Grote spanning tussen kosten en kwaliteit onderwijs

Opinie

'Grote spanning tussen kosten en kwaliteit onderwijs'

Een betere aansluiting op de beroepspraktijk en een goede digitale leeromgeving hebben een positief effect op het studierendement van HBO-instellingen en op de tevredenheid onder studenten. Dat blijkt uit een analyse van openbare datasets door Deloitte. “Maar is studierendement nog wel een juiste maatstaf om instellingen op af te rekenen?”, vraagt Maurice Fransen, onderwijs- en data analytics expert bij Deloitte, zich af.

Maurice Fransen - 6 mei 2014

Lang studeren is er tegenwoordig niet meer bij. Waar we vroeger gerust tien jaar aan het studeren waren, moeten studenten tegenwoordig een boete betalen als ze langer over hun opleiding doen dan ervoor staat. Onderwijsinstellingen worden afgerekend op hun rendement, maar krijgen we daardoor inderdaad de beste studenten?

 

Bijzondere verbanden

Deloitte onderzocht welke aspecten precies van invloed zijn op dat rendement, en hoe het rendement zich verhoudt tot de studenttevredenheid en financiële middelen van HBO-instellingen. Daarvoor gebruikte Deloitte openbare datasets, waaronder de jaarrekeningen van 39 HBO-instellingen, de studierendementen van deze instellingen en de Nederlandse Studenten Enquête, een jaarlijks onderzoek naar de tevredenheid van studenten.

“Deze gegevens brachten we vervolgens samen in een tool die een grote database van al die informatie maakt”, licht Fransen toe. Hij houdt zich al jaren bezig met data analytics in de publieke sector.

‘In die database konden we vervolgens op zoek gaan naar verbanden, tussen bijvoorbeeld de grootte van een instelling en het rendement of naar het verschil tussen voltijd- en deeltijdinstellingen. Op de gevonden verbanden pasten we vervolgens statistische methoden toe, om met zekerheid iets te kunnen zeggen over of deze verbanden inderdaad ook invloed op elkaar hadden.’ De toegepaste methode werd vervolgens ook nog getoetst door prof.dr. Frank den Butter, hoogleraar Algemene Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
 

Talloze fusies

Een van de verbanden die naar voren kwam, is dat grotere HBO-instellingen een lager studierendement en een lagere studenttevredenheid hebben dan kleinere instellingen en dat bij die kleinere instellingen de kosten per student weer hoger zijn.

“Dat is op zich weinig verrassend”, zegt Fransen. “Maar het fijne van deze analyse is dat we nu een gevoel dat we al hadden, kunnen onderbouwen met cijfers. En dat het niet slecht is dat de afname van het aantal hbo-instellingen als gevolg van talloze fusies nu een halt lijkt toegeroepen.”
 

De beroepspraktijk

Ook blijkt dat, wanneer studenten tevreden zijn over de kennis van docenten over de beroepspraktijk, het rendement hoger is. “Dat is een interessante vondst, want het beleid van de overheid is nu juist dat alle hbo-docenten een masteropleiding moeten hebben. Je zou je dus kunnen afvragen of dat de opleidingen ten goede komt.”

Tegelijkertijd blijkt dat te veel contact met de beroepspraktijk, bijvoorbeeld in de vorm van stages, gastsprekers of afstudeeronderzoeken buiten de deur een negatieve bijdrage levert aan het studierendement, terwijl deze positief gewaardeerd wordt door studenten. “Ze doen hierdoor dus langer over hun studie. Op basis van de door de overheid geschetste eisen is dat natuurlijk niet goed: een hbo-instelling wordt immers afgerekend op zijn rendement”, zegt Fransen.

Maar ook dit gegeven werpt een nieuwe vraag op: is het eigenlijk wel slecht als iemand langer over zijn opleiding doet, doordat hij veel met de beroepspraktijk in aanraking komt? Zegt het studierendement van een opleiding eigenlijk wel iets over de kwaliteit ervan?
 

Digitale leeromgeving

Een andere vondst uit het onderzoek is dat het studierendement hoger is naarmate studenten meer tevreden zijn over de digitale leeromgeving, waarin de student toegang krijgt tot onder meer de bibliotheek, webmail en studieresultaten en waarin hij informatie kan delen met collegastudenten en huiswerk kan inleveren.
“Het model kijkt naar de tevredenheid van studenten over de digitale leeromgeving, dus met alleen het installeren van een softwarepakket is een onderwijsinstelling er niet”, zegt Fransen. “Werkt de software goed? Kunnen studenten materialen op tijd vinden en maken docenten ook voldoende gebruik van de leeromgeving? Met een positief antwoord op deze vraag kan het studierendement verder verhoogd worden.”

Een betere digitale leeromgeving, docenten met ervaringen uit de beroepspraktijk en minder grootschaligheid: het zou het rendement van het hoger onderwijs allemaal ten goede komen, zo blijkt uit het onderzoek dat Deloitte deed. “Maar wat het vooral blootlegt is dat er bij het maken van beleid nog steeds grote spanning is tussen de kosten van het onderwijs enerzijds en de kwaliteit ervan anderzijds”, zegt Fransen. “Het is aan de overheid om hierin duidelijke keuzes te maken.”

Vond u dit nuttig?