Article

Vooruitbetaalde huur is aftrekbaar in boekjaar van betaling

KMO-update

Het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelt dat vooruitbetaalde huur volledig in kosten kan worden genomen in het jaar van betaling. Dit zonder dat rekening moet gehouden worden met het jaar waarop de huur betrekking heeft.

Feiten
Een verhuisfirma sluit een overeenkomst af met een zustervennootschap voor de huur van magazijnen die gebruikt worden als opslagplaats. In dit kader wordt een eenmalige vergoeding vooruitbetaald voor de terbeschikkingstelling van de magazijnen gedurende een periode van 3 (boek)jaren.

Het volledige bedrag van de vergoeding wordt door de verhuisfirma ten laste genomen in het boekjaar van betaling. De belastingadministratie is van mening dat hierdoor een onderschatting van het actief ontstaat, t.b.v. de huurgelden die betrekking hebben op de latere boekjaren. Dit standpunt wordt gevolgd door de rechter in eerste aanleg (Rb. Antwerpen, 15/01/2014).

Onder meer volgende argumenten worden hiertoe opgeworpen:

  • Uit de boekhoudwetgeving zou volgen dat de vooruitbetaalde huur moet worden geboekt op een overlopende rekening van het actief “over te dragen kosten”. Uit dezelfde wetgeving zou volgen dat de geïnde bedragen bij de verhuurder via een overlopende rekening van het passief moeten worden opgenomen in de winst van het boekjaar waarop de huurgelden betrekking hebben.
  • Deze boekhoudrechtelijke bepaling werd toegepast bij de verhuurder (gespreide in-resultaat-name), maar niet bij de huurder (terwijl andere (kleinere) kosten wel werden gespreid).
  • De eerste rechter besliste dat het in kosten nemen van de vooruitbetaalde huur indruist tegen de eenjarigheid van de belastingwet en dat de niet-spreiding van de kost geen getrouw beeld geeft van de onderneming.
  • Bovendien oordeelde de rechter in eerste aanleg dat gewerkt werd met twee boekhoudmaten en zulks welbewust (waardoor er in de grond sprake zou zijn van gekwalificeerde fraude).
  • In hoger beroep wijst de belastingadministratie erop dat de regels van het boekhoudrecht voorrang hebben op de fiscale wetgeving. Zij verwijst eveneens naar rechtspraak van het Hof van Cassatie m.b.t. het tijdstip waarop vooruitbetaalde huur belastbaar is (Cass. 20/02/1997).

Arrest Hof van Beroep te Antwerpen van 17/03/2015
Het Hof van Beroep te Antwerpen onderschrijft in eerste instantie het boekhoudkundig principe dat vooruitbetaalde huur geboekt moet worden op een overlopende rekening en moet toegerekend worden aan het jaar waarop de huur betrekking heeft. Bovendien, aldus het Hof, volgt het fiscaal recht het boekhoudrecht, behoudens wanneer de fiscale wetgeving er uitdrukkelijk van afwijkt.

Vervolgens wordt verwezen naar artikel 49 WIB 1992, waarin bepaald wordt dat de kosten die een belastingplichtige in een bepaald belastbaar tijdperk heeft gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verwerven of te behouden, aftrekbaar zijn als beroepskosten. Artikel 49, tweede lid WIB 1992 preciseert dat: “Als in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen worden beschouwd, de kosten die in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt”.

Volgens het Hof vormt het tweede lid van artikel 49 een afwijking van het boekhoudrecht, op basis waarvan kosten die in een boekjaar zijn betaald, zelfs al hebben ze betrekking op een toekomstig tijdperk, aftrekbare beroepskosten zijn van het jaar van hun betaling. Dit laatste zou precies een toepassing zijn van het eenjarigheidsbeginsel en er geenszins strijdig mee zijn.

Aangezien de vennootschap (verhuisfirma) het bepaalde in artikel 49 WIB 1992 in acht heeft genomen, alsnog het Hof, “kan haar niet verweten worden niet de rekening “over te dragen kosten” gebruikt te hebben en de volledige uitgave ten laste genomen te hebben bij de betaling ervan”.

Verder wordt de boekhoudkundige verwerking van de vooruitbetaling bij de verhuurder afgedaan als niet ter zake dienend, aangezien deze niet noodzakelijk gelijk loopt met de verwerking bij de huurder. Ook de verwijzing naar eerder genoemd cassatiearrest wordt niet relevant bevonden.

Conclusie
Dit arrest van het Antwerpse Hof van Beroep sluit aan bij een eerder vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt (13/10/2004). Conform deze rechtspraak moet het tijdstip van aftrekbaarheid van vooruitbetaalde huur uitsluitend beoordeeld worden op basis van artikel 49 WIB 1992. Deze wetsbepaling zou immers primeren boven de boekhoudwetgeving.

Let wel: opdat kosten fiscaal aftrekbaar kunnen zijn, moeten zij als zodanig geboekt zijn. Met andere woorden kunnen vooruitbetaalde kosten niet ineens aftrekbaar zijn in het jaar van betaling, indien zij via de overlopende rekeningen geboekt worden. In die zin is de boekhoudkundige verwerking bindend t.o.v. de fiscus.

Bovendien werd de eenmalige vergoeding in het hier besproken arrest effectief betaald aan de gelieerde vennootschap (m.a.w. geen boeking in rekening-courant).

Louis Mortier - Tax Department

version française
Did you find this useful?