Terugkoopovereenkomsten – IFRS 15

Article

Terugkoopovereenkomsten – IFRS 15

Een onderneming dient slechts opbrengst te verantwoorden als een prestatieverplichting wordt vervuld door middel van een overdracht van een goed of dienst aan de klant. Deze overdracht vindt plaats op het moment (‘when’) of gedurende de tijd dat (‘as’) de klant beschikkingsmacht (‘control’) verkrijgt over het goed of dienst (actief). De afweging of de beschikkingsmacht daadwerkelijk is overgedragen (en daarmee of opbrengst dient te worden verantwoord) kan beïnvloed worden door terugkoopovereenkomsten. Deze invloed zal in dit artikel nader worden uitgewerkt.

Wat zijn terugkoopovereenkomsten?

Terugkoopovereenkomsten zijn overeenkomsten op grond waarvan een verkopende onderneming het recht of de plicht heeft om het actief terug te kopen. Het teruggekochte actief mag het aan de klant geleverde actief zelf zijn, een gelijkwaardig actief, respectievelijk een actief waarvan het geleverde actief een onderdeel is. In het laatste geval komt het actief ‘verpakt in een groter geheel’ terug.

Terugkoopovereenkomsten hebben doorgaans drie basisvormen:

  1. een terugkoopverplichting (‘forward’);
  2. een terugkooprecht (‘calloptie’); of
  3. een terugverkooprecht (‘putoptie’).

Een terugverkooprecht is een recht dat in handen is van de kopende partij. Op de uitoefening van dit recht heeft de verkopende partij dus geen invloed. Hij heeft als het ware een putoptie geschreven die is gekocht door de klant. Bij een terugkooprecht heeft de verkopende partij dit recht in handen. Hij heeft als het ware een calloptie gekocht van de klant.

Figuur 1: Stappen van IFRS 15

In welke bovenstaande stap moet hier rekening mee worden gehouden?

De beoordeling of terugkoopovereen-komsten invloed hebben op het moment van verantwoording van opbrengsten vindt over het algemeen plaats in de vijfde en laatste stap van figuur 1. In sommige gevallen zal echter een terugverkooprecht in economische zin gelijk zijn aan een ‘recht op retour’ waardoor de transactieprijs zelf zal worden beïnvloed en stap 3 dus aan de orde is. We komen op deze specifieke situatie later nog terug.

 

Hoe moet een terugkoopverplichting of een terugkooprecht worden behandeld?

Zowel bij een terugkooprecht als –verplichting geldt dat de klant geen beschikkingsmacht verkrijgt over het overgedragen actief omdat de klant beperkt is in zijn macht om het actief te gebruiken en de in het actief begrepen voordelen te benutten. Bij een terugkoopplicht geldt dat de klant feitelijk slechts gedurende een bepaalde periode het actief kan gebruiken waardoor de koper in economische zin gelijkwaardig is aan een lessee (huurder). Bij een terugkooprecht geldt dat de koper geconfronteerd kan worden met de uitoefening van het recht door de verkopende partij als gevolg waarvan hij het actief weer zal moeten teruggeven. Er kan in beide gevallen niet gesproken worden van een bij de koper rustende macht om over het actief zelf te beschikken. Omdat beschikkingsmacht (‘control’) in deze gevallen niet overgaat op het moment van fysieke levering, mag de verkopende partij op dat moment geen omzet verantwoorden. De verantwoording dient daarentegen als volgt plaats te vinden:

  1. als een leaseovereenkomst in lijn met IAS 17 op het moment dat er sprake is van een terugkoopplicht of –recht en de terugkoopprijs lager is dan de originele verkoopprijs; of
  2. als een financieringsovereenkomst op het op het moment dat er sprake is van een terugkoopplicht of –recht en de terugkoopprijs gelijk is aan of hoger is dan de originele verkoopprijs;

Bij de vergelijking tussen de terugkoopprijs en de originele verkoopprijs, dient rekening gehouden te worden met de tijdswaarde van geld.
Indien sprake is van een financieringsoverkomst dient het actief op de balans van de verkopende partij te blijven. Het van de klant ontvangen bedrag dient als een verplichting te worden gepresenteerd. Het verschil tussen de terugkoopprijs en de originele verkoopprijs dient als rentekosten en, indien van toepassing, als bewaar- of administratiekosten te worden verantwoord.

 

Voorbeeld: Terugkoopplicht

Een onderneming verkoopt een auto voor EUR 15.000 (à contant) aan een klant. Deze heeft de plicht de auto na 3 jaar terug te verkopen voor EUR 3.000. Er gelden voorwaarden voor wat betreft technische staat en kilometrage maar die zijn voor de uitwerking van dit voorbeeld verder niet relevant.
De onderneming dient de verkoop als een lease te verwerken want de prijs bij terugkoop ligt lager dan de originele verkoopprijs. Dit betekent dat bij levering van de auto het ontvangen bedrag als schuld moet worden opgeboekt. Op basis van de criteria in IAS 17 bepaalt de onderneming dat sprake is van een operational lease. Bij deze vorm van lease blijft de auto op de balans van de onderneming. De kostprijs van de auto bedraagt EUR 13.000. De afschrijving op deze auto geschiedt op basis van de kostprijs en lineair over de economische levensduur van 5 jaar. De restwaarde bedraagt EUR 1.000. De boekingen luiden als volgt.

In dit voorbeeld is geabstraheerd van de tijdswaarde van het geld. Deze gaan we nu in de beschouwing betrekken. Veronderstel dat bij gelijkmatige financiering (de klant betaalt niet vooruit maar maandelijks een bedrag) de jaarlijkse leasetermijn EUR 4.150 zou zijn. Het verschil van EUR 150 komt overeen met de in rekening gebrachte rente. Dit illustreert dat in het bovenstaande voorbeeld van voorfinanciering sprake is van een samengestelde transactie. De onderneming levert een gebruiksrecht op de auto maar ontvangt gelijktijdig financiering van de klant. De rentevergoeding die de klant anders zou krijgen is nu versleuteld in het leasebedrag. De klant krijgt een korting van EUR 150. In dit geval wordt geboekt:

Hoe moet een terugverkooprecht worden behandeld?

Als de verkopende onderneming, bij de uitoefening van het recht, het actief dient terug te kopen tegen een prijs die lager is dan de originele verkoopprijs, dient de onderneming bij het aangaan van de overeenkomst na te gaan of het terugverkooprecht een significant voordeel voor de klant bevat. Dit voordeel is aanwezig indien naar verwachting de klant het actief kan terugverkopen tegen een prijs die (significant) hoger is dan de verwachte marktprijs op het moment van uitoefening van het recht. Hierbij dient ook de looptijd van het recht in de analyse te worden meegenomen. Op het moment dat dit significante voordeel aanwezig is, is de klant feitelijk in de positie van een lessee die het recht heeft het actief een bepaalde tijd te gebruiken. Er wordt immers verwacht dat van het terugverkooprecht gebruik wordt gemaakt. In dit geval dient de verkopende onderneming de overeenkomst als een lease overeenkomstig IAS 17 te behandelen. Gegeven het feit dat het recht verstrekt is aan de kopende partij, zal in de regel sprake zijn van een operationele lease met de lessee in de rol van financier en gebruiker van het actief. Dit betekent dat de verkopende onderneming het van de lessee bij de aanvang van de overeenkomst ontvangen bedrag als een verplichting dient te verantwoorden. Zie verder de voorgaande voorbeelden.

Indien het terugverkooprecht geen significant voordeel voor de klant bevat, is er sprake van een recht op retour. De beschikkingsmacht wordt dan geacht te zijn overgedragen en omzet dient te worden verantwoord. De transactieprijs en daarmee het bedrag aan omzet (stap 3 van figuur 1) wordt echter verlaagd door dit recht op retour dat aan de klant is gegeven. We verwijzen naar het artikel ‘rechten op retour’ in deze artikelreeks.

 

Effectieve datum

IFRS 15 geldt voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2018. Vervroegde toepassing zal worden toegestaan.

 

Meer weten over Terugkoopovereenkomsten?

Wilt u meer weten over Terugkoopovereenkomsten? Neem dan contact op met Ralph ter Hoeven via +31 (0)88 288 1080 of Dingeman Manschot via +31 (0)88 288 2913

Vond u dit nuttig?