Eenvoudig inzicht krijgen in de financiële positie van de gemeente

Article

Eenvoudig inzicht krijgen in de financiële positie van de gemeente

Belangrijke thema's voor raadsleden

Het onderwerp gemeentefinanciën is niet eenvoudig. Maar je hoeft geen financieel expert te zijn om toch inzicht in de financiële positie te kunnen krijgen. “Laat je als raad tenminste eens per jaar diepgaand bijpraten over de financiële positie en ontwikkeling. Bekijk de trends op een integrale manier. Maak het zo eenvoudig mogelijk. En denk in termen van wendbaarheid en weerbaarheid, zeggen Juwi Liu, Senior Manager Audit Advisory Public, Wim Veldhuis, Director Audit Advisory Public, en Rein-Aart van Vugt, Partner Publieke Sector bij Deloitte.

“Hoe de huidige economie zich gaat ontwikkelen is onzeker. Zal er een crisis komen? Blijft de inflatie hoog? En wat doet de renteontwikkeling? Deze onzekerheid geeft gemeenten een extra opgave. Juist nu is het daarom extra belangrijk om de financiële positie goed te kennen. Om te weten waar de mogelijkheden en de risico’s liggen”, zegt Van Vugt. “Zorg daarom dat je minstens eens per jaar op een diepgaande manier stilstaat bij het financiële beeld van de gemeente. Laat je op een duidelijke en eenvoudige manier informeren en ga het gesprek met elkaar aan. Dit zorgt er namelijk voor dat je vanuit een gezamenlijk beeld het inhoudelijke debat kunt voeren over welke doelen je met de gemeente wilt bereiken. En waar de financiële middelen daarvoor vandaan kunnen komen.”

Drie simpele principes

“De essentie moet teruggebracht worden tot een paar overzichtelijke knoppen waar aan gedraaid kan worden”, aldus Liu. “Waar kom ik vandaan? Waar ben ik naar op weg? En hoe ziet de toekomst eruit? Voor je persoonlijke situatie heb je dat vaak wel inzichtelijk. Je weet wat je verdient, wat de vaste lasten en uitgaven zijn, welke (on)zekerheden er zijn en hoe dit zich tot elkaar verhoudt. Diezelfde factoren zijn voor gemeenten belangrijk en zo simpel zou je het ook moeten kunnen duiden.” “Het draait allemaal om drie principes”, vult Van Vugt aan. “Heb ik voldoende opbrengsten (inkomen) om de maandelijkse of jaarlijkse vaste lasten te kunnen betalen? Als ik iets ga aanschaffen waar ik langdurig het nut van heb (een investering), zal ik veelal een lening moeten afsluiten. Kan ik dan de aflossing en rente daarvoor opvangen met mijn opbrengsten? En tot slot: wil ik voor bepaalde doelen sparen? Je kunt bijvoorbeeld sparen voor verdere verduurzaming van wijken of een nieuw zwembad. Maar je moet ook sparen voor onverwachte zaken om een buffer te hebben, in de ‘persoonlijke situatie’ wordt dit vaak berekend op drie tot zes maandsalarissen. In dat kader is de vervolgvraag: hoeveel buffer heb ik of moet ik gespaard hebben om eventuele onverwachte zaken (risico’s) op te kunnen vangen en hoeveel buffer heb ik of wil ik hebben om een tijdje tegenvallende opbrengsten of hogere vaste lasten te kunnen opvangen? Pas je deze drie simpele principes toe op de gemeente, dan kun je daarmee grip houden op het financiële reilen en zeilen. Je hoeft echt geen financieel expert te zijn om het steeds terug te brengen naar deze drie principes en die goed te volgen.”

Duidelijke informatievoorziening

“Om een gelijkwaardig gesprek te kunnen voeren met het college is weliswaar een nagenoeg gelijk kennisniveau nodig”, legt Veldhuis uit. “Maar het wordt de raadsleden vaak niet makkelijk gemaakt. De jaarrekening wordt bijvoorbeeld gepresenteerd in boekwerken van zo’n vierhonderd pagina’s. Dit kan korter, je moet dan echt weten waar je op moet letten.” Van Vugt: “De kwaliteit van bestuurlijke informatie kan nog sterk worden verbeterd. Zo zouden colleges en ambtelijke organisaties meer hun best moeten doen om hun publiek, de raad en de burgers, eenvoudig van informatie te voorzien. Een voorstel kan prima op een A4tje uitgelegd worden als je maar bij de kern blijft. Wat willen we? Wat gaat daarvoor gebeuren? Wat zijn de voor- en nadelen en eventuele alternatieven? En wat betekent het voor de gemeentelijke financiën? Formuleer dit in maximaal twee zinnen per punt. Niets meer, niets minder.”

Minder rigide kijken naar financiën

“Wie een goed beeld heeft van de financiële situatie, kan ook makkelijker bepalen wat er wel en niet mogelijk is”, gaat Van Vugt verder. “Moet er – bij de perspectiefnota of begroting – wel echt overwogen worden om vanwege financiële redenen een zwembad te sluiten, terwijl er bijna ieder jaar bij de jaarrekening blijkt dat er weer (veel) geld is overgehouden? Gemeenten en het financieel toezicht zouden er goed aan doen om minder rigide in termen van incidentele en structurele gelden te denken. De laatste jaren is er in toenemende mate sprake van incidenteel geld dat dus eenmalig beschikbaar is. Terwijl er voor langdurige opgaven moeilijk geld in de begroting te vinden is. Deze werelden staan meer en meer op gespannen voet en moeten op een praktische en innovatieve manier bij elkaar gebracht worden. Er moet meer gedacht worden in termen van wendbaarheid en weerbaarheid. Hoe snel kan ik schakelen? Hoe snel kan ik mijn financiële huishouding aan laten sluiten op de realiteit en de ambities? En hoe kan ik eenmalig geld dat ik beschikbaar heb daar goed voor inzetten? Gemeenten staan er eind 2021 over het algemeen financieel best gezond voor. De reserves zijn toegenomen, de schulden zijn laag en de hoeveelheid eenmalig geld is over het algemeen groot. Dit biedt dus volop mogelijkheden, juist nu met de vele onzekerheden waar we mee te maken hebben.”

Invulling geven aan het budget

“Het grootste risico dat ik momenteel zie bij gemeenten is niet een financieel
risico, maar het niet realiseren van bepaalde doelen. Kijk daar integraal naar
en niet alleen met de financiële bril. Wat belemmert mij nu om bepaalde doelen te realiseren? Is dat een tekort aan arbeidskrachten, langdurige processen van burgerparticipatie, juridische procedures of politiek geharrewar?”, zegt Van Vugt. Veldhuis knikt: “Het voorspellend vermogen van gemeenten is niet altijd even goed. Er zit regelmatig een grote afwijking in wat er begroot en gepland wordt en wat vervolgens uitgevoerd wordt. Vaak ook nog eens met een tussentijdse aanpassing. Zo wordt er bijvoorbeeld 100 miljoen euro begroot voor een plan, volgt er in september een tussentijdse aanpassing naar 110 miljoen euro en blijkt het in de jaarrekening slechts 70 miljoen euro te zijn. Dit raakt direct het budgetrecht van de raad. Op deze manier blijft er geld over, maar is er geen ruimte voor andere plannen.”

“Uiteraard is het belangrijk de realisatie aan inhoud te koppelen”, besluit Liu. “Met 70 miljoen euro op de jaarrekening lijkt het misschien dat je binnen de begroting bent gebleven met het plan en zelf geld hebt overgehouden. Maar zijn voor dat geld wel de juiste dingen gedaan? Zo kan het zijn dat in de begroting van 100 miljoen euro is afgesproken om zeven punten aan te pakken, terwijl er nu slechts vijf punten gerealiseerd zijn voor 70 miljoen euro. Hoe wordt er invulling gegeven aan het budget en heb je daar vooral ook tijdig goed zicht op? Laat je niet afleiden door ingewikkelde termen en moeilijke boekhoudkundige correcties, maar blijf de drie simpele principes voor ogen houden om gemeentefinanciën eenvoudig te maken.”   

Blijf op de hoogte van onze updates voor Raadsleden

Did you find this useful?