Article

Begroting 2015

De fiscale maatregelen

Aangepast op 12 januari 2015

Op 7 oktober 2014 bereikten de politieke partijen van de regeringscoalitie (CD&V, MR, N-VA en Open VLD) een akkoord over de maatregelen betreffende de begroting voor 2015. Hier beneden vindt u een overzicht van de fiscale maatregelen vervat in dit akkoord. De meeste van deze maatregelen zullen van toepassing zijn vanaf 2015 en zijn opgenomen in de programmawet van 19 december 2014. Voor zover beschikbaar, hebben we de verwachte opbrengst of kost voor de Schatkist vermeld, en dit voor de periode 2015-2018. Deze cijfers komen uit de zgn. “begrotingsnotificaties”.

Onze samenvatting is gebaseerd op de informatie die momenteel beschikbaar is en is dus vatbaar voor wijzigingen. Deloitte zal nieuwe ontwikkelingen in verband met deze maatregelen van nabij opvolgen.

ONDERNEMINGSFISCALITEIT

  • De overgangsmaatregel die voorziet in een roerende voorheffing van 10% voor liquidatieboni is nu permanent voor KMO’s zoals gedefinieerd in art. 15 Wetboek van Vennootschappen Vanaf aanslagjaar 2015 is het KMO’s toegestaan zijn om een deel dan wel alle boekhoudkundige winst van het jaar toe te wijzen aan een speciale liquidatiereserve. Deze reserve moet geboekt worden op een onbeschikbare passiefrekening (waaruit geen uitkeringen of betalingen mogen gebeuren) en de toewijzing aan deze reserve zal aanleiding geven tot een afzonderlijke (niet aftrekbare) belasting van 10%.
  • Er zal later geen bijkomende belasting (roerende voorheffing of personenbelasting) verschuldigd zijn op voorwaarde dat deze reserve behouden blijft tot het moment van vereffening. In de mate dat de onbeschikbare reserve als dividend wordt uitgekeerd gedurende de eerste 5 jaar zou een aanvullende roerende voorheffing van 15% verschuldigd zijn.  Bij dividenduitkering na 5 jaar (maar vóór vereffening) zou een aanvullende belasting van 5% verschuldigd zijn. Elke onttrekking aan de liquidatiereserve zal met toepassing van het LIFO principe gebeuren: de laatst aangelegde reserves zullen geacht worden als eerste te zijn onttrokken.
  • Dit regime (inzake roerende voorheffing en personenbelasting) is ook van toepassing op buitenlandse dividenden in de mate dat hun toekenning of betaling het gevolg is van gelijkaardige bepalingen (of bepalingen met gelijkaardige effecten) uitgevaardigd in andere EER lidstaten.
  • Het aanleggen en aanvullen van de liquidatiereserve zal enkel toegestaan zijn voor de aanslagjaren tijdens dewelke de vennootschap als KMO kwalificeert.
  • Geschatte opbrengst:
    • 2015: 50 miljoen Euro
    • 2016: + 100 miljoen = 150 miljoen Euro
    • 2017: + 150 miljoen = 300 miljoen Euro
    • 2018: + 200 miljoen = 500 miljoen Euro

Liquidatiereserve

  • De aanslag geheime commissielonen zoals die op heden bestaat, waarbij het niet (tijdig) indienen van formulieren wordt gesanctioneerd, werd afgeschaft. De aanslag zal voortaan nog uitsluitend een vergoedend karakter hebben (voor het verlies aan Belgische inkomstenbelastingen). De bijzondere aanslag zou bijgevolg in de regel niet langer van toepassing moeten zijn wanneer er geen verlies aan Belgische inkomstenbelasting is.
  • De aanslag geheime commissielonen op niet-verantwoorde kosten en voordelen van alle aard is voortaan enkel verschuldigd wanneer de identiteit van de begunstigde niet bekend is voor de belastingadministratie. Met andere woorden, de aanslag geheime commissielonen is in de regel van toepassing zijn op niet-verantwoorde kosten en voordelen, tenzij (1) de belastingplichtige aantoont dat het bedrag van deze kosten en voordelen is opgenomen in een aangifte die tijdig werd ingediend in België of in het buitenland of (2) de identiteit van de begunstigde wordt bekend gemaakt uiterlijk binnen een periode van 2 jaar en 6 maanden te rekenen vanaf 1 januari van het jaar van betaling. Het percentage werd verlaagd van 309% naar 103% (of naar 51,5% voor betalingen aan rechtspersonen). De aanslag blijft aftrekbaar, net zoals in principe de vergoeding die er de grondslag voor vormt. Indien één van de hierboven genoemde uitzonderingen van toepassing is, zal de uitgave in kwestie eveneens aftrekbaar blijven. Tijdens de parlementaire bespreking heeft de Minister van Financiën verklaard dat niet-verantwoorde kosten en voordelen voortaan niet langer aftrekbaar zouden zijn, aangezien ze niet zouden voldoen aan de algemene aftrekbaarheidsvoorwaarden van art. 49 WIB. Ingeval de kosten en voordelen door de begunstigde werden opgenomen in een belastingaangifte, zal geen administratieve boete of strafrechtelijke sanctie worden opgelegd voor het niet verantwoorden van de kosten of voordelen aan de hand van individuele fiches en samenvattende opgaven.
  • Dezelfde principes gelden voor verdoken meerwinsten die niet terug te vinden zijn in het vermogen van de vennootschap. Dergelijke verdoken meerwinsten zullen voortaan slechts onderworpen worden aan de bijzondere aanslag wanneer ze niet het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten. Bovendien zullen bepaalde belastbare reserves (zoals reserves die het gevolg zijn van ondergewaardeerde activa of overgewaardeerde passiva) niet beschouwd worden als verdoken meerwinsten. De aanslag geheime commissielonen bedraagt 103%, tenzij de meerwinst terug wordt opgenomen in de boekhouding. In dat laatste geval bedraagt het tarief 51,5%. Opname in de boekhouding van verdoken meerwinsten zal voortaan ook mogelijk zijn in een later boekjaar dan het boekjaar tijdens hetwelk de meerwinst werd verwezenlijkt. De opname zal slechts worden toegestaan voor zover de belastingplichtige niet schriftelijk in kennis werd gesteld van lopende specifieke onderzoeksdaden en indien de aanslagtermijn van 3 jaar nog niet is verlopen. In geval van spontane opname in de boekhouding zou geen belastingverhoging, administratieve boete of strafrechtelijke sanctie verschuldigd zijn. 
  • De aanslag zal niet langer van toepassing zijn op bepaalde “kleinere” kosten (bijvoorbeeld restaurantkosten, bescheiden ICT-kosten, etc.): deze zouden enkel nog worden opgenomen in de verworpen uitgaven van de toekennende vennootschap.
  • Het nieuwe regime is toepasselijk vanaf 29 december 2014, en zal ook gelden voor de hangende betwistingen inzake art. 219 WIB.
  • Geschatte opbrengst:
    • 2015: 30 miljoen Euro
    • 2016: + 40 miljoen = 70 miljoen Euro
    • 2017: + 30 miljoen = 100 miljoen Euro
    • 2018: 100 miljoen Euro

Aanslag geheime commissielonen

  • De regering was van plan de NIA voor banken en verzekeringsondernemingen te beperken door een deel van het toegenomen prudentieel kapitaal als gevolg van de Basel III (banken) en de Solvabiliteit II (verzekeringsondernemingen) richtlijnen van de aftrek uit te sluiten. Het voorontwerp van programmawet bevatte een maatregel voor banken in die zin (nog niet voor verzekeraars), maar deze werd uit het laatste ontwerp geschrapt als gevolg van het advies van de Raad van State (omdat er geen link was met de begroting 2015 aangezien de maatregel pas vanaf aanslagjaar 2016 in werking zou treden). Verwacht wordt dat de minister van Financiën een nieuw voorstel van bijdrage aan de begroting van banken en verzekeringsondernemingen zal opmaken in de eerste helft van 2015.
  • Geschatte opbrengst:
    • 2015: 100 miljoen Euro
    • 2016: 100 miljoen Euro
    • 2017: 100 miljoen Euro
    • 2018: 100 miljoen Euro

Notionele interestaftrek (NIA) voor banken en verzekeringsondernemingen

  • Om eerlijke fiscale concurrentie te bewerkstelligen tussen de privé- en de overheidssector, zullen intercommunales die hun boekjaar ten vroegste afsluiten vanaf 1/7/2015 (aanslagjaar 2015) niet langer (automatisch) onderworpen worden aan de rechtspersonenbelasting. Zij zullen onderworpen worden aan de vennootschapsbelasting wanneer ze voldoen aan de daartoe gestelde standaardvereisten.
  • De overgang van rechtspersonenbelasting naar vennootschapsbelasting zal onderhevig zijn aan de volgende regels:
    • Het deel van het werkelijk gestort kapitaal of van de uitgiftepremies dat werkelijk werd gestort in de boekjaren voorafgaand aan het boekjaar dat verbonden is aan het aanslagjaar waarvoor de intercommunale onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, zal worden aangemerkt als gestort kapitaal in de zin van art. 184 WIB;
    • Voorheen belaste reserves, herwaarderingsmeerwaarden en provisies voor risico’s en kosten geboekt tijdens de boekjaren voorafgaand aan het boekjaar dat verbonden is aan het aanslagjaar waarvoor de intercommunale onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, zullen slechts worden vrijgesteld voor zover wordt voldaan aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde;
    • Kosten waarvoor onder het stelsel van de rechtspersonenbelasting een voorziening voor risico’s en kosten werd opgezeten die werkelijk worden gedragen tijdens een aanslagjaar waarin de vennootschapsbelasting van toepassing is, zullen als beroepskosten aftrekbaar zijn voor het aanslagjaar waarin ze werkelijk worden gedragen voor zover is voldaan aan de algemene voorwaarden van art. 49 WIB; het aanwenden van een voorziening voor risico’s en kosten voor een bedrag gelijk aan dat van die kosten zal het voorwerp uitmaken van een verhoging van de begintoestand van de belaste reserves van het desbetreffend aanslagjaar ten belope van het bedrag van die kosten; een terugname van een voorziening voor risico’s en kosten voor een bedrag dat de werkelijk gedragen kosten te boven gaat, zal - voor het gedeelte dat de werkelijk gedragen kosten overschrijdt -  slechts belastingvrij blijven voor zover aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde wordt voldaan;
    • Definitieve verliezen gerealiseerd op activa tijdens een aanslagjaar waarin de vennootschapsbelasting van toepassing is, maar waarvoor een waardevermindering werd geboekt tijdens een aanslagjaar waarin de rechtspersonenbelasting van toepassing was, zullen aftrekbaar zijn in het aanslagjaar waarin het definitieve verlies werd geleden; dezelfde regels gelden als voor voorzieningen voor risico’s en kosten, in geval van terugname van een waardevermindering voor een bedrag gelijk aan het verlies of in geval van terugname van een waardevermindering voor een bedrag dat het definitieve verlies te boven gaat;
    • Afschrijvingen, alsook meer- en minderwaarden op activa zullen worden bepaald alsof de intercommunale altijd onderworpen is geweest aan de vennootschapsbelasting; indien bij een belastingcontrole van een belastbaar tijdperk waarin de vennootschapsbelasting van toepassing is, onderwaarderingen van activa of overwaarderingen van passiva worden vastgesteld, dan zullen die niet als winst van het boekjaar worden aangemerkt, op voorwaarde dat de intercommunale kan bewijzen dat de onderwaarderingen of overschattingen hun oorsprong vinden in een belastbaar tijdperk waarin de intercommunale aan de rechtspersonenbelasting was onderworpen;
    • Verliezen die werden geboekt tijdens aanslagjaren waarin de rechtspersonenbelasting van toepassing was, zullen niet aftrekbaar zijn van belastbare winsten gerealiseerd tijdens aanslagjaren waarin de vennootschapsbelasting van toepassing is.
  • Dividenden uitgekeerd door intercommunales voor boekjaren afgesloten  ten vroegste op 1/7/2015, zullen niet langer genieten van de huidige voorkeursbehandeling die voorziet dat bepaalde voorwaarden om te kunnen genieten van de DBI-aftrek niet van toepassing zijn op dividenden uitgekeerd door intercommunales (het betreft met name de taxatie- en participatievoorwaarden).
  • Elke wijziging die vanaf 1/11/2014 aan de datum van afsluiting van het boekjaar wordt aangebracht, is niet tegenstelbaar aan de belastingadministratie.
  • Geschatte opbrengst:
    • 2015: 200 miljoen Euro
    • 2016: + 10 miljoen = 210 miljoen Euro
    • 2017: + 10 miljoen = 220 miljoen Euro
    • 2018: + 10 miljoen = 230 miljoen Euro

Intercommunales

PERSONENBELASTING

 
  • De verhoging van de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor nacht- en ploegenarbeid werd uitgesteld tot 1/1/2016 maar de voorziene verhoging zal versneld worden toegepast.

Nacht- en ploegenarbeid

  • De forfaitaire aftrek voor beroepskosten van werknemers is verhoogd vanaf aanslagjaar 2016. De nieuwe schijven en tarieven zijn de volgende:
    • Vanaf 1/1/2015:
      • 0 Euro – 3.770: 29,35%
      • 3.775 Euro – 7.450: 10,5%
      • 7.450 Euro – 12.700: 8%
      • boven 12.700 Euro: 3%
    • Vanaf 1/1/2016:
      • 0 Euro – 3.800: 30%
      • 3.800 Euro – 13.000: 11%
      • boven 13.000 Euro: 3%.
  • De nieuwe maximum bedragen van forfaitaire beroepskosten vanaf 1/1/2015 zijn gelijk aan:
    • Vanaf 1/1/2015:
      • werknemers: 2.676,25 Euro
      • bedrijfsleiders: 1.555,50 Euro
      • meewerkende echtgenoten en baten: 2.592,50 Euro
    • Vanaf 1/1/2016:
      • werknemers: 2.760 Euro
      • bedrijfsleiders: 1.555,50 Euro
      • meewerkende echtgenoten en baten: 2.592,50 Euro.
  • Geschatte kost:
    • 2015: 450 miljoen Euro
    • 2016: + 450 miljoen = 900 miljoen Euro
    • 2017: 900 miljoen Euro
    • 2018: 900 miljoen Euro

Forfaitaire aftrek voor beroepskosten

  • De volgende fiscale uitgaven worden niet meer geïndexeerd vanaf aanslagjaar 2015: (1) de vrijstellingen voor spaardeposito’s, dividenden verkregen van erkende coöperatieve vennootschappen en interest/dividenden verkregen van ondernemingen met een sociaal oogmerk, alsook (2) de belastingverminderingen voor vervangingsinkomen, lange termijnsparen, pensioensparen, werkgeversaandelen, de overgedragen vermindering van energiebesparende uitgaven, passief en lage-energie woningen, elektrische voertuigen, ontwikkelingsfondsen, giften en huispersoneel. De jaarlijkse indexatie van het maximumbedrag met betrekking tot het huwelijksquotiënt blijft intact.
  • Geschatte opbrengst:
    • 2015: 46 miljoen Euro;
    • 2016: + 32 miljoen Euro;
    • 2017: + 55 miljoen Euro;
    • 2018: + 60 miljoen Euro.

Niet-indexering van bepaalde vrijstellingen en verminderingen

  • Een zogenaamde “doorkijkbelasting” (of “Kaaimantaks”) zou worden ingevoerd vanaf aanslagjaar 2016 voor inkomsten verkregen uit juridische constructies (door het gebruik van buitenlandse vehikels zoals trusts of stichtingen). Nu reeds moeten zulke juridische constructies worden gemeld in de aangifte personenbelasting (sedert aanslagjaar 2014) maar het inkomen uit zulke constructies is vaak niet belastbaar in België.  Door dergelijke constructies als fiscaal transparant te behandelen wordt het inkomen belastbaar in hoofde van de Belgische inwoner (natuurlijke persoon) die aandeelhouder of begunstigde is van de constructie. De regeling moet de fiscus toelaten belasting te heffen in de gevallen waar thans door het tussenschuiven van een juridische constructie een normale belastingheffing gefrustreerd wordt. Anderzijds moet vermeden worden dat, via de transparantieregeling, personen belast worden die niet de uiteindelijk gerechtigden zijn, en dat bepaalde inkomsten economisch dubbel belast worden. Er zouden begeleidende maatregelen worden genomen om het indienen van een correcte aangifte te stimuleren.
  • Deze maatregel werd niet opgenomen in de programmawet en zal wellicht pas in de lente van 2015 effectief worden ingevoerd.
  • Geschatte opbrengst:
    • 2016: 120 miljoen Euro;
    • 2017: 120 miljoen Euro;
    • 2018: 120 miljoen Euro.

Doorkijkbelasting

  • De bestaande anticipatieve heffing van 10% op het pensioensparen wordt versneld geïnd op de opgebouwde reserves tot 31/12/2014.  Op het bedrag van de theoretische terugkoopwaarde van deze reserves zal, gedurende de komende 5 jaar (2015-2019), elk jaar een anticipatieve belasting van 1% worden geïnd. Het resterende bedrag van deze anticipatieve heffing (verschuldigd op de normale datum op de leeftijd van 60 jaar) werd verminderd van 5% tot 3% (waardoor de totale belasting 8% zou bedragen).
  • Voor alle reserves gestort in het kader van pensioensparen vanaf 1/1/2015 wordt het tarief van de anticipatieve heffing verlaagd van 10% naar 8%.
  • Geschatte opbrengst:
    • 2015: 300 miljoen Euro;
    • 2016: 300 miljoen Euro;
    • 2017: 300 miljoen Euro;
    • 2018: 300 miljoen Euro.

Anticipatieve heffing op pensioensparen

INDIRECTE BELASTINGEN

Elektronische handel

  • Elektronische diensten, met inbegrip van telecommunicatie en radio- en televisie omroepdiensten, aangeboden door ondernemingen gevestigd in de EU aan Belgische niet-btw belastingplichtigen (o.a. particulieren) zijn vanaf 1 januari 2015 onderworpen aan Belgische btw. Dit is een maatregel die zijn oorsprong vindt in het zogenaamde EU btw-pakket 2010. De programmawet voorziet in de omzetting van de Europese regels terzake naar het Belgische recht. Sedert 2007 zijn gelijkaardige regels van toepassing voor ondernemingen die niet in de EU zijn gevestigd.
  • De verplichting voor de dienstenverstrekkers om btw toe te passen en te betalen in het land van de afnemer, zal gepaard gaan met de oprichting van een enig elektronisch loket, de Mini One Stop Shop (MOSS), waarlangs de btw kan worden voldaan voor alle EU-lidstaten waar diensten worden aangeboden.

Esthetische chirurgie

  • De btw-vrijstelling voor medische diensten met betrekking tot esthetische ingrepen en behandelingen (andere dan die voor therapeutische doeleinden) zou worden afgeschaft. Zulke diensten zouden worden onderworpen aan een btw-tarief van 21% vanaf 1/7/2015. Deze maatregel is niet opgenomen in de programmawet.

Renovatie- en onderhoudswerken privéwoningen

  • Het verminderde tarief van 6% voor renovatie-, onderhouds- en herstellingswerken met betrekking tot privéwoningen zou pas van toepassing worden na 10 jaar (in plaats van 5 jaar) vanaf 1/1/2016.
  • Implementatie van deze maatregel zal bij koninklijk besluit gebeuren.

Geschatte opbrengst van deze 3 btw-maatregelen:

  • 2015: 10 miljoen Euro;
  • 2016: 200 miljoen Euro;
  • 2017: 200 miljoen Euro;
  • 2018: 200 miljoen Euro.

BTW

Diesel

  • Vanaf 1 januari 2016 zouden accijnzen op diesel geleidelijk worden verhoogd via het cliquetsysteem. Het tarief zou hetzelfde worden als in Nederland (dit betekent een verhoging van 0,0581 EUR per liter). De prijsverhoging zou worden geneutraliseerd voor professionele diesel via het terugbetalingssysteem.
  • Geschatte opbrengst:
    • 2016: 100 miljoen Euro;
    • 2017: + 104 miljoen Euro = 204 miljoen Euro;
    • 2018: + 109 miljoen Euro = 313 miljoen Euro

Tabak

  • Accijnzen op tabak worden verhoogd vanaf 2015. De ad valorem accijnzen (gebaseerd op prijzen) worden verlaagd, terwijl specifieke accijnzen (gebaseerd op hoeveelheden) worden verhoogd.
  • Geschatte opbrengst:
    • 2015: 100 miljoen Euro;
    • 2016: + 75 miljoen Euro = 175 miljoen Euro;
    • 2017: + 75 miljoen Euro = 250 miljoen Euro;
    • 2018: + 75 miljoen Euro = 325 miljoen Euro.

Automatische indexering

  • Accijnzen (behalve op tabak en bier) worden onderworpen aan een automatische jaarlijkse indexering vanaf 1/1/2015, rekening houdend met de inflatie en het concurrentierisico. Voor 2015 bedraagt het indexpercentage 0,27%. Dit tarief is van toepassing op energieproducten en elektriciteit, alsook op koffie en niet-alcoholische dranken. Accijnzen op bier worden niet geïndexeerd. De minderontvangst door de niet-indexering van accijnzen op bier wordt gecompenseerd door een verhoging van de accijnzen op wijn en andere niet-alcoholische dranken, waardoor deze accijnzen hoger zullen komen te liggen dan het bedrag na indexering.
  • Geschatte opbrengst:
    • 2015: 23 miljoen Euro;
    • 2016: + 17 miljoen Euro = 40 miljoen Euro;
    • 2017: + 7 miljoen Euro = 47 miljoen Euro;
    • 2018: + 4 miljoen Euro = 51 miljoen Euro.

Afschaffing van bepaalde nul- en verlaagde tarieven voor energie

  • De nultarieven of verlaagde tarieven inzake accijns of energiebijdrage voor energie-intensieve bedrijven met een overeenkomst (Vlaams gewest) of een vergunning (Waals gewest) milieudoelstelling, werden afgeschaft met ingang van 1/1/2015. Dit betekent dat deze ondernemingen het standaard tarief inzake accijns of energiebijdrage zullen moeten betalen voor wat betreft gasolie, natuurlijk gas en (laag voltage) elektriciteit, tenzij zij genieten van een andere vrijstelling.
  • De verlaagde tarieven inzake accijns voor biobrandstoffen werden eveneens afgeschaft met ingang van 1/1/2015.

Accijnzen

  • De tijdelijke verhoging van de belasting op beursverrichtingen (beslist door de vorige regering in 2012) is permanent gemaakt en de percentages van de belasting werden, voor bepaalde verrichtingen, verder verhoogd vanaf 1/1/2015:
    • Aandelentransacties op secundaire markt: verhoging naar 0.27%
    • Transacties van kapitalisatiedeelbewijzen: verhoging naar 1.32%
    • Obligatietransacties op secundaire markt: beurstaks blijft op 0,09%
  • De bestaande plafonds van EUR 740 en EUR 1.500 werden opgetrokken tot EUR 800 en EUR 2.000. 
  • Geschatte opbrengst:
    • 2015: 43 miljoen + 37 miljoen = 81 miljoen Euro;
    • 2016: 43 miljoen + 37 miljoen = 81 miljoen Euro;
    • 2017: 43 miljoen + 37 miljoen = 81 miljoen Euro;
    • 2018: 43 miljoen + 37 miljoen = 81 miljoen Euro.

Beurstaks

 
  • De zogenaamde “picknicktaks” (milieuheffing op verpakking) werd afgeschaft met ingang van 1/1/2015. Deze belasting treft wegwerptassen en –zakken, wegwerpeetgerei, en andere plastieken verpakkingen. De afschaffing is ingegeven door het beperkt bedrag aan geïnde belastingen, als gevolg van een veranderd consumentengedrag.

Belasting op wegwerp-
verpakkingen

Did you find this useful?