Article

Snelheidswedstrijd voor ondernemers

Consultancybedrijf Deloitte gaat, samen met De Standaard, op zoek naar de vijftig snelste groeiers in het Belgische bedrijfsleven.

Bedrijven die in vijf jaar tijd in omvang vervijfvoudigen – er zijn er meer van dan je zou denken. Jaarlijks doen honderden bedrijven in de hele wereld mee aan de zoektocht naar de snelste groeiers die professionele dienstverlener Deloitte organiseert. Ook in België wordt gezocht naar de Fast 50. Vorig jaar lieten de vijftig snelste groeiers een gemiddelde omzetgroei van 525 procent in vijf jaar tijd optekenen. Op 18 november maakt Deloitte bekend wie zich dit jaar de winnaar van de Belgische Fast 50-competitie mag noemen. De Standaard zal in de aanloop daarvan op regelmatige basis berichten over hoe belangrijk snelgroeiende bedrijven zijn voor de economie.

‘Zeker nu is groei razend belangrijk voor ondernemingen’, zegt Nikolaas Tahon, de Deloitte-partner die de wedstrijd organiseert. ‘Vijftien jaar geleden overwogen we ook al een award uit te reiken voor snelgroeiende bedrijven. Maar we twijfelden toen of dat wel een goed signaal zou zijn. Snel groeien stond toen gelijk met een hoog risico en een slecht onderbouwde structuur. Snelle groeiers waren vaak cowboys.’

In ons land was Lernout & Hauspie de illustratie van wat Tahon bedoelt. Onder druk van de prestatiedrang diende het bedrijf zijn omzetcijfers doping toe door de omzet op frauduleuze wijze op te pompen. Maar die tijden zijn voorbij, benadrukt Tahon. ‘Snelle groei is nu een conditio sine qua non voor jonge bedrijven. Als je niet snel groeit en in korte tijd een relevant marktaandeel opbouwt, heb je geen kans om door te breken. Groei is niet langer een vies woord.’

Duco Sickinghe: ‘Waarom zijn er wel kweek­vijvers voor snelgroeiende bedrijven, maar niet voor innovatieve overheidsdiensten?’

Expertise

Voor Deloitte is de wedstrijd een manier om voeling te behouden met de sector van de snelgroeiende technologiebedrijven, zegt Tahon. ‘Wij hebben de expertise in huis om die bedrijven te helpen en hebben er ook veel aandacht voor. Tegenwoordig is de instapdrempel voor start-ups lager, omdat kapitaal goedkoop is. Maar snel groeien kan alleen maar als je de markt goed aanvoelt, en een kwalitatief product hebt dat snel een kritische massa kan bereiken.’

De inzendingen voor de Fast 50 worden beoordeeld op basis van hun omzetgroei. Daarnaast wordt er ook een ‘Rising Star’ verkozen, een bedrijf dat nog geen vijf jaar actief is maar wel indrukwekkende prestaties kan voorleggen. De ‘Rising Star’ wordt geselecteerd door een een jury onder voorzitterschap van Duco Sickinghe, de voormalige ceo van Telenet, die nu met Fortino een eigen investeringsfonds leidt.

‘Het niveau van de inzendingen was vorig jaar behoorlijk hoog’, zegt Sickinghe. De jury beoordeelt bedrijven niet alleen op de kwaliteit van het product, maar kijkt ook naar de ploeg erachter. ‘Het is niet noodzakelijk het beste idee dat wint, maar vaak wel het idee met het beste management’, licht Sickinghe toe. ‘Zeker voor snelle groeiers is dat van enorm groot belang. Je moet snel een kritische massa kunnen bereiken. Belangrijk is dat het management de focus behoudt en ook prioriteiten stelt. Vaak lukt dat het beste met een divers team. De stichters zijn niet altijd de beste managers.’

De lijst van de Fast 50 van vorig jaar laat zien dat er in België nu een gezonde start-up-cultuur heerst. Dat heeft onder meer te maken met de opkomst van kweekvijvers, die starters niet alleen met geld maar ook met advies ondersteunen. Vaak worden zulke kweekvijvers, ook wel acceleratoren of incubatoren genoemd, ondersteund door grote bedrijven. Onder meer Telenet en KBC hebben zulke programma’s, maar ook Deloitte zelf heeft een zogenaamd ‘booster programme’ voor snelle groeiers. ‘Ze worden dan geëscorteerd door professionals van topniveau’, zegt Tahon.

De uitdaging voor België is om starters te laten uitgroeien tot succesvolle bedrijven die werkgelegenheid en meerwaarde creëren. Tahon is daar optimistisch over. ‘Deze generatie ondernemers heeft minder last van ego’s. Ze willen niet per se alles zelf doen. Een indicatie is dat je nauwelijks nog solo-starters ziet. Het zijn bijna altijd teams van twee, drie of vier mensen. Ook heel belangrijk is dat men geleerd heeft op tijd te stoppen. Als je de analyse maakt dat je op een dood spoor zit, of net iets trager bent dan een concurrent in het buitenland, dan heeft het geen zin om tegen beter weten in door te gaan.’ De Belgisch app Frontback bijvoorbeeld, die in de VS veel succes had en miljoenen dollars had opgehaald, staakte onlangs zijn activiteiten omdat de rentabiliteit uitbleef.

Goede mix

Tahon hoopt wel dat ook in de maakindustrie meer snelle groeiers ontstaan. ‘Diversificatie is een uitdaging. Veel technologie heeft nu relatief weinig impact op het economische weefsel. Je hebt een goede mix nodig, waar ook bedrijven deel van uitmaken die iets tastbaars creëren.’ Tahon noemt Duitsland als voorbeeld. ‘Daar staat de maakindustrie heel sterk en er wordt toch ook heel veel kennis ontwikkeld.’

Die diversificatie is des te belangrijker, voegt Sickinghe eraan toe, omdat echt disruptieve applicaties niet zo vaak uit Europa komen. ‘Niche-toepassingen kennen toch op lange termijn vaak een beperkte groei. Je hebt daarnaast ook andere competenties nodig. Universiteiten kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. De Vlaamse biotech is een succesverhaal, dat moeten we op andere terreinen kunnen herhalen.’

Tahon hoopt dat ook de overheid een actievere rol gaat spelen in het stimuleren van snelgroeiende technologiebedrijven. Niet met allerlei regelingen en programma’s, maar als klant. ‘In de Verenigde Staten is de overheid vaak de eerste klant van bedrijven die nieuwe technologie ontwikkelen. Die cultuur hebben we hier nog niet.’ Nochtans is er bij de overheid nog veel te doen, zegt Sickinghe. ‘Waarom zijn er wel kweekvijvers voor snelgroeiende bedrijven, maar niet voor innovatieve overheidsdiensten? Ik hoorde net dat iemand een app heeft ontwikkeld om vluchtelingen in contact te brengen met mensen die hen willen helpen. Zoiets zou de overheid ook hebben kunnen doen.’

Bron: De Standaard, 16/09/2015 - http://www.standaard.be/cnt/dmf20150915_01868517

Did you find this useful?