn om het bedrag van de belasting te bepalen, voor te leggen aan de fiscus, kan men hieruit geenszins een actief zoekrecht afleiden in hoofde van de fiscus tijdens de uitoefening van zijn visitatierecht. Het is dan ook nooit de intentie van de wetgever geweest om een actief zoekrecht toe te kennen aan de fiscus.

Voor de volledigheid dienen wij hierbij te vermelden dat de rechtbank in deze rechtszaak eveneens heeft geoordeeld dat de bewijslast op de belastingplichtige rust om aan te tonen dat de fiscus zijn onderzoeksbevoegdheden op onregelmatige wijze heeft aangewend. Ook dit is voor kritiek vatbaar.

Conclusie

Uit het voorgaande blijkt dat de huidige rechtspraak de onderzoeksbevoegdheden van de fiscus laat primeren op het recht op privacy van de belastingplichtige. In het kader van een fiscale visitatie is volgens hen geen instemming van de belastingplichtige vereist, beschikt de fiscus over een actief zoekrecht en is het zelfs aan de belastingplichtige om een onregelmatige controle van de fiscus te bewijzen.

Deze uitbreiding van de onderzoeksbevoegdheden van de fiscus kan serieus in twijfel worden getrokken.

Bart Verhelst, Deloitte


Gepubliceerd op 07/10/2014.

Did you find this useful?