Article

Voorbereiding van de nieuwe programmawet: de fiscale aspecten op tafel

KMO-update

In juni 2015 zou de nieuwe programmawet van de regering-Michel moeten worden goedgekeurd. We overlopen de belangrijkste fiscale maatregelen die vandaag op tafel liggen (met uitzondering van de regeling voor de diamantsector). Voorlopig is de tekst nog niet definitief.

1. Kaaimantaks of transparantiebelasting

De regering wil vanaf 1 januari 2015 een belasting invoeren op de inkomsten uit bepaalde juridische constructies.

De kaaimantaks is er gekomen als gevolg van de verplichting, voor natuurlijke personen, om sinds het aanslagjaar 2014 buitenlandse juridische constructies (bv. de Luxemburgse SPF) aan te geven.

Alle inkomsten uit de bedoelde structuren, zoals trusts of buitenlandse rechtspersonen die nauwelijks of geen belastingen betalen, zouden worden geacht te zijn toegekend aan de Belgische oprichter / ingezetene. Indien de belastingplichtige kan aantonen dat er inkomsten zijn toegekend aan ingezetenen van EG-lidstaten, van landen waarmee België een OVDB (overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting) heeft gesloten, van landen waarmee België een akkoord heeft gesloten betreffende het uitwisselen van belastinggegevens of aan een andere Belgische ingezetene (die zou worden belast), dan zou de oprichter niet worden belast op die inkomsten.

Het wetsontwerp bevat definities van de begrippen ‘juridische constructies’, ‘oprichters’ en ‘overige begunstigden’.

Toont de belastingplichtige aan dat de juridische constructie onderworpen was aan een inkomstenbelasting van ten minste 15%, berekend op een belastinggrondslag die is vastgesteld overeenkomstig de Belgische regels, dan zou de fiscale transparantie niet toepasselijk zijn. De wet zou niet gelden voor Europese beursgenoteerde vennootschappen noch op gesubsidieerde managementvennootschappen. Bovendien zou de wet ook een bepaling inzake het vermijden van dubbele belasting bevatten.

De bedoelde oprichters zouden niet alleen natuurlijke personen zijn maar ook entiteiten die worden belast in de RPB (rechtspersonenbelasting).

De regering neemt zich ook voor om een bepaling om misbruik tegen te gaan op te nemen in een nieuw artikel 344/1 WIB met als doel de belastingaanslag uit te breiden tot constructies die tot doel hebben aan de kaaimantaks te ontkomen.

2. Belastingvoordelen voor start-ups

Tax shelter voor start-ups

De federale regering heeft nagedacht over een belastingstimulans om particulieren ertoe te bewegen te investeren in het kapitaal van start-ups. Dit zou gebeuren via een tax shelter-regeling die toelaat om een deel van de investering af te trekken via de aangifte in de personenbelasting.

Vanaf 1 juli zou een tax shelter-regeling van toepassing zijn op investeringen in start-ups voor zover aan bepaalde voorwaarden is voldaan:

  • Betalingen in contanten om nieuwe aandelen te verwerven (kapitaalverhoging of oprichting) binnen de 4 jaar vanaf de oprichting;
  • De start-up wordt gedefinieerd (samengevat) als een Belgische vennootschap of een vennootschap gevestigd in de EER die geen kapitaalvermindering heeft doorgevoerd, geen dividenden heeft uitgekeerd en zich niet bevindt in een collectieve procedure van insolventie;
  • De belastingvermindering zou 30% bedragen voor kmo’s (artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen) en 45% voor micro-ondernemingen;
  • Indien de belastingplichtige aandelen van de start-up overdraagt binnen de termijn van 4 jaar na die aandelen te hebben verworven, zou de tax shelter-regeling in evenredige verhouding moeten worden terugbetaald;
  • De verlaagde roerende voorheffing zou verenigbaar zijn met deze tax shelter-regeling.

Vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor start-ups

In een nieuw artikel 275/10 WIB zou de regering het voor start-ups mogelijk maken om een vrijstelling van 10%, voor kmo’s, of van 20%, voor micro-ondernemingen, te genieten van de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de lonen die vanaf 1 juli 2015 worden betaald of toegekend en dit gedurende de eerste vier jaar na de oprichting.

Vrijstelling van de interesten op leningen die aan start-ups worden toegekend

Er zou een artikel 21, 13° WIB worden ingevoegd met het oog op de vrijstelling van de interesten van nieuwe niet-beroepsgerelateerde leningen die tot doel hebben nieuwe economische initiatieven te ondersteunen. Het zou gaan om leningen van (1) minimum 4 jaar (2) die natuurlijke personen toekennen (3) vanaf 1 juli 2015 (4) via een gereguleerd platform van participatieve financiering toekennen (5) aan start-ups (6) die minder dan 4 jaar geleden zijn opgericht. De maximale vrijstelling zou €15.000 bedragen voor het boekjaar 2016.

Aftrek voor investering op digitale investeringen

Een verhoogde aftrek voor investering zou vanaf het aanslagjaar 2016 worden toegekend aan kmo’s en zou gelden voor investeringen op het vlak van digitale betalingen en facturatie alsook voor investeringen in systemen ter beveiliging van de informatie- en communicatietechnologieën.

Uitbreiding van de vereffeningsreserve

De vereffeningsreserve zou worden uitgebreid tot de winst van de boekjaren 2013 en 2014.

Belastingkrediet voor lage lonen

Het belastingkrediet (artikel 289ter/1 WIB) zou worden verhoogd, i.e. van het huidige percentage van 14,4% tot 17,8% (maximum €235 geïndexeerd per jaar) vanaf 1 augustus 2015, tot 28,03% (max. €420) voor 2016 en tot 33,14% (max. €500) voor 2019.

Anne-Laure Huÿnen - ahuynen@deloitte.com

Gepubliceerd op 30/06/2015.

Version française
Did you find this useful?