Werknemersparticipaties en het lucratief belang

Article

Werknemersparticipaties en het lucratief belang

Hoe wordt belasting geheven over werknemersparticipaties?

Werknemersparticipaties kunnen in sommige gevallen door de belastingdienst worden aangemerkt als een lucratief belang. Het voordeel is dan niet belast in box 2 of 3, maar wordt in box 1 in de belastingheffing betrokken. Wanneer deze situatie zich voordoet en hoe de heffing gemitigeerd kan worden, leest u in dit artikel.

Wat is een lucratief belang?

Op 1 januari 2009 is de lucratief-belangregeling ingevoerd om belasting te kunnen heffen in box 1 over bepaalde excessieve voordelen die aan werknemers en opdrachtnemers toekomen en bedoeld zijn als beloning. Mocht u in uw mkb-onderneming een regeling hebben voor werknemersparticipaties, dan is het van belang om te weten wanneer de lucratief-belangregeling van toepassing is en er dus box 1-belasting geheven wordt bij uw werknemers.

Er kan alleen sprake zijn van een lucratief belang als er een oogmerk van beloning aanwezig is op het moment van verkrijging, én er een relatie tussen de werkzaamheden en de beloning bestaat. Wanneer en in welke hoedanigheid de werkzaamheid plaatsvindt is hierbij niet van belang. Het kan dus zeer diverse, en zelfs toekomstige werkzaamheden betreffen. Beloningen die aangemerkt kunnen worden als een lucratief belang zijn in drie categorieën onder te verdelen:

  • Soorten aandelen
  • Vorderingen
  • Restcategorie

Soorten aandelen
De wet bepaalt dat soorten aandelen altijd een lucratief belang vormen als deze soort aandelen (1) achtergesteld zijn en minder dan 10% van het geplaatste kapitaal uitmaken of (2) de soort aandelen preferent zijn en recht geven op ten minste 15% dividend per jaar.

Vorderingen
Vorderingen vormen een lucratief belang als het rendement hiervan voor minimaal 15% afhankelijk is van het behalen van management- of aandeelhoudersdoeleinden (bijvoorbeeld winst, omzet of kostenbesparingen). Daarnaast kwalificeert een vordering ook als een lucratief belang als de vordering tenminste 15% in waarde stijgt bij een verkoop of overname van de onderneming / een wijziging van het belang in de onderneming.

Restcategorie
De restcategorie is vrij omvangrijk en omvat alle ‘overige vermogensrechten’, die gelet op de feiten en omstandigheden, economisch overeenkomen of vergelijkbaar zijn met de hierboven genoemde categorieën. Het objectief te verwachten rendement moet daarbij, in verhouding tot het geïnvesteerde vermogen en het feitelijk gelopen risico, hoger zijn dan normaal. Het is aan de belastingdienst om dat aan te tonen.

Door deze ruime restcategorie kunnen alle werknemersparticipaties, waarbij de belastinginspecteur er in slaagt om aan te tonen dat de te verwachten rendementen niet in verhouding staan tot het geïnvesteerde kapitaal / het gelopen risico, onder de lucratief-belangregeling vallen. Derhalve is het van belang om vooraf af te stemmen met de Belastingdienst of de participatieregeling als lucratief belang wordt aangemerkt. Zo kunnen verrassingen achteraf voorkomen worden.

Een lucratief verlies

Als een werknemersparticipatie, bijvoorbeeld in de vorm van soorten aandelen, kwalificeert als een lucratief belang, vindt de heffing hierover plaats in box 1. Dat brengt ook met zich mee dat een waardedaling van deze aandelen als negatieve inkomsten uit een lucratief belang in box 1 aangemerkt kunnen worden. Er is immers sprake van een lucratief belang indien het gaat om een objectief te verwachten rendement dat niet in verhouding staan tot het geïnvesteerde kapitaal / het gelopen risico.
Als sprake is van een verlies is het aan u — in plaats van de belastinginspecteur — om aan te tonen dat er sprake was van een beloning met het oogmerk om excessieve rendementen te behalen. Wie stelt moet immers bewijzen. In dat geval kan de ruime restcategorie juist weer goed van pas komen.

Een middellijk gehouden lucratief belang; belastingheffing in box 2

Als het lucratief belang middellijk wordt gehouden, dus via een rechtspersoon in plaats van een natuurlijk persoon, kan indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan het lucratief belang belast worden in box 2. Hierdoor wordt de belastingdruk voor de medewerker verlaagd van 49,5% naar 26,9% .

Om van deze regeling gebruik te kunnen maken moet een werknemer participeren via zijn personal holding. Daarnaast moet de participerende werknemer ten minste 95% van de in een kalenderjaar genoten netto voordelen uit het middellijk gehouden lucratieve belang in datzelfde jaar vanuit zijn personal holding uitkeren aan zichzelf in privé. Zodoende wordt er voor een bedrag van ten minste 95% van de netto voordelen uit het lucratieve belang als inkomen uit aanmerkelijk belang genoten. Dit wordt per kalenderjaar getoetst, inhaal in een later jaar is niet mogelijk. Deze voorwaarde wordt ook wel de doorstootverplichting genoemd.

De lucratief-belangregeling is een ingrijpende en complexe regeling, houdt hier daarom altijd rekening mee bij het opstellen van een werknemersparticipatieplan.

Meer weten over onze mkb-dienstverlening?

Wilt u meer weten over de fiscale regels en regelingen voor mkb-ondernemers? Neem dan contact op met Dick Catoen via telefoonnummer +31 (0)88 288 0199 of Paul Stolz +31 (0)88 288 8422

Did you find this useful?