Eindejaarstips voor mkb-ondernemers december

Article

Eindejaarstips voor mkb-ondernemers

Onze mkb-eindejaarstips: decembereditie

Welke aandachtspunten kunt u als mkb-ondernemer het beste in december oppakken voordat de feestdagen uw tijd geheel in beslag nemen? Wij hebben een aantal tips voor onderwerpen die in de komende maand uw aandacht nodig hebben.

11 december 2020

1. Schenken aan uw kinderen

Bekijk of u nog ruimte heeft om onbelast aan uw kind(eren) te schenken.

  • De vrijstelling voor jaarlijkse schenkingen bedraagt dit jaar € 5.515.
  • Bovendien mag een kind tussen de 18 en 40 jaar één keer in zijn of haar leven een groter bedrag belastingvrij van de ouders krijgen. In 2020 mag u een bedrag van € 26.457 onbelast schenken, mits u in de aangifte een beroep doet op deze vrijstelling.
  • Deze eenmalig hogere vrijstelling kan verder worden verhoogd tot € 55.114 ingeval van een kostbare studie van uw kind, maar in dat geval gelden extra voorwaarden.
  • In 2020 bedraagt de vrijstelling voor schenkingen in verband met de eigen woning maximaal € 103.643. Deze vrijstelling geldt overigens ook buiten de ouder-kind verhouding. Ook hier geldt als voorwaarde dat de begunstigde tussen 18 en 40 jaar oud is.

U vindt de tarieven voor de schenkbelasting 2020 op deze pagina. Alle vrijstellingsbedragen voor de schenkbelasting in 2020 staan op deze pagina. Let op de voorwaarden voor de verschillende vrijstellingen.

2. Afschrijvingsbeperking vastgoed in eigen gebruik

Heeft uw BV in 2018 vastgoed in gebruik genomen? Dan kunt u ook in 2020 gebruik maken van de overgangsregeling afschrijvingsbeperking. Delen van het boekjaar worden hierbij verwaarloosd. Als het gebouw pas in de loop van 2018 in gebruik is genomen, mag u in de jaren 2019 t/m 2021 nog volgens de oude systematiek afschrijven, namelijk tot 50% van de WOZ-waarde.

Vanaf boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019 is de afschrijving voor vastgoed in eigen gebruik beperkt tot op 100% van de WOZ-waarde. Daarmee wordt de afschrijving hetzelfde als voor beleggingsvastgoed. Lees meer in dit artikel.

3. Fiscale coronareserve


In uw aangifte vennootschapsbelasting over 2019 mag u een reserve vormen voor de verliezen die u in het boekjaar 2020 naar verwachting zult lijden, voor zover die verliezen verband houden met de gevolgen van de coronacrisis. Ingeval van een gebroken boekjaar, mag de reserve gevormd worden in het laatste boekjaar dat eindigt in de periode 1 januari 2019 – 31 maart 2020. Als u reeds aangifte heeft gedaan, kunt u een aanvulling op de aangifte indienen.

Het in aanmerking te nemen verlies mag niet groter zijn dan het totale verlies dat u over 2020 verwacht. De dotatie aan de coronareserve mag ook niet hoger zijn dan de in 2019 behaalde winst vóór de vorming van die reserve. De reserve wordt in het boekjaar 2020 weer in de winst opgenomen. Op die manier kan sneller rekening worden gehouden met coronagerelateerde verliezen dan op grond van reguliere verliesverrekening het geval zou zijn.

4. Vraag correcte aanslag vennootschapsbelasting aan

Verwacht u over een boekjaar dat is aangevangen op of na 1 januari 2019 een aanslag vennootschapsbelasting met een te betalen bedrag? Vraag, om belastingrente te voorkomen, dan uiterlijk vóór de eerste dag van de vijfde maand na het einde van dat boekjaar een (herziene) voorlopige aanslag Vpb aan, of doe uiterlijk vóór de eerste dag van de zesde maand na het einde van het boekjaar aangifte.

Over te betalen aanslagen Vpb betaalt u momenteel 4% belastingrente. Een rentevergoeding krijgt u alleen indien de inspecteur niet tijdig een teruggaaf vaststelt naar aanleiding van een verzoek of aangifte.

5. Box 3 vermogen

Per 1 januari 2021 wordt de heffing in box 3 als volgt aangepast:

  • Het heffingsvrije vermogen wordt verhoogd naar € 50.000 per persoon in 2021 (€ 100.000 voor fiscale partners).
  • De 2e schijf begint bij een box 3 vermogen van € 100.000.
  • De 3e schijf bij een vermogen van € 1.000.000.

Het belastingtarief over het belastbare inkomen in box 3 stijgt per 2021 van 30% naar 31%.

Grondslag sparen en beleggen Rendementsklasse I Rendementsklasse II Fictief rendement

€ 0 – € 50.000

67 %

33 %

1,90 %

€ 50.000 – 950.000

21 %

79 %

4,50 %

> € 950.000

0 %

100 %

5,69 %


Voor belastingplichtigen met een box 3 vermogen groter dan € 220.000 (fiscale partners: € 440.000) stijgt de belastingdruk door de wijzigingen enigszins. Neem tijdig contact op met uw adviseur om te bepalen wat in uw situatie verstandig is.

6. Btw op oninbare vorderingen

Heeft u oninbare vorderingen? U kunt de btw op deze vorderingen terugvragen via uw btw-aangifte zodra u zeker weet dat de vorderingen geheel of gedeeltelijk oninbaar zijn. In elk geval worden vorderingen aangemerkt als oninbaar één jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die u met uw klant heeft afgesproken. Hebt u hier geen afspraken over vastgelegd, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van 30 dagen nadat uw klant de factuur heeft ontvangen.

Mocht u nog niet structureel bijhouden hoe lang uw vorderingen uitstaan, dan kan het bepalen of oude vorderingen oninbaar zijn en of de éénjaarstermijn in 2020 of 2021 eindigt wat tijd vergen. Daarom is het aan te bevelen om deze actie op tijd in te plannen.

7. Hypotheekrente vooruitbetalen

Verwacht u een lagere belastingdruk in box 1 in 2021, bijvoorbeeld omdat u volgend jaar aanzienlijk minder inkomen zult hebben? Dan kan het fiscaal voordelig zijn om dit jaar alvast hypotheekrente op uw eigenwoningschuld vooruit te betalen. Rente die u in 2020 vooruitbetaalt en die betrekking heeft op een tijdvak dat uiterlijk op 30 juni 2021 eindigt, is nog dit jaar aftrekbaar. Zo verlaagt u uw belastbare inkomen voor 2020 en ontziet u uw (lagere) inkomen van 2021.

Een extra reden voor vervroegd aflossen is de daling van het maximumtarief waartegen u eigenwoningrente in aftrek kunt brengen. In 2020 bedraagt het maximumtarief nog 46%, maar in 2021 is dit nog maar 43%.

8. Investeringen bedrijfsmiddelen

Wilt u op korte termijn investeren in bedrijfsmiddelen? Gaat u dan na of u die investeringen allemaal nog dit jaar moet doen, of dat u deze investeringen kunt spreiden over dit jaar en volgend jaar.
Als u in 2020 tussen € 2.401 en € 58.238 investeert, geldt een kleinschaligheidsinvesteringsaftrek van 28%. Bij laatstgenoemd investeringsbedrag bereikt de aftrek het maximum van € 16.307. Voor een investeringsbedrag tussen € 58.239 t/m € 107.848 blijft de aftrek op ditzelfde niveau.

Vanaf een geïnvesteerd bedrag van € 107.849 neemt de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek af met 7,56% van het verschil tussen het geïnvesteerde bedrag en € 107.849. Investeert u in 2020 meer dan € 323.544, dan kunt u geen aanspraak maken op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Met een goede spreiding van uw investeringen maakt u optimaal gebruik van de fiscale aftrekmogelijkheden.

Baangerelateerde investeringskorting (BIK)

Een BIK-aanvraag kunt u pas doen vanaf 1 september 2021, maar wij noemen de regeling hier toch, omdat deze ziet op investeringen waarvoor de verplichting is aangegaan op of na 1 oktober 2020.

  1. De BIK geldt alleen voor nieuwe investeringen in niet eerder gebruikte bedrijfsmiddelen.
  2. De investeringen moeten tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022 volledig zijn betaald en binnen zes maanden na die volledige betaling in gebruik zijn genomen.
  3. Er geldt per bedrijfsmiddel een minimaal investeringsbedrag van € 1.500 en per aanvraag een minimaal investeringsbedrag van in totaal € 20.000.

Lees meer in ons artikel over de Baangerelateerde investeringskorting.

9. Vermogen in BV buiten fiscale eenheid?

Heeft u vermogen en vastgoed verspreid over meerdere BV’s van uzelf of van uw familieleden? Het ‘mkb-tarief’ geldt tot een drempelbedrag van € 200.000 (2020) geldt voor elke BV die buiten een fiscale eenheid valt.

Dit ‘mkb-tarief’ kan oplopen tot een flink totaalbedrag in de eerste schijf. Dit voordeel wordt de komende jaren relatief gezien groter. Anders dan het mkb-tarief daalt het basistarief Vpb namelijk niet. Bovendien wordt het drempelbedrag in 2021 en 2022 fors verhoogd. Dat betekent dat het mkb-tarief per BV gaat gelden voor een groter bedrag..

Vennootschapsbelasting

2020

2021

2022

Opstaptarief (mkb-tarief)

16.5% (belastbaar bedrag tot € 200.000)

15.0% (belastbaar bedrag tot € 245.000)

15,0% (belastbaar bedrag tot € 395.000)

Toptarief (regulier tarief)

25,0% (belastbaar bedrag vanaf € 200.000)

25.0% (belastbaar bedrag vanaf € 245.000)

25.0% (belastbaar bedrag vanaf € 395.000)

10. Dividend uitkeren en schulden aan de BV beperken

Schulden aan uw eigen BV, voor zover die meer bedragen dan € 500.000 euro, zouden volgens een wetsvoorstel dat bij de Tweede Kamer ligt vanaf 2023 in box 2 als dividenduitkering belast worden tegen het dan geldende tarief van 26,9 procent. Bestaande en nieuwe eigenwoningschulden zijn uitgezonderd voor deze maatregel. Voor nieuwe eigenwoningschulden dient hiervoor een hypothecair zekerheidsrecht te zijn gevestigd.

Plan afbouw van eventuele bovenmatige leningen zorgvuldig. Dividend uitkeren is één van de manieren waarop u de schuld kunt beperken, maar houd wel rekening met het dividenduitkeringsverbod van de NOW-regelingen. Lees meer in ons artikel over dividendbelasting en dividenduitkering.

11. PEB afkopen met fiscale korting

Heeft u uw pensioen in eigen beheer eind 2019 met een fiscale korting afgekocht of omgezet? Vergeet dan niet voor het einde van dit jaar een informatieformulier bij de Belastingdienst in te dienen. Lees meer in het artikel “Pensioen in eigen beheer afkopen in 2019”.

12. Bijzonder uitstel van betaling verlengen

Heeft u eerder in 2020 bijzonder uitstel van betaling aangevraagd?\

  • De uiterste datum waarop u nog uitstel kunt aanvragen of eerder verleend uitstel kunt verlengen is nu 31 december 2020. Verlenging is alleen noodzakelijk als u nieuwe betalingsverplichtingen niet kunt nakomen die opkomen na afloop van het kortdurende uitstel. Per 1 januari 2021 komt het uitstel te vervallen en moeten nieuw opkomende betalingsverplichtingen worden nagekomen.
  • Voor de onder het uitstel opgebouwde belastingschuld is een betalingsregeling getroffen. Vanaf 1 juli 2021 moet deze in 36 gelijke maandelijkse termijnen worden voldaan. Daarbij hoeft geen zekerheid te worden gesteld. Belastingteruggaven worden in principe niet verrekend met belastingschulden die onder de aflossingsregeling vallen. De invorderingsrente blijft tot en met 31 december 2021 0,01%.

Meer weten over de mkb-eindejaarstips?

Wilt u meer weten over de eindejaarstips voor mkb-ondernemers? Neem dan contact op Linda Kole-Scheenaard via +31 (0)88 288 4829  of met Dick Catoen via +31 (0)88 288 0199 .

Meer artikelen en informatie over onze dienstverlening voor mkb-ondernemers vindt u op onze MKB Accountancy & Advies pagina.

Did you find this useful?