Analysis

De financiële performantie van de Belgische kmo over de voorbije 4 jaar

2600 exploitatievennootschappen in de referentiegroep

Hieronder vindt u de meest pertinente en opvallende conlcusies van het KMO Kompas 2015

Liquidatiereserve werpt zijn vrucht af

We berekenen de reële solvabiliteit van de onderneming door het eigen vermogen te verruimen met het quasieigen vermogen, met name door de achtergestelde leningen en rekeningen-courant van aandeelhouders, vennoten, bestuurders en zaakvoerders mee op te nemen in het “eigen vermogen”. Veelal financieren familiale aandeelhouders hun onderneming immers in belangrijke mate met rekeningen-courant, wat evenzeer als risicokapitaal en als financiële buffer voor derden beschouwd moet worden. Het reëel eigen vermogen is bijgevolg samengesteld uit drie belangrijke componenten: kapitaal, gereserveerde winsten (al dan niet onder de vorm van reserves) en rekeningen-courant.

Eind 2014 noteerde de doorsnee exploitatievennootschap een reële solvabiliteit van 51,1%. De belangrijkste vermogenverschaffers van onze kmo’s zijn dus de eigen aandeelhouders en bestuurders/zaakvoerders. Opvallend is ook de grote reële solvabiliteit van het eerste kwartiel (bovengrens van de 25% minst presterende ondernemingen), met name 27,1%. De voorbije jaren heeft de component “kapitaal” systematisch aan belang gewonnen binnen de opbouw van het reëel eigen vermogen. Eind 2011 bestond het reëel eigen vermogen gemiddeld uit 26,7% kapitaal2.

Eind 2014 vertegenwoordigde het kapitaal gemiddeld 30,2% van het reëel eigen vermogen. De introductie van de liquidatiereserve in de loop van 2013 verklaart één en ander.

(2) Enkel kmo’s met positief eigen vermogen zijn in rekening genomen.

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p10-samenstelling-reeel-ev-chart.jpg?logActivity=true

Het aantal ondernemingen dat het kapitaal verhoogd heeft in 2013 is gevoelig gestegen ten opzichte van de voorgaande jaren. We spreken over maar liefst 8,4% van de kmo’s opgenomen in onze KMO Kompas studie. In 2014 hebben nogmaals 5,3% van de kmo’s hun kapitaal
verhoogd.

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p11-kmo-met-kapitaalverhoging.jpg?logActivity=true

Omzetevolutie

Kloof tussen groeibedrijven en andere kmo's neemt toe

In 2014 heeft 47,9% van de exploitatie-kmo’s een reële omzetgroei ten opzichte van 2011 gerealiseerd. Bij een reële omzetgroei overtreft de groei de inflatie. In 2014 zijn de consumptieprijzen met gemiddeld 3,17% gestegen ten opzichte van 2011. 6,2% van de bedrijven heeft de voorbije 3 jaar wel een omzetgroei gerealiseerd, doch kleiner dan de gemiddelde inflatievoet. Bij deze groep ondernemingen kunnen we dan ook slechts van een nominale omzetgroei spreken. In 2014 noteerde de mediaanonderneming een omzetgroei van 16,5%.

In 2014 werd nog steeds 45,9% van de kmo’s geconfronteerd met een omzetdaling. Deze omzetdaling bedroeg bij de doorsnee kmo 15,7%. In 2012 beperkte deze gemiddelde omzetdaling zich nog tot 9%. De kloof tussen groeibedrijven en de andere kmo’s is met andere woorden sterk toegenomen de voorbije 3 jaar. Hetzelfde fenomeen geldt binnen de verschillende sectoren. Zo heeft een record aantal dienstverlenende
bedrijven (57,3% ) een reële omzetgroei gerealiseerd in 2014. De gemiddelde omzetgroei ten opzichte van 2011 steeg tot 21,2%.

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p12-omzetevolutie-2012-13-14vs2011.jpg?logActivity=true

 

36,9% van de dienstverlenende bedrijven zag in dezelfde periode echter de omzet dalen en dit met gemiddeld 16,4%. In 2012 beperkte deze daling zich nog tot 10,5%. Het aantal kmo’s geconfronteerd met omzetverlies is het sterkst teruggelopen binnen de sector industrie. Eind 2013 noteerde nog 55,9% industriële bedrijven een omzetdaling. Eind 2014 is dit percentage teruggevallen tot 46,6%. De gemiddelde omzetdaling binnen deze groep ondernemingen is de voorbije drie jaar echter quasi verdubbeld van 8,4% in 2012 tot 16,6% in 2014.
De gemiddelde omzetgroei daarentegen beperkte zich in 2014 tot 12,8%.

In 2014 heeft het aantal handelsondernemingen die de verkoop zag achteruitgaan, zich gestabiliseerd rond de 52%. Ook hier is het gemiddeld omzetverlies de voorbije 3 jaar toegenomen van 7,9% in 2012 tot 13,8% in 2014. Ten slotte werd nog steeds 54,5% van de bouwondernemingen met omzetverlies geconfronteerd in 2014. Deze laatste bedroeg gemiddeld 18,3%. Ter vergelijking: in 2012 noteerde 55,5% van de bouwbedrijven een omzetdaling. Deze bedroeg toen 13,8% voor de mediaanonderneming.

 

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p13-omzetevolutie-2012-13-14vs2011.jpg?logActivity=true

 

Productiviteit en rendement herleven Bouwsector blijft het moeilijk hebben

In 2014 is het operationeel rendement (EBIDTA/omzet) voor het vierde jaar op rij gestegen. In 2011 zag de doorsnee exploitatievennootschap nog de EBITDA op omzet wegzakken tot 8,1%. In 2014 wist de doorsnee kmo opnieuw een operationeel rendement van 8,8% te realiseren. Deze trend stellen we vast binnen alle sectoren, met uitzondering van de bouwsector waar de EBITDA op omzet het voorbije jaar nog verder weggezakt is tot 7,9%.


Ook het operationeel rendement in verhouding tot het personeelseffectief is het voorbije jaar trouwens met gemiddeld 4% gestegen van 18.232 EUR tot 18.980 EUR. Deze stijging is in eerste instantie te danken aan een doorgedreven kostenbewaking en het meer efficiënt inzetten van de beschikbare middelen. De doorsnee kmo binnen de dienstensector en de handel noteert trouwens een EBITDA per
VTE van meer dan 21.000 EUR. Ook de doorsnee industriële onderneming wist in 2014 voor het eerst opnieuw het operationeel rendement van 2011 te verbeteren: 16.301 EUR in 2014 ten opzichte van 15.796 EUR in 2011. Binnen de bouwsector is het operationeel rendement per VTE daarentegen de voorbije 4 jaar gedaald van 16.745 EUR in 2011 tot 12.451 EUR in 2014. De return on capital employed, kortweg ROCE, geeft de winstgevendheid voor de aandeelhouders en andere geldverschaffers (lees: banken en leasingmaatschappijen) weer. Het voorbije jaar heeft elke 100 EUR geïnvesteerd in een Belgische kmo een bruto rendement van gemiddeld 6,2% opgeleverd. De doorsnee dienstverlenende kmo doet nog beter, met een ROCE van gemiddeld 8,1%. Ook de doorsnee handels- en industriële onderneming wist in 2014 mooie cijfers
van respectievelijk 5,7% en 6,2% te realiseren. De bouwsector daarentegen zag de ROCE de voorbije 4 jaar systematisch terugvallen van gemiddeld 6,6% in 2011 tot 4,3% in 2014.

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p14-ebitda-omzet-chart.jpg?logActivity=true

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p15-omzet-ebitda-vte-tabel.jpg?logActivity=true

Heropleving tewerkstelling

In de periode 2011-2014 hebben 38% van de exploitatievennootschappen uit de referentiegroep bijkomend personeel aangeworven. 35% heeft in 2014 minder personeel tewerkgesteld dan in 2011. Per saldo is binnen onze referentiegroep de tewerkstelling de voorbije 3 jaar met 8,3% toegenomen. Deze toename is vooral te danken aan de dienstverlenende bedrijven, met een meertewerkstelling van 18,8%. In de groothandel zijn daarentegen 1,8% banen verloren gegaan. Ook binnen de industrie is de tewerkstelling gedaald met 0,9%. Ook de interimkosten in verhouding tot de totale loonkosten, zijn het voorbije jaar toegenomen. In 2011 vertegenwoordigden de interimkosten 4,3% van de globale personeelskost. In 2014 heeft de doorsnee kmo een toenemend beroep gedaan op uitzendkrachten en is deze kost gestegen tot 4,6% van de globale personeelskost. Een verklaring voor deze toename kunnen we enerzijds vinden in het eenheidsstatuut en de gevolgen daarvan voor de proefperiode en de opzegtermijn. Anderzijds speelt het voorzichtig herstel van de economie een rol. Vooral de bouwsector heeft extra personeel onder de vorm van interimarbeid ingezet. Het aandeel van de interimkosten in de globale personeelskosten is er de voorbije 3 jaar dan ook gestegen van 3,4% tot 4,9%. Binnen de dienstensector stellen we de omgekeerde beweging vast. Hier is het aandeel van de interimkost de voorbije 3 jaar gedaald van 3,9% tot 3,1%.

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p16-kmo-meertewerkstelling-gecreeerd-chart.jpg?logActivity=true

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p17-evolutie-vte-2014vs20111-chart.jpg?logActivity=true

Doorsnee kmo betaalt 28% vennootschapsbelasting op boekhoudkundige winst

Voor het eerst in 4 jaar realiseerde 80% van de kmo’s uit onze referentiegroep een boekhoudkundige winst voor belastingen. Van deze ondernemingen heeft 82% vennootschapsbelasting betaald. Ter vergelijking: in 2011 noteerde slechts 69% van de kmo’s een boekhoudkundige winst voor belastingen. Hiervan betaalde 75% vennootschapsbelasting. De helft van de winstgevende Belgische kmo’s betaalde in 2014 minstens 27% vennootschapsbelasting. Bij de exploitatievennootschappen loopt dit percentage op tot 28,1%. Bij de doorsnee dienstverlenende
kmo bedraagt de belastingdruk zelfs 31,5%. Ook de managementvennootschappen betaalden gemiddeld 31,7% vennootschapsbelasting in 2014.

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p18-aantal-winstgevende-kmo-vennootschapsbelasting-betaalt-chart.jpg?logActivity=true

 

Voor het eerst in 4 jaar creëert doorsnee kmo bijkomende waarde

We berekenen de waarde van de Belgische kmo aan de hand van volgende formule.

Waarde = (EBITDA x Multiple) + nettokaspositie

Hierbij fluctueert de multiple in de tijd en wordt deze door tal van economische parameters beïnvloed.

Dankzij een positieve evolutie van de nettokaspositie en een uiterst positieve marktwaardering (multiple), heeft de doorsnee kmo in 2014 niet alleen opnieuw de waarde van 2011 geëvenaard, maar zelfs ruimschoots overtroffen. De doorsnee kmo noteert een waardecreatie van 17% in
2014 ten opzichte van 2011. De doorsnee kmo binnen de dienstensector noteert zelfs een waardestijging van 27% in 2014. Ook de gemiddelde industriële onderneming zag haar waarde met gemiddeld 21% groeien het voorbije jaar. Zelfs de doorsnee handelsonderneming kan terugblikken op een mooie waardegroei van 10%. Enkel de bouwsector heeft het waardeverlies van de voorbije 2 jaar nog niet helemaal kunnen compenseren. De mediaanonderneming hier wordt nog steeds met een waardeverlies van 8% ten opzichte van 2011 geconfronteerd.

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p22-evolutie-waarde-tov2011-chart.jpg?logActivity=true

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p22-ebitda-multiple-chart.jpg?logActivity=true

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p23-evolutie-ebitda-chart.jpg?logActivity=true

http://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/be/Images/inline_images/kmo-kompas-2015/NL%20charts/NL-Charts%20150dpi/be-acc-kmo-kompas-p23-evolutie-nettokaspositie-chart.jpg?logActivity=true

 

Did you find this useful?