nieuwe-regels-intrestaftrekbeperking

News

Nieuwe regels intrestaftrekbeperking

KMO-update

Vanaf aanslagjaar 2020 (verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 01/01/2019) zijn nieuwe regels voor intrestaftrekbeperking van toepassing. Deze regels vervangen mogelijk de huidige 5:1 thin cap regel.

De nieuwe regeling is uiterst complex en vereist voor vennootschappen die behoren tot een groep, zowel berekeningen op het niveau van de betreffende vennootschap als op het niveau van de groep. Bovendien moet/mag een eventueel overschot aan intrestaftrek binnen de groep verdeeld worden en is er een interferentie met de groepsbijdrageregeling ('fiscale consolidatie').

Het is aangewezen om niet te wachten tot de opmaak van de aangifte om deze complexe oefening te doen maar reeds in de loop van het jaar simulaties te maken om verrassingen te vermijden.

Hierna geven we alvast een beknopte toelichting van de nieuwe regels.

Financieringskostensurplus

De nieuwe regels beperken voortaan de fiscale aftrek van het zogenaamde financieringskostensurplus* tot het hoogste van de volgende twee grensbedragen:

  • 3 miljoen EUR (de minimisdrempel)
  • 30 % van de (fiscale) EBITDA*.

*In het geval de belastingplichtige deel uitmaakt van een groep van vennootschappen, worden het 'financieringskostensurplus' en de EBITDA vastgesteld volgens een ad hoc consolidatie, waarbij de kosten en opbrengsten tussen binnenlandse vennootschappen en Belgische inrichtingen van diezelfde groep niet in aanmerking worden genomen.

Gezien de vooropgestelde de minimisdrempel van 3 mio EUR zijn vele belastingplichtigen de mening toegedaan dat zij niet gevat worden door deze nieuwe regels. Echter, als de belastingplichtige deel uitmaakt van een groep van vennootschappen, moet overeenkomstig de wettelijke bepalingen de minimisdrempel evenredig worden verdeeld over alle binnenlandse vennootschappen en Belgische inrichtingen die gedurende het hele belastbare tijdperk deel hebben uitgemaakt van de groep, en dit volgens een bepaalde verdeelsleutel die nog moet bepaald worden bij Koninklijk Besluit.

Onder financieringskostensurplus wordt verstaan het positieve verschil tussen alle intrestkosten en -opbrengsten alsook de economisch gelijkwaardige kosten en opbrengsten. In tegenstelling tot de huidige thin cap-regel beperkt de nieuwe intrestaftrekbeperking zich niet tot situaties waarbij de werkelijke verkrijger deel uitmaakt van dezelfde groep, waardoor deze nieuwe regels ook van toepassing zijn op externe (bv. bancaire) financiering.

Intrestaftrekcapaciteit

Niet-aftrekbare intresten die werden vastgesteld in het kader van deze beperking zijn overdraagbaar naar een volgend belastbaar tijdperk. Bovendien is het mogelijk voor een belastingplichtige met een overschot aan intrestaftrekcapaciteit ─mits naleving van de wettelijk voorgeschreven vormvereisten en voorwaarden─ dit overschot over te dragen naar een andere groepsentiteit die een tekort heeft.

Vallen niet onder deze regels

Een aantal belastingplichtigen worden uitgesloten van deze nieuwe regelgeving. Dit is onder andere het geval voor financiële vennootschappen, zoals kredietinstellingen, bepaalde beleggings- en (her)verzekeringsondernemingen, …

Ook volgende op zichzelf staande vennootschappen vallen niet onder deze nieuwe regelgeving:

  • die geen deel uitmaken van een groep en
  • die geen deelneming aanhouden in een vennootschap van ten minste 25 % en
  • die geen aandeelhouder hebben die tevens een deelneming aanhoudt in een andere vennootschap van ten minste 25 %.

Intresten voor leningcontracten die afgesloten werden vóór 17/06/2016 en waaraan vanaf deze datum geen fundamentele wijzigingen werden aangebracht, vallen niet onder deze nieuwe regels. Voor deze leningen blijft de huidige thin cap regel van toepassing. De huidige regel blijft tevens behouden voor intresten betaald of toegekend in geval de werkelijke verkrijger ervan gevestigd is in een belastingparadijs

 

Gepubliceerd op 8/04/2019

Henk Hemelaere, hhemelaere@deloitte.com

Did you find this useful?