Article

KMO-update

Vrijstellingen van onroerende voorheffing voor materieel en outillage uitgebreid.

In het Vlaamse Gewest bestonden reeds een aantal vrijstellingen van onroerende voorheffing voor materieel en outillage. Deze werden vanaf 2014 nog verder uitgebreid.

Onroerende voorheffing op materieel en outillage

Onroerende voorheffing is in principe verschuldigd op het bezit van onroerende goederen, zoals gronden en gebouwen. Indien materieel en outillage, zijnde machines, installaties en dergelijke dienstig voor een nijverheids-, handels- of ambachtsbedrijf, kwalificeert als onroerend goed, dan dient hierop ook onroerende voorheffing te worden afgedragen. Deze bedrijfsuitrusting kan door haar aard of door haar bestemming als een onroerend goed kwalificeren. Wanneer bijvoorbeeld een machine onlosmakelijk met een gebouw verbonden is dan zal deze machine een kadastraal inkomen toegekend krijgen en onderworpen worden aan de onroerende voorheffing die berekend wordt op dit kadastraal inkomen.

Bestaande vrijstellingen

Voor nieuwe investeringen en vervangingsinvesteringen waarvoor het kadastraal inkomen werd vastgesteld tussen 1 januari 1998 en 1 januari 2008 gold reeds een vrijstelling van onroerende voorheffing. Voor vervangingsinvesteringen die in deze periode werden gedaan was echter vereist dat het kadastraal inkomen hoger was dan het kadastraal inkomen van de vervangen investering en was de vrijstelling beperkt tot dit ‘surplus’.

Voor alle investeringen, zowel nieuwe als vervangingsinvesteringen, die vanaf 1 januari 2008 gebeurden gold eveneens een vrijstelling van onroerende voorheffing. Voor vervangingsinvesteringen was er geen beperking meer van de vrijstelling tot het ‘surplus’.

Deze regelgeving heeft ertoe geleid dat er in bepaalde situaties alsnog belasting wordt geheven op materieel en outillage. Dit was onder meer het geval bij vervangingsinvesteringen gedaan tussen 1 januari 1998 en 1 januari 2008 maar ook bij tweedehands materieel en outillage omdat dit expliciet werd uitgesloten van bovenstaande regelingen.

Nieuwe vrijstelling vanaf 2014

Bovenop de bestaande vrijstellingen, die allemaal behouden blijven, kan een investering vanaf 2014 ervoor zorgen dat het nog overblijvende kadastraal inkomen van vroegere investeringen verminderd wordt. Indien een kadastraal inkomen wordt toegekend aan materieel en outillage in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016 is dit kadastraal inkomen al vrijgesteld van onroerende voorheffing op basis van de hoger vermelde vrijstelling én mag dit kadastraal inkomen tevens worden afgetrokken van het kadastraal inkomen van het materieel en outillage dat tot nu toe nog geen vrijstelling genoot. Er werd voor dit systeem van een indirecte verlaging van het nog oude belastbare kadastraal inkomen gekozen omdat dit nieuwe investeringen zou aanmoedigen.

Een voorwaarde die ook aan deze nieuwe vrijstelling werd gekoppeld betreft de verplichting om toe te treden tot een energiebeleidsovereenkomst, althans voor wat betreft de energie-intensieve bedrijven die tot de doelgroep behoren.

Deze nieuwe vrijstelling zal eveneens niet van toepassing zijn op tweedehands materieel en outillage.

Conclusie

Met deze maatregel schaft men nog niet volledig de nog resterende onroerende voorheffing op materieel en outillage af, maar voorziet men in een verdere verlaging van de belastbare basis van vennootschappen die investeren en die nog bedrijfsuitrusting hebben dat effectief onderworpen was.

Bart Verhelst, Deloitte


Gepubliceerd op 12/06/2014.

Did you find this useful?