Contractkosten - IFRS 15

Article

Garanties - IFRS 15

In dit artikel zal de wijze waarop garanties moeten worden verwerkt nader worden uitgewerkt.

Op de levering van een product aan een klant wordt veelal garantie verleend. Bijvoorbeeld de garantie dat het geleverde product functioneert zoals partijen hebben bedoeld en zijn overeengekomen. De klant heeft dan bijvoorbeeld het recht om een defect product om te ruilen tegen een goed product. Het kan ook zijn dat de garantie inhoudt dat een additionele dienst wordt geleverd aan de klant. De aard van de verleende garanties kan significant verschillen in verschillende landen, bedrijfstakken en contracten. Garantierechten kunnen ook wettelijk zijn vastgelegd. In dit artikel zal de wijze waarop garanties moeten worden verwerkt nader worden uitgewerkt.

 

Wat zijn garanties?

In de Nederlandse wet staat dat de verkoper een deugdelijk product moet verkopen. Dit zal in de meeste andere landen ook zo zijn. De koper staat dus in zijn recht als het product niet compleet is, beschadigd is, het kapot is of niet goed functioneert. Met andere woorden, als hij er niet mee kan doen wat de verkoper gezegd heeft en dus feitelijk het product niet voldoet aan de overeengekomen specificaties. Het uitgangspunt is dat de klant dan recht heeft op een gratis reparatie of een nieuw product. Naast de wettelijke garantie die in beginsel in deze gevallen voor onbepaalde tijd geldt, kan er ook sprake zijn van een fabrieks- of verkopersgarantie. Deze fabrieks- of verkopersgarantie geldt dan voor een bepaalde tijd, bijvoorbeeld een jaar. Tijdens deze periode is de bewijslast omgekeerd. Het is de verkoper die moet bewijzen dat het defect de schuld is van de koper.

 

In welke bovenstaande stap moet rekening worden gehouden met garanties en waarom is dat van belang?

Als aan de klant garantie wordt verleend op een geleverd product (een goed of een dienst), moet als onderdeel van stap 2 worden nagegaan of de verleende garantie een afzonderlijke prestatieverplichting betreft. Als dat het geval is moet aan die prestatieverplichting omzet worden toegerekend die wordt verantwoord in de periode waarover de garantie wordt verleend.

 

Wanneer zijn garanties geen afzonderlijke prestatieverplichting?

Garanties die niet apart kunnen worden gekocht door de koper maar automatisch in de levering worden overgedragen, zijn geen afzonderlijk te identificeren prestatieverplichting. In dat geval wordt voor de te verwachten garantiekosten een garantievoorziening verwerkt (IAS 37 ‘Voorzieningen, niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa’). Deze voorziening wordt gezien als een kostprijsverhogende component en wordt dus niet in mindering gebracht op de omzet. De werkelijke garantiekosten worden ten laste van de voorziening gebracht. Dit geldt dus voor de wettelijke garanties en de standaard fabrieks- of verkopersgaranties.

Het kan echter zijn dat als garanties niet apart worden gekocht, desondanks een (garantie)dienst wordt verleend die als afzonderlijke prestatieverplichting moet worden geïdentificeerd. We komen op deze situatie hierna terug.

 

Wanneer zijn garanties wel een afzonderlijke prestatieverplichting?

Als kosten aan de genoemde criteria voldoen en de hierboven genoemde ‘practical expedient’ niet van toepassing is, volgt activering. Dan ontstaat dus feitelijk een op IFRS 15 gebaseerd contractactief (vanaf nu geactiveerde contractkosten) waarover dient te worden afgeschreven en waarop eventueel een bijzondere waardevermindering dient te worden genomen. Voor wat betreft de afschrijving bepaalt IFRS 15 dat deze op systematische basis, consistent met de wijze waarop goederen en diensten aan de klant worden overgedragen, dient te geschieden. In dit kader maken we hierna onderscheid tussen een prestatieverplichting vervuld over een tijd en een prestatieverplichting vervuld op een moment in de tijd.

Voorbeeld: Verwerking garanties

Een onderneming verkoopt in de maand december 1000 producten aan diverse klanten voor € 100 per stuk. Hierop wordt een standaard garantietermijn verleend van een jaar. Deze garantie houdt in dat als het product buiten de schuld van de klant stuk gaat, de klant dan recht heeft op een gratis reparatie of een nieuw product. 500 klanten hebben voor € 5 per stuk een aanvullende garantie bijgekocht die de garantieperiode met een jaar verlengt. De totale vergoeding bedraagt derhalve € 102.500. De onderneming past de portefeuillebenadering toe die wordt toegestaan door IFRS 15.4. Ze verwacht namelijk niet een materieel verschil in omzetverantwoording als uitgegaan wordt van de portefeuille contracten in vergelijking met de verantwoording per individueel contract. Omdat sprake is van een naar keuze van de koper bijgekochte garantieperiode is sprake van een aanvullende garantiedienst die voldoet aan alle voorwaarden om als afzonderlijke prestatieverplichting te identificeren. De journaalpost in de maand december luidt:

Bank

102.500

Aan Omzet producten

100.00

Aan Uitgestelde omzet garanties

2.500

 

De klant verkrijgt gedurende het gehele tweede jaar het nut van de aanvullend gekochte garantie. Immers, gedurende dat gehele jaar zal het product worden gerepareerd of vervangen indien het daarvoor in aanmerking komt. Derhalve ontvangt en consumeert de klant simultaan alle voordelen van de prestatie door de onderneming over de periode dat de onderneming de garantie verleent. De opbrengst van de garanties wordt daarom evenredig over het gehele tweede jaar verantwoord. Gedurende het tweede jaar wordt maandelijks geboekt:

Uitgestelde omzet garanties

208,33     

(= 2.500 / 12)

Aan Omzet garanties

208,33     

 

 

Beoordeling of een aanvullende garantie wordt geleverd

Zoals eerder aangegeven kan het zijn dat ook als garanties niet apart worden gekocht, desondanks een garantie wordt verleend die als afzonderlijke prestatieverplichting moet worden geïdentificeerd. Dat is het geval als de garantie (of een deel van de garantie) inhoudt dat de klant een dienst ontvangt in aanvulling op de garantie dat het product voldoet aan de overeengekomen specificaties. De onderneming moet voor alle verleende garanties beoordelen of dat het geval is. Bij die beoordeling moet de onderneming factoren overwegen zoals:

  • De vraag of de garantie wettelijk verplicht is. Als de garantie wettelijk verplicht is, is dat een indicatie dat de verleende garantie niet een afzonderlijke prestatieverplichting betreft. Wettelijke garanties bestaan normaliter immers om klanten te beschermen tegen het risico van het aankopen van defecte producten;
  • De lengte van de garantieperiode. Naar mate de garantieperiode langer is, des te waarschijnlijker is het dat de verleende garantie een afzonderlijke prestatieverplichting betreft. Het is dan waarschijnlijker dat een dienst wordt verleend in aanvulling op de garantie dat het product voldoet aan de overeengekomen specificaties; en
  • De aard van de prestaties die de onderneming belooft te leveren. Zo kan er in de verkoopvoorwaarden staan dat de klant gratis defecte producten retour mag zenden. De prestatie om vervolgens naar de klant een deugdelijk product te sturen respectievelijk het aankoopbedrag terug te geven, is waarschijnlijk niet te kenmerken als een afzonderlijke prestatieverplichting. 

Als een deel van de verleende garantie een aanvullende dienst betreft en dat deel niet kan worden onderscheiden van de garantie dat het product voldoet aan de overeengekomen specificaties, dan worden beide garanties verwerkt als een enkele prestatieverplichting.

Een wet die vereist dat de onderneming vergoedingen moet betalen voor schade als gevolg van het gebruik van de door haar verkochte producten (gevolgschade), leidt niet tot een afzonderlijk te identificeren prestatieverplichting. Dat geldt ook voor de belofte van een onderneming om klanten te vrijwaren van schades en verplichtingen vanwege overtreding van patenten, copyrights, merkrechten of andere overtredingen door de verkochte producten. Dergelijke verplichtingen moeten worden verwerkt in overeenstemming met IAS 37 ‘Voorzieningen, niet in de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa’.

 

Effectieve datum

IFRS 15 geldt voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2018. Vervroegde toepassing zal worden toegestaan.

 

Meer weten over Garanties?

Wilt u meer weten over Garanties? Neem dan contact op met Ralph ter Hoeven via +31 (0)88 288 1080 of Dingeman Manschot via +31 (0)88 288 2913

Vond u dit nuttig?