Article

Liquidatiereserve werpt zijn vrucht af

KMO Kompas 2015

We berekenen de reële solvabiliteit van de onderneming door het eigen vermogen te verruimen met het quasieigen vermogen, met name door de achtergestelde leningen en rekeningen-courant van aandeelhouders, vennoten, bestuurders en zaakvoerders mee op te nemen in het “eigen vermogen”. Veelal financieren familiale aandeelhouders hun onderneming immers in belangrijke mate met rekeningen-courant, wat evenzeer als risicokapitaal en als financiële buffer voor derden beschouwd moet worden. Het reëel eigen vermogen is bijgevolg samengesteld uit drie belangrijke componenten: kapitaal, gereserveerde winsten (al dan niet onder de vorm van reserves) en rekeningen-courant.

Eind 2014 noteerde de doorsnee exploitatievennootschap een reële solvabiliteit van 51,1%. De belangrijkste vermogenverschaffers van onze kmo’s zijn dus de eigen aandeelhouders en bestuurders/zaakvoerders. Opvallend is ook de grote reële solvabiliteit van het eerste kwartiel (bovengrens van de 25% minst presterende ondernemingen), met name 27,1%. De voorbije jaren heeft de component “kapitaal” systematisch aan belang gewonnen binnen de opbouw van het reëel eigen vermogen. Eind 2011 bestond het reëel eigen vermogen gemiddeld uit 26,7% kapitaal2.

Eind 2014 vertegenwoordigde het kapitaal gemiddeld 30,2% van het reëel eigen vermogen. De introductie van de liquidatiereserve in de loop van 2013 verklaart één en ander.

(2) Enkel kmo’s met positief eigen vermogen zijn in rekening genomen.

 

Het aantal ondernemingen dat het kapitaal verhoogd heeft in 2013 is gevoelig gestegen ten opzichte van de voorgaande jaren. We spreken over maar liefst 8,4% van de kmo’s opgenomen in onze KMO Kompas studie. In 2014 hebben nogmaals 5,3% van de kmo’s hun kapitaal
verhoogd.

Did you find this useful?