Werknemersparticipaties als lucratief belang

Article

Werknemersparticipaties als lucratief belang?

Aandelenopties voor de inkomstenbelasting

Werkgevers willen hun werknemers nog wel eens iets meer geven dan alleen regulier loon. Dan komen al gauw werknemersparticipaties voorbij als mogelijkheid. Wanneer deze participaties bepaalde kenmerken hebben, bestaat echter het risico dat zij als ‘lucratief belang’ kwalificeren. En daar hangt een prijskaartje aan voor uw werknemers.

19 maart 2019

Werknemersparticipaties: loon of niet?

Vooral startups kiezen geregeld voor het uitdelen van werknemersparticipaties. Een reden om werknemers participaties te geven is dat het houden van aandelen of certificaten in de onderneming de betrokkenheid van werknemers bij het bedrijf vergroot. Die betrokkenheid wordt versterkt doordat werknemers zich een beetje mede-ondernemer voelen en een tastbaar belang hebben bij de gezondheid en groei van de onderneming.

Loonheffingen

Voor u als werkgever tellen deze werknemersparticipaties natuurlijk gewoon mee voor de loonheffingen (aandelenopties zijn te vinden in het handboek loonheffingen, 4.11). De werkgever berekent de loonheffingen over het werkelijk gerealiseerde voordeel op het moment van uitoefening of vervreemding van de optierechten. De regels voor aandelenoptierechten gelden ook voor bijvoorbeeld warrants en conversierechten, die deel uitmaken van een converteerbare personeelsobligatie.

Als startup hoeft u onder strikte voorwaarden bij vervreemding of uitoefening van de optierechten slechts 75% van het voordeel in de loonheffing betrekken, althans voor zover dit voordeel niet meer bedraagt dan € 50.000. Het bedrag boven € 50.000 dient wel volledig in de loonheffing te worden betrokken.

Inkomstenbelasting in box 1 of box 2

Een participatie valt voor de werknemer in de inkomstenbelasting als beloning voor arbeid in principe in box 1.
De ingehouden loonheffing wordt verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting ter zake van de aandelenoptierechten.

In de inkomstenbelasting bestaat echter ook de zogenoemde lucratiefbelangregeling (buitengewone beloningen) op basis waarvan de waardeontwikkeling van bepaalde aandelen, vorderingen en andere vermogensrechten in box 1 wordt belast. Het gaat daarbij om objectief te verwachten overrendement dat gerelateerd is aan door de belastingplichtige verrichte werkzaamheden en dat reguliere beleggers niet kunnen verkrijgen. Ook via de heffing op dit ‘lucratief belang’ betaalt de werknemer belasting in box 1. De lucratiefbelangregeling kan niet alleen van toepassing zijn voor werknemers, maar ook voor mensen van wie niet direct duidelijk is of zij in dienstverband werken.

Onder voorwaarden kan het voordeel uit aandelenopties ook in box 2 (belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang) vallen. Voor de vraag of geheven wordt in box 1 of in box 2 komt het overigens wel aan op de details.

Tarieven

Voor werknemers onder de AOW-leeftijd gelden in 2019 de volgende schijven en tarieven in box 1:

Schijf Belastbaar inkomen Percentage
1 t/m € 20.384 36,65%
2 Vanaf € 20.385 t/m € 34.300 38,10%
3 Vanaf € 34.301 t/m € 68.507 38,10%
4 Vanaf € 68.508 51,75%

 

Over het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2 betaalt een werknemer in 2019 25% ongeacht de hoogte van het bedrag. Het is dus zeker de moeite waard om werknemersparticipaties voor uw werknemers fiscaal vriendelijk in te regelen.

Meer weten over werknemersparticipaties?

Wilt u meer weten over werknemersparticipaties voor mkb en startups? Neem dan contact op met Dick Catoen via +31 (0)88 288 0199 . 

Meer artikelen en informatie over onze dienstverlening voor mkb-ondernemers vindt u op onze MKB Accountancy & Advies pagina.

 

Vond u dit nuttig?